Liesbeth Steur

lerares hatha-yoga en schrijver

Tag: moeder Page 1 of 2

Women Power

Patricia, Els en Liesbeth (2011)

Hoe lastig kan het zijn om over je eigen familie te schrijven? Over de band tussen mijn moeder, mijn bijna tweelingzus en mezelf. Ik weet alles rechtstreeks uit de bron en toch… Het zet me aan het denken over de rollen die we vervullen in dit vrouwelijke driemanschap. Waar we elkaar versterken of verzwakken en wat we voor elkaar betekenen. Nooit eerder hoefde ik er over na te denken. Het was zo vanzelfsprekend dat we dag en nacht samen waren. En nu ik de familiegeschiedenis schrijf … kom ik in mijn archief allerlei losse aantekeningen, verhalen en interviews tegen. Zoals dit zelf geënsceneerde interview met mijn moeder, mijn zus en met mij. Het werd in 2011 gepubliceerd in Nouveau.


Op de leeftijd dat andere kinderen naar de lagere school gaan, zaten Patricia en ik in het klasje bij mijn moeder. We woonden de eerste acht jaar van ons leven op plekken waar geen geschikt onderwijs was, volgens mijn moeder. Eerst op Sicilië en daarna op drie locaties in Turkije. Toen Patricia en ik 10 en 11 waren gingen we in Nederland, omdat mijn ouders niet op kostschool wilden doen en een goede opleiding noodzakelijk vonden.

“Mijn man boorde naar olie en dat bracht ons op afgelegen plekken. Ja, de meisjes kregen les van mij. ´s Ochtends deden we een serieus klasje en in de middag waren ze vrij. Eigenlijk ben ik te ongeduldig om les te geven, maar er was geen keuze.” Patricia en ik moeten lachen als we terugdenken aan de klasjes.

“Ik weet nog goed”, zegt Patricia, “dat je een schrift naar mijn hoofd slingerde. Ik bukte op tijd en kreeg de slappe lach. We zijn toen maar naar het strand gegaan met z´n drieën in plaats van verder te gaan met de les.”

“In die jaren in het buitenland”, vervolgt mijn moeder Els haar verhaal, “waren we op elkaar aangewezen. Ik waakte over die twee als een havik. Ik had nooit gepland twee dochters te krijgen en ik beschouwde ze toen al en nu nog als het mooiste dat me is overkomen.”

“Ja, dat zal best en dat waken heb je volgehouden tot einde middelbare school”, zeg ik. “Ik moest altijd de smoesjes verzinnen als we te laat kwamen om maar geen huisarrest te krijgen. Patricia was nooit van een feestje weg te branden. Dat zat er al jong in.” 

Mijn moeder komt uit voormalig Nederlands-Indië, is Indo-Europese  en van jongs af aan gewend om met alle culturen om te gaan.

“Ik voelde me op Sicilië eindelijk weer thuis na die woelige tijd. Oorlog, kampen, repatriëring met vallen en opstaan, twee kinderen krijgen binnen 14 maanden. We voelden ons daar meteen opgenomen in de gemeenschap. Toen Liesbeth tyfus kreeg, bad het hele dorp iedere dag voor haar in de kerk. Het heeft geholpen want ze is er nog steeds ondanks dat haar leven toen aan een zijden draadje hing. Twee jaar lang hebben we genoten van het leven op de helling van de vulkaan Etna.”

In Turkije begonnen we een stuk primitiever. We woonden in een dorp op de grens met Griekenland in een huis zonder waterleiding. Het water werd gebracht met de ezelkar. Op zolder stond een tank die emmer voor emmer werd gevuld door de waterdrager. De onverharde dorpsstraten waren stoffig en op het schoolplein kon je op zondag naar worstelen kijken. Grote mannen met geoliede lijven gleden langs elkaar heen. Mijn moeder speelde triktrak met de notabelen van het dorp en maakte taart zonder mixer of oven en van de werkster leerden we buikdansen. Patricia en ik speelden verstoppertje met onze Turkse vriendinnen en we spraken al snel net zo goed Turks als Siciliaans.

“Daarna volgden Istanbul en Ankara.” Patricia neemt het verhaal over. “We leefden steeds luxer in de zin van bewoonde wereld en toch was mijn vader steeds minder thuis. In de periode van Ankara boorde hij bij de grens met Afghanistan en was 36 dagen weg en 12 dagen thuis. Weet je nog Lies dat we precies wisten wanneer papa was thuisgekomen. Dat roken we. Aan de vertrouwde geur van olie en sigaretten. En dan was het 12 dagen party-time.”

“Ja, mooie tijden waren dat. Ik denk dat de meisjes en ik veel overeenkomsten hebben doordat we op elkaar aangewezen waren. We staan alle drie open voor alle culturen en hebben geen enkele moeite ons waar dan ook op de wereld te bewegen. Er zijn natuurlijk ook verschillen. Liesbeth was altijd haantje de voorste en kon goed leren. Patricia was een dromer en had meer steun nodig. Het was voor mij prettig dat ze bij elkaar in de klas zaten. En toch hebben de meisjes zich in een heel eigen richting ontwikkeld.”

Patricia de dromer (classificatie van mijn moeder) werd ene is nog steeds rock ´n´ roll en ontwikkelde zich tot een topfotografe met vele boekproducties op haar naam. Ik zelf trouwde jong, krijg twee zonen, werd vertaler, yogadocent en schrijver.

Nou mam, die optimistische kijk op het leven heb ik van jou,” zegt Patricia. “Je hebt als mens de plicht om een leuk leven te hebben, vind ik. Daarom moet je kijken wat er te leren valt van een ongelukkige situatie in plaats van erin te blijven zitten. Van vrienden en vijanden heb ik het meest geleerd. Jullie zijn een grote spiegel en de familieband is onuitwisbaar. Ik voel me misschien daarom zo aangetrokken tot inheemse volkeren waar familiebanden van levensbelang zijn.”

In mijn leven speelde de familie ook een grote rol. We zaten vroeger boven elkaars lip en deden niets zonder elkaar. Vanaf mijn veertigste heb ik die hechtheid ervaren als een belemmering. En dat lag meer aan mij dan aan de familie. Een tijd in het buitenland wonen toen gaf me ademruimte. Want ik ervoer die relatie als te dominant. Nu heb ik daarin een prima evenwicht gevonden.

Mevrouw mijn Moeder is tot haar dood in 2013 (94 jaar) zoals het hoort  het middelpunt van de Indische familie gebleven. Ze was een verbinder en een goed luisteraar. Ieder zichzelf respecterend familielid kwam regelmatig langs. Ook vanuit het buitenland. Er was altijd te eten en te drinken in huis. Els was actief op Facebook en Twitter en schreef over vroeger.

Patricia verbindt nog steeds met haar camera. Ze haalt het mooiste uit de mensen, geeft ze zelfvertrouwen en maakt vrienden voor het leven. Ook bij haar is er altijd te eten en te drinken.

Ik verbind door yoga, vragen stellen, luisteren en horen. Door het schrijven van verhalen over wat de mens beweegt en over wat je zelf kunt doen om het leven aangenaam te maken zonder de omstandigheden te veranderen. En ook bij mij thuis is er altijd te eten en te drinken, want zonder eten en drinken is het leven voor ons en de hele Indische familie niet compleet.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo on Thursday, een initiatief van Karin Ramaker. De #PHOT is een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema, met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Straatmeisje

Bronte, Sicilië. 1954. We staan voor de deur van ons huis in de schaduw, mijn moeder (rechts), Grietje (de vrouw van de assistent van mijn vader), Patricia en ik met de bal.

Herinneringen leven niet zomaar een eigen leven zoals een ongecontroleerde gedachtegang dat welk lijkt te doen. Herinneringen zijn altijd aanwezig en het is de omstandigheid die zorgt dat ik een gebeurtenis van vroeger bewust weet.

Door het leven te leven krijgen herinneringen steeds een nieuw laagje en dat laagje is zoals ik nu word gezien. Ik zou het kunnen vergelijken met de jaarringen van een boom. Je ziet de bast maar de ringen niet. Zonder die jaarringen zou de bast niet bestaan. Volgens mij zit dat ook zo bij de mens. Althans, zo ervaar ik het.

Wanneer ik bijvoorbeeld ’s ochtends vroeg de vogels hoor fluiten, dan sta ik stil en luister. Het fluiten haalt mij weg uit mijn gedachten en brengt mij naar waar ik nu ben; op de boerderij in Marvão en dan volgen er nog veel meer herinneringen. De lange wandeling gisteren in de vroegte voordat het echt warm werd. Gasten ontvangen, in de moestuin werken en tegelijk verzinnen wat er straks gegeten wordt in de schaduw van de olijfbomen. Die heerlijk geurende tomaten. In ieder geval pasta. Later in de keuken kies ik de pasta uit en dat is het moment dat ik steevast wordt teruggezogen naar een plek die ik liefheb. Alsof ik er weer ben.

Vijf jaar oud en ik woon in Bronte, een dorpje halverwege de helling van vulkaan Etna op het eiland Sicilië. Het is koel in de straat aan de kant waar de schaduw is. Daar speel ik met mijn zus op de stoep. De grote, lage ramen van de huizen staan open. Wanneer ik er voorbij slenter voel ik de koelte die in het huis hangt naar buiten stromen. En ik ruik.

Ik ruik eten zoals dat alleen maar op Sicilië geurt.

Ik stop bij een van de ramen die laag genoeg is om leunend op de vensterbank en staand op mijn tenen naar binnen te turen. Eerst zie ik niets. Het zonlicht buiten is zo fel dat mijn ogen even moeten wennen. Na een tijdje ontwaar ik in de schemering een vrouw. Ze staat aan een lange houten tafel en snijdt met een groot mes een uitgerolde plak deeg in repen. Kaarsrecht.

“Ciao”, zeg ik. Ze groet terug. Ze laat zich niet uit haar concentratie halen. Ik kijk in stilte toe en ruik de salsa die op het houtvuur staat te pruttelen. Boven haar hangen aan waslijnen slierten spaghetti te drogen. Dik en dun. En ze hangt er meer bij. Nu is ze klaar. Ik maak een praatje zoals kleine Hollandse meisjes dat met Siciliaanse moeders doen. Haar eigen kinderen zijn op school. Mijn zus en ik leren lezen en schrijven van onze moeder en we hebben gelukkig vaak pauze. Naar goede Siciliaanse gewoonte knijpt ze liefdevol in mijn wang (au) en geeft een koekje.

Ik moet glimlachen als ik me realiseer dat het deze gelaagde herinnering is die bepaalt welke pasta mijn gasten vandaag te eten krijgen en dat er een zak cantuccini op tafel komt bij het dessert.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Een stukje erfenis

Het was 2013 toen mijn moeder (94) het aardse leven achter haar liet. Haar fysieke nalatenschap heeft vooral Coen zich toen over ontfermd. Wij zussen hadden toen te veel werk om daar dagen mee bezig te zijn. Wel hebben we apart gezet waar we later nog naar wilden kijken. Dat ging de opslag in. De rest zoals huisraad heeft Coen in de cirkel van de kringloop gebracht.

Het is 2017. Ik woon in Portugal en op zolder staat dat wat uit de opslag kwam. Het verhuisde spontaan mee. De tijd ontbrak me om er naar te kijken vóór ons vertrek. En hier zou ik zeeën van tijd hebben. Dat blijkt niet zo te zijn. Wel die zeeën van tijd. Die zijn er altijd, alleen gebruik ik die tijd om nu te leven en niet met gister bezig te zijn.

Maar weet je, zo’n zolder drukt op mijn schouders. Ik wil geen zolder. Tenminste ik wil daar geen spullen die mijn kinderen op een dag op hun bord krijgen. Daar moet je toch niet aan denken. Die twee mannen leven beide “mean and lean”. Zonder zolders.

Mijn moeder is trouwens tijdens haar leven wel altijd actief geweest met opruimen. Ook zij wilde ons niet achter laten met kelders en zolders vol zogenaamde herinneringen. En zelfs dan …

Het is hier volop zomer. In de middag te heet (boven 40 graden) om buiten te zijn. Dus het perfecte moment om de zolder op te ruimen. En ik heb geluk want het toeval wil dat er nu goede vrienden uit Holland zijn; met de auto nog wel. Zij nemen het Chinese porselein mee terug naar Holland om te veilen. Het gaat me namelijk net iets te ver om die met zorg verzamelde collectie hier op een grasveldje tijdens een carboot sale te verkopen. En weet je waarom? Ik vond mijn moeders inkoopboekjes, met beschrijvingen en nummers. “Bien organisée” was zij met haar handelsgeest. Haar liefde voor schoonheid en het plezier in handelen blijken uit dit boekje en geven waarde aan al dat moois. Daarom gaat het terug naar de veiling, waar het vandaan kwam. Dat eert haar, vind ik.


Ook haar archief is van zolder gekomen en haar fotoalbums. Die acht verhuisdozen staan in mijn werk-appartement. De tijd lijkt te zijn aangebroken om alles een plaats te geven in een familieverhaal. Zou het dan ook geen toeval zijn dat ik een cursus autobiografie schrijven ga doen in september bij Karin Ramaker?

Ik verheug me nu al op de afloop. Wat op papier staat, zit niet meer in mijn genen en in mijn hoofd. De vrijheid lonkt …

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema, met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

De logeerhond

Links logeerhond Snow en rechts onze hond Moon

Zo’n twintig jaar geleden moest mijn oudste zoon per se een hond. Hij was vierentwintig en had zijn zinnen op een border collie gezet. Ik kon als moeder honderd argumenten op tafel leggen waarom dat niet handig was voor iemand die altijd aan het reizen is. De hond kwam er. En zie, al binnen een half jaar woonde die hond maanden achtereen bij ons. Want de hond kon soms niet mee op reis. Ik had van mijn leven geen huisdieren gehad – teveel verhuizingen – behalve dan kat Peter. Als kind toen ik in Turkije woonde in een dorpje west van Istanbul, zat er steeds een rode kater in de boom voor ons huis. Mijn moeder heeft die kat lid van de familie gemaakt. Later ging hij mee naar Nederland en toen wij weer verder verhuisden, dit keer naar Ankara, bleef de kat bij oma in Den Haag. Dat was mijn herinnering aan een huisdier. Vandaar mijn advies aan zoonlief.

Dus daar zat ik. Met een hond die alleen maar blij wordt van achter een bal aan rennen. Naar het strand dus met weer en wind of banjeren in die parkjes rondom ons huis, maar dat was veel te beperkt voor hond. Dat begreep ik meteen. Het Haagse Bos – aan de overkant van de straat – lonkte wel maar ja, daar ging ik natuurlijk niet in. Een bos betekende gevaar. Zo had ik dat geïnterpreteerd tijdens mijn opvoeding. Überhaupt vormde de natuur een gevaar. De stad met veel mensen, verkeer en reuring was in de ogen van mijn moeder veiliger. Ik had die gedachtegang blindelings overgenomen en er verder geen aandacht aan besteed totdat ik met de hond moest wandelen. En er waren dagen dat ik niet naar Scheveningen kon vanwege lesgeven of andere verplichtingen. Dus, wat doe je dan? Het bos in met de angst in mijn keel. Want nu ging er zeker van alles gebeuren. Met alle heldenmoed in me sloeg ik het advies van mijn moeder in de wind en zette ik mijn eerst schreden op het bospad.

Na anderhalf uur was ik weer thuis. Er was niets gebeurd behalve dat ik allerlei kleurige bloemen en planten had gezien, de wind tussen de bomen had horen spelen en de eenden in de vijver in de schaduw had zien slapen. De schoonheid van de natuur overwon de angst. Ik was zo onder de indruk van het bos dat ik vergat mezelf een held te vinden. Na een half jaar had ik zelf een hond. Ook een border collie.

Die herinnering kwam ineens op toen ik in de tuin aan het werk was. Ik moest aan mijn moeder denken. Aan haar planten in huis en op haar balkon. Ze had groene vingers en volgens haar had ik die niet. Ik had heus wel wat planten thuis hoor maar om nou te zeggen dat ik liefde had voor planten? Nou nee. Ik studeerde en werkte liever. Daarbij als ik zag welke mensen het heerlijk vonden om onkruid te trekken in hun tuintje – “daar word ik zo rustig van in mijn hoofd” – gaf me dat zeer te denken. Het waren regelmatig mensen met een licht of zwaar Calimero complex. Zeg maar mensen die zich vaak tekort gedaan voelden.

Dus het plantenrijk je wil opleggen is een makkie omdat planten hun mening niet hardop ventileren. Tja, dan biedt zo’n tuin wel de broodnodige rust.

En nu ben ik alweer twee dagen aan het tuinieren. Onkruid weghalen en de tuin vormgeven. En dan te weten dat ik niets weet van tuinieren en planten – mijn vader had het altijd over geelsiaatjes en paarsiaatjes – behalve hetgeen goede vrienden hier aan mij hebben verteld en die mij zelfs een schrepel (wat is dat?) gaven.

Tijdens het zwoegen in de tuin, zie ik mezelf dat doen en denk dan: kijk mij nou? En dat daagt me dan weer uit om te herkennen waarom ik dit nu met plezier doe. Niet voor een rustig hoofd, wel omdat ik het resultaat zie.

Eigenlijk voel ik me een schepper die mag samenwerken met het niet te evenaren materiaal van de schepping.

Iedere dag ben ik tot in de verste verte omgeven door groen en kleur en iedere dag zingen de vogels hun lied. De welvaartsruis is afwezig. Hier hoor je alleen de natuur groeien. De natuur waar ik onderdeel van ben want de mens IS volgens mij de natuur met een extraatje. Hij mag naast zich natuurlijk gedragen, dagelijks bezig zijn met zijn innerlijke reis naar zelfkennis.

Deze foto is gemaakt in het kader van Foto op Dinsdag #PHOT, een initiatief van Karin Ramaker.

Page 1 of 2

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: