Wanneer ik ’s ochtends in alle vroegte naar de moestuin loop om water te geven, zet ik een hoed op. Hoewel er rond zeven uur nog deels schaduw is van de grote olijfboom, voel ik liever niet de koperen ploert op mijn hoofd. Het is dan nog relatief koel; de thermometer geeft 28 graden Celsius aan. Die hoed heb ik al dertig jaar. Minstens. Kwam hem tegen in een winkel in Saint-Tropez. Daar werden allerlei zomerhoeden verkocht van goede makelij, waaronder Panamahoeden. En deze sprong eruit. Ook gemaakt in Panama, met de hand gevlochten door kinderen veronderstel ik en donkerrood. Het is slap hoedje en lijkt niet op de beroemde hoed alleen dan in kwaliteit want onverslijtbaar.

Op mijn hoed zit een veelkleurige tokeh. Die kreeg is als kennismakingsgeschenk van mijn zwager Erik Hazelhoff Roelfzema. Hij arriveerde in Jakarta waar mijn zus Patricia en ik al waren voor een project. Hij kwam uit Hawaii. Dat moment van aankomst op Hatta Airport zal ik nooit vergeten. Patricia en Erik waren blij elkaar te zien, zal ik maar zeggen.

Bij het diner bestudeerde ik mijn nieuwe zwager-to-be met enige argwaan. Hij gaf mij deze tokeh. Het is een Hawaiiaanse. Mijn argwaan was trouwens na een paar dagen over. Mijn zus was toch weer op een bijzonder aangename man verliefd geworden. De tokeh koester ik en de enige plek waar hij thuishoort is op mijn zonnehoed. En daar zit hij al jaren geluk aan mij te brengen.

Tokeh is de Indische naam voor een gekko en een gekko is een soort tjitjak of hagedis maar dan eentje met zuignapjes aan zijn poten. In Indonesië noemen ze het een tokeh, naar het geluid dat het diertje maakt. Ik leerde van Erik dat de normale naam gekko is. De tokeh kan geluk brengen zo gaat het Indisch bijgeloof waarmee ik ben opgevoed. Maar alleen als hij zeven keer achter elkaar roept want dan mag je een wens doen. In de zwoele Indische nachten heb ik heel wat tokehs geteld. En soms ja, soms waren het er zeven en deed ik een wens. Het is natuurlijk maar bijgeloof maar zoals met alle dingen die je gehoord hebt als mens, is ook die informatie opgeslagen om nooit meer te vergeten.

Ik gaf in 1998 een boek uit over bijgeloof. Geschreven door Riny Boeijen en geïllustreerd door Louise Peeters. De titel: Rijst gemorst met als ondertitel (Over)leven met bijgeloof. Want dat is het hè, als je eenmaal kennis hebt genomen van al die verhalen, dan pas je wel op je tellen.

We hebben hier op de boerderij gekko’s en die roepen iets heel anders en dat komt natuurlijk omdat we hier in Portugal zijn. De Portugese plattelanders zijn als de dood voor tokehs. Als ze de kans krijgen slaan ze ze dood. Want in huis maken ze troep en erger nog, ze bijten. Dat is het bijgeloof hier. Mij doen ze altijd denken aan Erik, die in 2010 overleed, en aan de heerlijke Indische nachten waarin het geluid van een gamelan met flarden komt aanwaaien.