Liesbeth Steur

schrijver in Portugal

Tag: Photo on Thursday

Een goed mens

Yoga met konijnen

(portuguêsEnglish)

Gisteravond kom ik thuis van het lesgeven. Het is half negen. Ik heb die middag heerlijke soep gemaakt van allerlei groenten waaronder verse raapstelen. Ik vertel over de les, over de leerlingen en over de temperatuur in de studio. Eindelijk is het gelukt die te verwarmen. Ik weet nu, na die ochtend tien minuten gestudeerd te hebben in de gebruiksaanwijzing, dat de air-conditioning geprogrammeerd kan worden. Wat een luxe!

Over yoga gesproken doet Coen ook nog een duit in het zakje.

Bunny yoga? Heb je daar wel eens van gehoord? Bij welke stroming hoort dat?”

Coen is nogal een grappenmaker dus kijk ik hem wantrouwend aan.

“Serieus. Het bestaat. Kijk maar op de sociale media.”

Fake news!”, protesteer ik.

“Nee, real news!” lacht hij.

Later op de avond ga ik toch even checken en vind een bericht uit de Indepent van Canada. Mijn mond valt open. Zeker als ik het bijbehorende You Tube filmpje zie.

Na yoga met geiten is er nu ook yoga met konijnen. Ik voel een ergernis opkomen. En dat gebeurt zelden waar het het gedrag van andere mensen aangaat. Nu wel. Ik laat het toch maar even voor wat het is, ga slapen en vanochtend lesgeven. Tijdens de les, wederom in een heerlijk warme studio, is me duidelijk geworden waar die ergernis zit.

Het gaat niet over wat mensen doen in hun leven. Dat maakt me helemaal niets uit tenzij er dingen in mijn ruimte gebeuren waar ik niet blij van wordt. Nee, het gaat mij over de uitholling van yoga. Het is een van de snelst groeiende sectoren geworden vooral in de Verenigde Staten en daar haakt de commercie op in. Dat niet alleen. Yoga-opleidingen schieten uit de grond en de een biedt variatie X op het thema yoga en de ander variatie Y. En zoals met alle takken van sport waarmee geld te verdienen valt, die geen beroepsbescherming kent en waar het volk mee kan worden gemanipuleerd, waait ook dit over naar Europa. De inhoudloosheid vindt zijn weg naar het Avondland. De decadentie heerst op alle vlakken. Verdronken in het consumentisme. In het kopen, hebben en houden. Dus waarom geen yoga met geiten en konijnen?

Hoe fantastisch ik het ook vind dat hele volksstammen op een matje gaan staan, liggen of zitten om zich bovenal te leren ontspannen en te focussen, hoe erg ik het vind dat het yoga wordt genoemd. Daarbij komt dat yoga als geheel is opgesplitst in allerlei soorten yoga. Voor de ademhaling, voor het lichaam, voor zwangeren, voor depressieven, voor vaders, voor moeders, voor kinderen, voor baby’s, voor ruggen, voor ouderen en senioren en voor huisdieren. En er is meer onder de oude zon. Ik durf te beweren dat het van alles is, behalve yoga zoals yoga is bedoeld.

De klassieke yogatrainingen bieden de middelen om een goed mens te worden. Het grondprincipe daarbij is: het “goede” te laten voor wat het is en het “slechte” leren beter te doen, totdat het getransformeerd is tot het “goede”. Dat vraagt om evenwicht en met yoga breng je jezelf in evenwicht. Je bent goed voor jezelf met als doel goed te kunnen zijn voor de hele wereld! Zonder voorwaarden. Die eerste stap is uitermate lastig wanneer je het niet dagelijks traint. Dus yoga doe je niet alleen op je matje. Het is een levenswijze. Een levensfilosofie. Geiten en konijnen zijn zoals sociale media: een afleiding. Want stel je voor dat je aandacht aan jezelf besteedt?

Wil je de wereld een betere plek maken dan hoef je echt geen filmpjes te delen over dieren die worden mishandeld of een konijn op je matje uit te nodigen. Je hoeft alleen maar een goed mens te zijn. En als je het niet aankunt dat dieren worden verwaarloosd dan ga je werken in een asiel. Dat zet tenminste zoden aan de dijk. En wie weet zijn die dieren wel je spiegel? Want hoe erg verwaarloos je jezelf?

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo on Thursday, een initiatief van Karin Ramaker. De PHOT is een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema, met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Een wipneus

IMG_0884 kopie

1956, Cinar Hotel, Istanbul. vlnr: Liesbeth, moeder Els en zus Patricia

We staan te wachten. Binnen. In de zon die door de enorme ramen van het hypermoderne gebouw naar binnenstroomt. Het is winter. Mijn zus en ik hebben onze jassen nog aan. Jassen die mijn moeder heeft laten maken in Sicilië toen we daar woonden. Trouwens onze rokjes en bolero’s komen ook van het eiland. Die voel ik ook nog. Ze zijn van vilt gemaakt en hadden bloemetjes applicaties. De mijne is blauw en die van Patricia groen. Denk ik. Dat laatste weet ik niet meer zeker. Het is een gokje. Want ik krijg altijd blauwe kleren – gewoon omdat ik blauwe ogen heb en Patricia groene vanwege haar groene ogen. Die rokjes en bolero’s heeft mijn moeder zelf gemaakt. De jassen zijn licht getailleerd, grijsblauw en de cape heeft een stiksel van wit mohair. Dat is zacht. Mijn moeders jurk is ook van het eiland. Een pied-de-poule ruitje met glinsterende zwarte knopen. Zij heeft trouwens rood haar. Van nature. Dat kun je niet zien op de foto.

We wonen vermoedelijk net een jaartje in Istanbul, na een paar Sicilië. Zeg maar rond 1956. We passen die kleren tenslotte nog. We wonen eigenlijk iets buiten Istanbul in een gloednieuwe woonwijk. Tegenover de Zee van Marmara. Daar is een strand. En aan dat strand staat een gloednieuw, voor die tijd hypermodern hotel. Het Cinar Hotel. En in dat hotel staan we te wachten. Op mijn vader. Ik hang er een beetje bij. Mijn super elegante moeder kan dat niet echt waarderen. We zijn op sjiek. We gaan daar dineren. Mijn vader is heel veel weg en als hij dan thuis is, is het een feestje.

Tijdens dat wachten gebeurt er iets bijzonders. Er loopt een lange man voorbij. Van de bar naar de eetzaal. Ik zie hem nog voor me; als de dag van gisteren. Die herinnering is zo helder als glas. Hij is dus lang en ook slank, heeft golvend haar dat met moeite naar achter is gekamd en hij heeft een lichte tred. In zijn donkerblauwe pak met spierwit overhemd loopt hij voorbij. We kijken hem gedrieën na. Wat moet je anders als je staat te wachten. Op het moment dat hij voorbij loopt begint mijn moeder zachtjes een ouderwets ooit beroemd liedje te zingen: “Een wipneus en een kersenmond”. Patricia en ik moesten giechelen maar die giechel verstomde toen de sjieke man stopte, zich omdraaide, ons aankeek en zei: “ Vindt u?” Hij lachte zijn rechte tanden bloot.
Onze harten staan stil van schrik. Hier op deze plek zijn nooit Nederlanders. Nooit. In de jaren vijftig van de vorige eeuw. Wat nu? Hoe redt mijn moeder haar gezicht? Ik kijk naar haar terwijl de man op ons af komt lopen.

“Kennis maken?” hij steekt zijn hand uit. Mijn moeder de hare ook.
Hij zegt: “Ik ben Barend van Tussenbroek”.
“En ik Els Steur en dit zijn mijn dochters …” ze prevelt nog een excuus … Hij moet weer lachen. Wanneer zijn lach zich terugtrekt begint hij haar heel serieus aan te kijken en bestudeert haar gezicht. Er valt een stilte. Totdat hij zegt:
“Els?”
“Ja.”
“Ben jij niet Elsje uit Bandoeng?”
“Ja.” Ze kijkt verbaasd.
En ineens gaat haar een licht op. Barend is altijd een goed vriendje geweest van haar  broertje Arti.
Ze moeten allebei uitbundig lachen. Hebben elkaar sinds de inval (1942) van de Japanners in toenmalig Nederlands-Indië niet meer gezien.
Dan verschijnt mijn vader eindelijk. En dat is een garantie voor een avondlang feest.

Epiloog:
Barend was KLM piloot en de crews van de KLM logeerden altijd in het Cinar Hotel. En die crews kwamen regelmatig rijsttafel eten bij mijn ouders. Een vriendschap van tientallen jaren volgde, tot aan de dood van Barend. Trouwens, het Cinar Hotel bestaat nog steeds.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo on Thursday, een initiatief van Karin Ramaker. De PHOT is een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema, met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: