Liesbeth Steur

lerares hatha-yoga en schrijver

Tag: Nederlands-Indië

Het lepeltje

[português]  [English]

In de loop van de ochtend drink ik meestal één glaasje koffie. Formaat grote espresso met wat room. Daar verheug ik me op. En altijd roer ik met hetzelfde lepeltje. Deze, die je op de foto ziet. Mijn la ligt vol met zilveren lepeltjes. Allemaal uit de familie. Deze komt van Coens moeder en misschien wel van zijn oma. Want die woonden net als mijn familie ook in Nederlands-Indië en namen tastbare herinneringen mee.

Dit lepeltje bestudeer ik graag. Ik vind het knap gemaakt. Een plat vlak dat diepte uitdrukt. Een man op een kar die getrokken wordt door acht karbouwen, met op de voorgrond een palmboom. Indischer wordt het niet.

Iedere dag word ik zo herinnerd aan mijn Indische verleden. Ik zie de sawa’s voor me, ik ruik het land, voel de klamme warmte en hoor de geluiden van de tropische natuur. Ik voel het ritme van het land van mijn ouders in mijn buik. Dat is het enige ritme dat synchroon loopt met mij, met wie ik ben. En dat lepeltje fungeert eigenlijk als anker.

Hier, waar ik woon, in het achterland van Portugal ergens in de bergen, heb ik dat lepeltje eigenlijk niet nodig als anker, want het ritme van Portugal loopt synchroon met mijn ingeboren Indische ritme. Te mogen leven met zoveel gemak en met zo weinig prikkels die niets te maken hebben met een natuurlijk leven, is voor mij een zegen. Nog dagelijks kan ik een zucht van verlichting slaken over dit geschenk.

Mijn leven hiervoor was uitstekend. Helemaal zelf gedaan met de ingrediënten die ik van mijn opvoeders en omgeving heb meegekregen. Ik vind het zelf wel een knap staaltje werk. Ik heb alle mogelijke talenten ontwikkeld, kinderen opgevoed, de kost verdiend en vele malen ben ik ongezien in het diepe gedoken. Vooral die duiken hebben me veel gebracht. En deze voorlopig laatste duik naar de plek waar ik nu woon, heeft vele openbaringen gebracht. Ik ken mezelf beter dan ooit en ben in staat om in mijn Indische ritme te blijven en verder te groeien naar een bewuster mens.

Voor mij was het praktisch onmogelijk om die groei door te maken in een omgeving waar de natuur ver te zoeken is. Waar de economische en digitale druk zo hoog is dat er geen tijd meer over is om wat je noemt tot jezelf te komen.

Ja, zogenaamd. Dat wel. Een weekendje naar de hei, fietsen, een strandwandeling. Wat je ook doet. De druk blijft. En natuurlijk is de mens sterk genoeg – in de meeste gevallen – om daarmee te dealen. De vraag is alleen: waarom zou je?

Ik zie hier jonge mensen met kleine kinderen die bewust uit de grote stad zijn weggegaan om zich hier te vestigen. Met weinig middelen, zonder enige zekerheid en uitermate creatief in het verdienen van wat geld om te kunnen leven. Het is een verademing. Er is tijd om te leven. En het grappige is dat iedereen dat moet leren. Eerst ligt het tempo nog hoog en de Portugese mentaliteit is het beste hulpmiddel om te leren vertragen. De locals hebben nooit haast.

Mijn verleden is mijn heden. Het oude lepeltje dat de wereld rondging, roert langzaam mijn bruine koffie en witte room tot een homogeen Portugees glaasje koffie.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Alles kalmpjes aan

Bladzijde 2 van een brief die mijn oma aan mijn moeder schreef in 1942

De afgelopen maanden en weken voelen als een ontdekkingsreis. Nee, niet de grote wereld in, meer de wereld uit. Een reis naar mijn binnenwereld. Je weet dat ik aan het schrijven ben aan een biografie over het leven van mijn ouders. Je weet ook dat ik een heel archief heb met meer dan honderd brieven over een periode van 1937 tot 1960. Mijn moeder heeft sinds die tijd die koffer achter zich aangesleept en op een stukje papier had ze gekrabbeld:

Het zal toch niet voor niets zijn dat die koffer de halve wereld heeft gezien en een oorlog overleefd. Daar moet toch iets mee gebeuren!

Vijftien jaar geleden was ik al begonnen met mijn vaders verhaal op papier te zetten. Ik had toen nog geen benul van deze koffer. Als ik in die tijd mijn moeder vragen stelde, was haar antwoord steevast: “Ik vertel je wel, maar je hoeft voorlopig over mij helemaal niets te schrijven. Je wacht maar tot ik dood ben!” Aangezien ik een boek over beiden wilde, heb ik mijn pen toen neergelegd. Ben wel vragen blijven stellen en dacht het hele verhaal te kennen. Tot ik de brieven in handen kreeg.

Dit project – het familieboek – blijkt niet zomaar een van mijn projecten te zijn. Dit is van een andere orde. Het is persoonlijk. De brieven van mijn ouders raken me zo diep dat ik regelmatig iets heel anders ga doen. Dat hele archief staat rond en op mijn bureau dus ik kan er niet omheen. Ik moet verder. Al doe ik soms of ik het niet zie staan.

Vandaag begreep ik waarom het me zo raakt. Ik ben bij het jaar 1942 aangeland. Ja, ik werk chronologisch omdat het mij een beter begrip geeft van het leven toen en de omstandigheden. Net voordat de oorlog in Nederlands-Indië uitbreekt. Vanochtend las ik een brief die mijn oma – de moeder van mijn moeder – schreef aan mijn moeder die op een het eiland Sumatra ging trouwen. Dat kon niet op Java (waar mijn moeder woonde) gebeuren omdat mijn vader al onder de wapenen was geroepen en omdat de Japanners met twee voeten op Noord-Sumatra stonden.

Mijn oma schrijft dit op 1 februari 1942:

Je brief was erg haastig, nerveus en onduidelijk. Kind, laat je niet zenuwachtig maken. Alles kalmpjes aan. Laat je ook door een eventueel bombardement niet van streek brengen, dat staat ons allemaal te wachten. Zorg voor dekking en houdt je in alle opzichten gedekt. Denk om watjes en kauwgom, desnoods een stuk gomelastiek. Alleen als het reizen moeilijk wordt, vertrek je direct.

Het beklemde me. Ik voelde die angst opstijgen als een fontein toen ik dit las. Die angst voor oorlog! Die heb ik al sinds ik kan praten. Ik voelde toen al haarfijn aan dat mijn moeder angst had – vraag me niet hoe – en als ik ernaar vroeg, wuifde ze het altijd weg. En bij mij is het net als bij haar altijd sluimerend aanwezig gebleven. Bij het lezen loopt een rilling over mijn rug.

Aan het einde van de brief in een P.S. schrijft mijn oma die ook geen idee heeft wat de tijd gaat brengen en tja … het leven gaat gewoon door:

Koop je bootticket aan station Tandjoeng Karang. Na huwelijk een kleine foto van jullie tezamen maken. Niet vergeten!

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo on Tuesday, een initiatief van Karin Ramaker. De PHOT is een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema, met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Women Power

Patricia, Els en Liesbeth (2011)

Hoe lastig kan het zijn om over je eigen familie te schrijven? Over de band tussen mijn moeder, mijn bijna tweelingzus en mezelf. Ik weet alles rechtstreeks uit de bron en toch… Het zet me aan het denken over de rollen die we vervullen in dit vrouwelijke driemanschap. Waar we elkaar versterken of verzwakken en wat we voor elkaar betekenen. Nooit eerder hoefde ik er over na te denken. Het was zo vanzelfsprekend dat we dag en nacht samen waren. En nu ik de familiegeschiedenis schrijf … kom ik in mijn archief allerlei losse aantekeningen, verhalen en interviews tegen. Zoals dit zelf geënsceneerde interview met mijn moeder, mijn zus en met mij. Het werd in 2011 gepubliceerd in Nouveau.


Op de leeftijd dat andere kinderen naar de lagere school gaan, zaten Patricia en ik in het klasje bij mijn moeder. We woonden de eerste acht jaar van ons leven op plekken waar geen geschikt onderwijs was, volgens mijn moeder. Eerst op Sicilië en daarna op drie locaties in Turkije. Toen Patricia en ik 10 en 11 waren gingen we in Nederland, omdat mijn ouders niet op kostschool wilden doen en een goede opleiding noodzakelijk vonden.

“Mijn man boorde naar olie en dat bracht ons op afgelegen plekken. Ja, de meisjes kregen les van mij. ´s Ochtends deden we een serieus klasje en in de middag waren ze vrij. Eigenlijk ben ik te ongeduldig om les te geven, maar er was geen keuze.” Patricia en ik moeten lachen als we terugdenken aan de klasjes.

“Ik weet nog goed”, zegt Patricia, “dat je een schrift naar mijn hoofd slingerde. Ik bukte op tijd en kreeg de slappe lach. We zijn toen maar naar het strand gegaan met z´n drieën in plaats van verder te gaan met de les.”

“In die jaren in het buitenland”, vervolgt mijn moeder Els haar verhaal, “waren we op elkaar aangewezen. Ik waakte over die twee als een havik. Ik had nooit gepland twee dochters te krijgen en ik beschouwde ze toen al en nu nog als het mooiste dat me is overkomen.”

“Ja, dat zal best en dat waken heb je volgehouden tot einde middelbare school”, zeg ik. “Ik moest altijd de smoesjes verzinnen als we te laat kwamen om maar geen huisarrest te krijgen. Patricia was nooit van een feestje weg te branden. Dat zat er al jong in.” 

Mijn moeder komt uit voormalig Nederlands-Indië, is Indo-Europese  en van jongs af aan gewend om met alle culturen om te gaan.

“Ik voelde me op Sicilië eindelijk weer thuis na die woelige tijd. Oorlog, kampen, repatriëring met vallen en opstaan, twee kinderen krijgen binnen 14 maanden. We voelden ons daar meteen opgenomen in de gemeenschap. Toen Liesbeth tyfus kreeg, bad het hele dorp iedere dag voor haar in de kerk. Het heeft geholpen want ze is er nog steeds ondanks dat haar leven toen aan een zijden draadje hing. Twee jaar lang hebben we genoten van het leven op de helling van de vulkaan Etna.”

In Turkije begonnen we een stuk primitiever. We woonden in een dorp op de grens met Griekenland in een huis zonder waterleiding. Het water werd gebracht met de ezelkar. Op zolder stond een tank die emmer voor emmer werd gevuld door de waterdrager. De onverharde dorpsstraten waren stoffig en op het schoolplein kon je op zondag naar worstelen kijken. Grote mannen met geoliede lijven gleden langs elkaar heen. Mijn moeder speelde triktrak met de notabelen van het dorp en maakte taart zonder mixer of oven en van de werkster leerden we buikdansen. Patricia en ik speelden verstoppertje met onze Turkse vriendinnen en we spraken al snel net zo goed Turks als Siciliaans.

“Daarna volgden Istanbul en Ankara.” Patricia neemt het verhaal over. “We leefden steeds luxer in de zin van bewoonde wereld en toch was mijn vader steeds minder thuis. In de periode van Ankara boorde hij bij de grens met Afghanistan en was 36 dagen weg en 12 dagen thuis. Weet je nog Lies dat we precies wisten wanneer papa was thuisgekomen. Dat roken we. Aan de vertrouwde geur van olie en sigaretten. En dan was het 12 dagen party-time.”

“Ja, mooie tijden waren dat. Ik denk dat de meisjes en ik veel overeenkomsten hebben doordat we op elkaar aangewezen waren. We staan alle drie open voor alle culturen en hebben geen enkele moeite ons waar dan ook op de wereld te bewegen. Er zijn natuurlijk ook verschillen. Liesbeth was altijd haantje de voorste en kon goed leren. Patricia was een dromer en had meer steun nodig. Het was voor mij prettig dat ze bij elkaar in de klas zaten. En toch hebben de meisjes zich in een heel eigen richting ontwikkeld.”

Patricia de dromer (classificatie van mijn moeder) werd ene is nog steeds rock ´n´ roll en ontwikkelde zich tot een topfotografe met vele boekproducties op haar naam. Ik zelf trouwde jong, krijg twee zonen, werd vertaler, yogadocent en schrijver.

Nou mam, die optimistische kijk op het leven heb ik van jou,” zegt Patricia. “Je hebt als mens de plicht om een leuk leven te hebben, vind ik. Daarom moet je kijken wat er te leren valt van een ongelukkige situatie in plaats van erin te blijven zitten. Van vrienden en vijanden heb ik het meest geleerd. Jullie zijn een grote spiegel en de familieband is onuitwisbaar. Ik voel me misschien daarom zo aangetrokken tot inheemse volkeren waar familiebanden van levensbelang zijn.”

In mijn leven speelde de familie ook een grote rol. We zaten vroeger boven elkaars lip en deden niets zonder elkaar. Vanaf mijn veertigste heb ik die hechtheid ervaren als een belemmering. En dat lag meer aan mij dan aan de familie. Een tijd in het buitenland wonen toen gaf me ademruimte. Want ik ervoer die relatie als te dominant. Nu heb ik daarin een prima evenwicht gevonden.

Mevrouw mijn Moeder is tot haar dood in 2013 (94 jaar) zoals het hoort  het middelpunt van de Indische familie gebleven. Ze was een verbinder en een goed luisteraar. Ieder zichzelf respecterend familielid kwam regelmatig langs. Ook vanuit het buitenland. Er was altijd te eten en te drinken in huis. Els was actief op Facebook en Twitter en schreef over vroeger.

Patricia verbindt nog steeds met haar camera. Ze haalt het mooiste uit de mensen, geeft ze zelfvertrouwen en maakt vrienden voor het leven. Ook bij haar is er altijd te eten en te drinken.

Ik verbind door yoga, vragen stellen, luisteren en horen. Door het schrijven van verhalen over wat de mens beweegt en over wat je zelf kunt doen om het leven aangenaam te maken zonder de omstandigheden te veranderen. En ook bij mij thuis is er altijd te eten en te drinken, want zonder eten en drinken is het leven voor ons en de hele Indische familie niet compleet.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo on Thursday, een initiatief van Karin Ramaker. De #PHOT is een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema, met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

De rafelige rand van oorlog

Het is 3 februari 1942. Hij is 26 jaar, zij 23. Het is nog geen totaal oorlog in toenmalig Nederlands-Indië. Mijn vader is wel al onder de wapenen geroepen zoals dat mooi heet. Hij, een Haagse jongen die goed kan leren, is aangenomen bij de BPM (Bataafse Petroleum Maatschappij, de voorloper van Shell) om boormeester te worden. In 1936 vertrekt hij uit het door de crisis geteisterde Nederland naar het onbekende Indië.

Mijn moeder, geboren uit een Nederlands-Ierse moeder en een Nederlands-Indonesische vader, woont in Bandoeng en groeit daar op, zoals jij en ik ook zijn opgegroeid. Met vallen en opstaan, met belangrijke en minder belangrijke gebeurtenissen en weinig ellende. Het enige bijzondere aan hun gezinssituatie is dat mijn roodharige oma op negentienjarige leeftijd zomaar trouwt met een heel donkere man. Op 15 januari 1916 in Kota Radja, Atjeh. Niet de meest rustige plek van de archipel. Dat opa niet wordt toegelaten in “blanke” hotels en oma dus wel, kan hun niet deren. Oma is een hardwerkende vrouw en bouwt haar eigen bedrijf op in Bandoeng op Java: l’Institut de Beauté aan de Bragaweg. Opa werkt voor de overheid. Mijn moeder Els gaat gewoon naar school, speelt, zwemt, haalt kattenkwaad uit, groeit op, leert een vak, gaat uit met vrienden en vriendinnen en dansen in Hotel Savoy Homan. Ze doet dus niets anders dan wat wij deden op die leeftijd.

Wanneer Cees en Els elkaar ontmoeten is dat liefde op het eerste gezicht. Het is begin december 1942. De Japanners bombarderen de Amerikaanse vloot in Pearl Harbour en vallen vlak daarop Borneo binnen. Dat klinkt serieus dichtbij. Maar goed, het leven gaat gewoon verder. Ze besluiten te trouwen al zijn de omstandigheden wat vreemd. Els reist naar Sumatra waar Cees gelegerd is en met wat vrienden van de BPM erbij wordt het huwelijk voltrokken. Hun huwelijksreis duurt precies drie dagen. Met de Japanner voor de deur moet Cees paraat zijn en Els terug naar huis, naar Java.

Drieënhalf jaar later komen ze elkaar tegen in Singapore. Getekend door concentratiekampen, treintransporten, honger, dorst, dood en verderf.

Hoe ga je dan verder? Dat is een vraag die me altijd bezighoudt. Hoe leef je je leven met dat in je hoofd. Wel, gewoon. Door het te leven. Fouten te maken en die recht te zetten. En na hard vallen, trek je je sokken op! Die mentaliteit plus een niet aflatende dankbaarheid voor en vertrouwen in het leven hebben gezorgd voor de invulling. Cees is 84 jaar geworden en Els 94.

Ik maak deel uit van een generatie die nog nooit een oorlog aan den lijve heeft ondervonden. Daar sta ik bijna iedere dag bij stil. Bij dat enorme geluk.

Dat ik in welvaart, vrede en zonder oorlogstrauma’s ben opgegroeid heeft mij de ruimte gegeven om mijzelf te ontwikkelen en de luxe om tot innerlijke vrede te komen. Ik beschouw het als mijn taak iedereen in mijn omgeving die vrede te laten voelen. Noblesse oblige.

Want zeg nou zelf: oorlog op welk vlak dan ook – persoonlijk, met je kinderen, je partner, je buurman of tussen landen – is toch wel heel erg “old school”.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: