Senhor Zé da Cruz  by Leone Holzhaus, 2008, oil on canvas, 30 x 40 cm

 

(português) (English)

“Parar é morrer!” Terwijl ze dat zegt gaan haar handen de lucht in. Ik heb mijn dierbare hulp zojuist verteld dat ik de yogastudio ga sluiten. Ze legt me in niet mis te verstane bewoordingen uit dat stoppen gelijk staat aan sterven.

Het is een gangbare uitdrukking in Portugal die tegenwoordig veel gebruikt wordt in de strijd tegen obesitas maar komt oorspronkelijk uit een heel andere hoek. Uit de tijd toen obesitas nog niet bestond en armoede wel. En dat is waar mijn steun en toeverlaat vandaan komt. Vóór en na schooltijd helpen op het land en na de lagere school geld verdienen voor de familiepot. Bijvoorbeeld in de winter dagenlang op je knieën in de kou en regen en sneeuw de olijven oprapen die uit de boom waren gevallen. Die mochten de plukkers dan zelf houden om olie van te persen. Met loonwerk kon geld verdiend worden en met huizen schoonmaken. Die generatie presteerde het om zelf iets op te bouwen door geen schulden te maken, zuinig te leven, te sparen en te werken. Ze kochten of erfden een stukje land en bouwden steen voor steen hun eigen huis.

Ze stoppen nooit. Ook niet om hun eigen ouders te verzorgen. Wanneer die naar een verzorgingshuis gaan gebeurt er dit: ze verstijven, worden ziek, krijgen medicijnen, zijn doodongelukkig, missen hun moestuin en dagelijkse werkzaamheden en verworden tot verpleeghuispatiënten en dan, ja, dan gaan ze dood.

De volgende generatie, de dertigers en veertigers van nu, lijdt aan stress en obesitas. Ze gingen studeren en werden vooral manager van iets. Nooit meer dat gesappel van hun ouders. Zuchtend en steunend gaan deze jongeren door het leven en hebben een huis met hypotheek, een auto van de bank en moderne status. Dat wel. En toen kwam Corona. Alles viel stil. De klap was groot. Vooral voor de generatie met de hoge schulden.

Wij hebben van dat alles geen last. Wij hebben geen relatie met de bank. Alles is eigen bezit. En toch gebeurde er iets toen alles stilviel. Ik heb half maart alles uit mijn handen laten vallen en heb zelfs een maand lang mijn toetsenbord niet beroerd. In mijn laatste blog schreef ik nog over hoe je uit je cocon kunt kruipen.

Ik had voor het eerst in mijn leven tijd om na te denken over het leven, over het nut van alles. Ik had nog nooit NIET gewerkt. Dus na 50 jaar actief op de “arbeidsmarkt” voelde het als vakantie en daar hou ik niet zo van. Vroeger op school had ik al een broertje dood aan vakanties. Ik heb deze maanden van alles gedaan op het land, in de tuin, in de keuken, achter de naaimachine en stil gezeten. Zelfs heb ik boeken gelezen. De vraag hoe het allemaal verder zou moeten heb ik terzijde geschoven in de wetenschap dat het antwoord op een dag verschijnt. Want dat heb ik wel geleerd in mijn leven: kiezen doet een mens met zijn hoofd en niet met zijn hart. Zolang je twijfelt is er angst. En dat is een slechte raadgever.

Afgelopen vrijdag gebeurde het. Ik werd ´s ochtends vroeg wakker en wist wat te doen. Ik ben uit bed gesprongen en ben gaan schrijven.

Stoppen is inderdaad doodgaan, dacht ik nog, en niet altijd letterlijk. Wat er gestorven is in mij is het idee dat ik altijd moet werken en verplichtingen moet hebben. Ik kan blijkbaar gewoon leven zonder al dat moeten – al kostte het wel tijd – en ik vind het heerlijk. Dat heb ik de afgelopen maanden ontdekt. Daarom sluit ik het yoga “bedrijf”. Het begon als één les voor vrienden en groeide uit naar vier tot zes lessen. In mijn studio werden allerlei workshops gegeven en het groeide uit naar een klein centrum. Ik zeg trouwens niet dat ik stop met lesgeven. Ik ga het anders aanpakken. En hoe? Dat zal zich nog ontvouwen. Nog even!

Stoppen geeft ruimte voor zelfreflectie en de bezinning die daarop volgt laat iets sterven dat je niet meer nodig hebt in het leven. Dus ik heb nu alle ruimte om mijn schrijverschap de hoofdrol te geven. Dat wordt mijn nieuwe normaal.