Liesbeth Steur

schrijver in Portugal

Tag: foto op dinsdag Page 1 of 15

Ongerustheid

Patricia (rechts) en ik.

Op de foto ben ik vier of vijf jaar en mijn grote zus Patricia vijf of zes. Wij schelen precies 14 maanden. Voor mijn moeder reden genoeg om ons als tweeling te behandelen.

Patricia heeft als volwassene (ik herken haar handschrift) ooit achterop de foto gezet: “Liesbeth wordt door grote zus gedwongen om te lachen”. Ik kijk nog eens goed. Dat zou best wel kunnen. Ik kan het me niet herinneren. Wel dat onze overgooiers groen waren en van prachtig glanzend (gemerceriseerd) katoen en de lelietjes wit. Onze truitjes waren van katoenen tricot. Dat voel ik nog. De foto is vast een schoolfoto, in de kleuterklas of zo. Het is vlak vóór ons vertrek naar Sicilië en het einde van onze basisonderwijscarrière in klassikaal verband. Daarna was er alleen nog thuisonderwijs door gebrek aan scholen op de plekken waar we woonden.

Onze ouders waren ten tijde van deze foto nog maar net zeven jaar op vrije voeten na drieënhalf jaar ‘bij de Jap te hebben gekampeerd’, zoals mijn vader dat eufemistisch uitdrukte. Zijn ervaringen waren verschrikkelijk en hij overleefde. Mijn moeder ook. De eerste keer dat ze trouwden was in 1942, drie dagen voordat de oorlog uitbrak in Azië. Ze wisten niets van wat er boven hun hoofd hing. In 1946 kwamen ze elkaar weer tegen in Singapore. Het leven en hun hoofden waren in chaos. Er volgde een scheiding, een kind bij een andere vrouw door mijn vader verwekt, een hereniging na een jaar, twee dochters (Patricia en ik) en uiteindelijk konden ze in in 1959 hertrouwen. In Turkije. waar we toen woonden. Op de ambassade. En wat er nog meer gebeurde daarvoor en daarna kun je later lezen in mijn boek met de titel Kind van de Koloniën. Want hoewel de oorlog maar drieënhalf jaar van hun lange leven(vader 84, moeder 94) in beslag had genomen  was die periode alles bepalend. Het leven had een urgentie. In de ondertoon voelde ik altijd een vleug van ongerustheid die bedekt werd met het adagium: Pluk de dag en wees blij!

Die ondertoon van ongerustheid zit in mijn genen. Inmiddels ben ik me daar bewust van en dat heeft mijn leven veranderd. Ik weet precies waar mijn twijfels, angsten en zorgen ontspruiten. Ik neem de tijd om er bij stil te staan. Geef het de ruimte, stel me de vraag of het iets met de realiteit te maken heeft en dan lost het langzaam op als suiker in warm water.

Die ongerustheid zit niet alleen in mij. Het is allesbepalend in de wereld. Iedereen hecht aan van alles behalve aan zichzelf. Ken je jezelf eigenlijk wel? Als dat zo zou zijn, zou je tevreden zijn met je leven en was er geen reden tot ongerustheid. Ongerustheid is net zo besmettelijk als een virus. Je kunt allerlei voorzorg nemen zoals je handen wassen en in je elleboog hoesten, het virus blijft toch ergens hangen en gaat slapen tot het tijd wordt om terug te keren. Zo gaat het ook met ongerustheid. Als alles veilig lijkt doen we net of het er niet is.

Wanneer ik me realiseer hoe krachtig en levensbepalend angstige ongerustheid kon zijn voor mijn leven, weet ik ook dat de wereld last heeft van dezelfde verschijnselen alleen op grotere schaal. Een massa-angst. Een massa-ongerustheid. Het woekert maar voort wanneer de essentie niet wordt aangepakt. Hoewel tot inzicht komen niet heel moeilijk is – het vereist alleen moed om de weg naar binnen te nemen – gebeurt het te weinig. Het is het meer dan waard kan ik je zeggen want zoals gezegd: de realiteit is vele malen vriendelijker en vreedzamer dan wat er in je denken gebeurt.

De mimosaboom

IMG_4363
Het weer is voor mij altijd het weer. Ik heb daar eigenlijk geen oordeel over. Ik word niet humeurig van een grijze lucht of van wekenlang regen. Ik ben eigenlijk wel tevreden met wat voor weer dan ook. In Nederland werkte ik altijd (binnen) en het weer speelde daarbij dus geen rol.

Sinds ik in het natuurpark Serra de São Mamede woon in Portugal is er wel iets veranderd. Ik zit zo bovenop wat er buiten gebeurd dat het weer voelbaar is en heel dichtbij net als de natuur. Weken regen achter elkaar betekent overal plassen en modder en water en spekgladde granieten stenen. De luchten zijn zwaar van het grijs en het water . Ik sprak Portugese vrienden die al een aantal jaren op de vakantiebeurs in Utrecht staan om hun naturisten camping Quinta do Maral in Marvão te promoten en natuurlijk het gewest Alentejo. Dat doen ze uitermate goed want hun goed georganiseerde camping wordt bezocht door veel Nederlandse naturisten. Paula en Nuno blijven meestal nog een week of zo om vakantie te vieren in onze Paises Baixos, onze Lage Landen. Ja, we mogen geen Holanda meer zeggen. Dat heeft Nederland zo bepaalt. Het was internationaal te verwarrend die twee verschillende namen.

Nuno en Paula zijn onder de indruk van het mooie Nederland. En terecht. Ze komen op plekken waar ik nog nooit ben geweest. Alleen die grijze luchten waar dan géén regen uitvalt. Dat schept altijd weer verbazing. Ik moest daar over nadenken en terugdenken omdat ik daar nooit op had gelet. En het is waar. Hier betekent grijze lucht in de meeste gevallen regen. Daar zijn we blij mee. We mogen dankbaar zijn dat we juist hier wonen, want dit microklimaat ontvangt veel water in vergelijking tot de rest van Alentejo. Er is weer genoeg water voor de zomer. Bij ons. Zuidelijker in de Alentejo en in de Algarve is dat een heel ander verhaal. De stuwmeren zijn nog lang niet voor de helft gevuld. Dat is zorgelijk.

En nu is hier de zon weer gaan schijnen. Zo uitbundig, zo warm. In de ochtend bij de opgaande zon hangt de damp in de vallei boven de koude rivier die na alle regenval weer volop stroomt. In de middag haalt het kwik zomaar 22 graden of meer. De lucht is strakblauw en ineens is de mimosaboom van de buren geel.

Mensen komen uit hun winterschulp. Er heerst uitbundigheid. De yogalessen zijn weer vol. Het lijkt wel of er blijheid is over het kunnen achterlaten van de donkere dagen. Dagen waarin geen keuze was dan in jezelf te keren, tegen muren aan te lopen en tegen jezelf. En nu, met de zon en de warmte en de bloemen die ontluiken gaat de mens ook weer open. Hun blik is anders en hun houding. Ik zie gretigheid in hun ogen, een lichaam dat wil bewegen en een geest die wil opnemen.

Wij zijn niet anders dan de natuur. Wij zijn de natuur. Het is alleen dat onze capaciteit om verhalen te verzinnen ons wil doen geloven dat we anders zijn, beter zijn, de baas zijn over alles. Ik geloof niets meer daarvan. De natuur waarnemen is genoeg om te weten dat het leven simpel is. Zie de mimosaboom, die verzint geen verhalen.

Het lepeltje

[português]  [English]

In de loop van de ochtend drink ik meestal één glaasje koffie. Formaat grote espresso met wat room. Daar verheug ik me op. En altijd roer ik met hetzelfde lepeltje. Deze, die je op de foto ziet. Mijn la ligt vol met zilveren lepeltjes. Allemaal uit de familie. Deze komt van Coens moeder en misschien wel van zijn oma. Want die woonden net als mijn familie ook in Nederlands-Indië en namen tastbare herinneringen mee.

Dit lepeltje bestudeer ik graag. Ik vind het knap gemaakt. Een plat vlak dat diepte uitdrukt. Een man op een kar die getrokken wordt door acht karbouwen, met op de voorgrond een palmboom. Indischer wordt het niet.

Iedere dag word ik zo herinnerd aan mijn Indische verleden. Ik zie de sawa’s voor me, ik ruik het land, voel de klamme warmte en hoor de geluiden van de tropische natuur. Ik voel het ritme van het land van mijn ouders in mijn buik. Dat is het enige ritme dat synchroon loopt met mij, met wie ik ben. En dat lepeltje fungeert eigenlijk als anker.

Hier, waar ik woon, in het achterland van Portugal ergens in de bergen, heb ik dat lepeltje eigenlijk niet nodig als anker, want het ritme van Portugal loopt synchroon met mijn ingeboren Indische ritme. Te mogen leven met zoveel gemak en met zo weinig prikkels die niets te maken hebben met een natuurlijk leven, is voor mij een zegen. Nog dagelijks kan ik een zucht van verlichting slaken over dit geschenk.

Mijn leven hiervoor was uitstekend. Helemaal zelf gedaan met de ingrediënten die ik van mijn opvoeders en omgeving heb meegekregen. Ik vind het zelf wel een knap staaltje werk. Ik heb alle mogelijke talenten ontwikkeld, kinderen opgevoed, de kost verdiend en vele malen ben ik ongezien in het diepe gedoken. Vooral die duiken hebben me veel gebracht. En deze voorlopig laatste duik naar de plek waar ik nu woon, heeft vele openbaringen gebracht. Ik ken mezelf beter dan ooit en ben in staat om in mijn Indische ritme te blijven en verder te groeien naar een bewuster mens.

Voor mij was het praktisch onmogelijk om die groei door te maken in een omgeving waar de natuur ver te zoeken is. Waar de economische en digitale druk zo hoog is dat er geen tijd meer over is om wat je noemt tot jezelf te komen.

Ja, zogenaamd. Dat wel. Een weekendje naar de hei, fietsen, een strandwandeling. Wat je ook doet. De druk blijft. En natuurlijk is de mens sterk genoeg – in de meeste gevallen – om daarmee te dealen. De vraag is alleen: waarom zou je?

Ik zie hier jonge mensen met kleine kinderen die bewust uit de grote stad zijn weggegaan om zich hier te vestigen. Met weinig middelen, zonder enige zekerheid en uitermate creatief in het verdienen van wat geld om te kunnen leven. Het is een verademing. Er is tijd om te leven. En het grappige is dat iedereen dat moet leren. Eerst ligt het tempo nog hoog en de Portugese mentaliteit is het beste hulpmiddel om te leren vertragen. De locals hebben nooit haast.

Mijn verleden is mijn heden. Het oude lepeltje dat de wereld rondging, roert langzaam mijn bruine koffie en witte room tot een homogeen Portugees glaasje koffie.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Tante Willy

[português] [English]

Mijn tante Willy was geen echte tante. Ze was wat je noemt een Indische tante. En dat zijn tantes die geen bloedeigen familie zijn en wel zo worden beschouwd. Tante Willy overleed heel lang geleden. Ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Ze woonde toen in een huurflat helemaal aan het einde van de Laan van Meerdervoort in Den Haag. Vanuit de stad voorbij het Savorin Lohmanplein aan de linkerkant. Ik kwam daar wel eens met mijn moeder. Gingen we thee drinken bij haar. Ook was zij altijd op de koempoelans van de verjaardagen bij ons thuis.

Tante Willy was een tanige, rijzige vrouw met parelmoer gelakte nagels waar ribbeltjes in zaten. Vroeger had haar man een baan op een suikerfabriek niet ver van Bandoeng. Hun kinderen, zoals de meeste kinderen van mensen die op ondernemingen werkten, zaten in de kost in de stad Bandoeng om daar naar school te gaan. Toen de crisis uitbrak begin vorige eeuw, raakte haar man zijn baan kwijt en kwamen ze in Bandoeng wonen. Mijn grootvader Wim regelde een huis voor het gezin en hielp met geld. Want uitkeringen of een ander opvangnet bestond toen niet. Tante Willy begon meteen een kosthuis voor kinderen van ondernemingen. Er moest per slot geld verdiend worden.

Mijn moeder die goed bevriend was met de kinderen van tante Willy vertelde altijd dat zij wel een cipier leek. Ze liep met een bundel sleutels aan haar ceintuur en was behoorlijk streng voor de kostgangers en haar eigen kinderen Klein en Broer. Dat kon ik me best voorstellen als ik haar zo bestudeerde.

De Tweede Wereldoorlog kwam en ging. De Japanse bezetting werd doorstaan en Tante Willy kwam ook in Nederland terecht. Zonder man.

Wel met wat schamele bezittingen. Waaronder deze bank. Die stond altijd in de hal van het kosthuis, vertelde mijn moeder eens. En nu daar op de flat aan de Laan van Meerdervoort stond hij in de kamer. Met kussens, rommeltjes en tijdschriften erop. Het was het pronkstuk van de kamer. Het was er heel Indisch. Met sarong aan de muur en overal Indische snuisterijen. Maar die bank sprong in het oog. Tante Willy zat er nooit op. Ze had een hoge stoel met een rond tafeltje ernaast en in de kamer schemerde het altijd, op welk tijdstip je ook binnenliep.

Na haar dood stond de bank ineens bij mijn moeder thuis. Die had ze geërfd. Klein en Broer hadden geen interesse. Voor mijn moeder was het een herinnering. Aan vroeger. Niet om lekker op te zitten want zo comfortabel is die bank niet. Bij mijn moeder stond de bank prachtig met erboven aan de muur twee beeldschone panelen van djatihout en ingelegd met parelmoer. Had ze gekocht op een veiling ter restauratie.

Na de dood van mijn moeder kwam de bank naar mij. Mijn zus Patricia had geen interesse en ik kon ook geen afscheid nemen van dit stukje geschiedenis. Hij heeft altijd in de weg gestaan bij mij en tot mijn grote spijt past hij eigenlijk niet in mijn huis waar ik nu woon. Maar ik heb extreem veel geluk. Want mijn zus Patricia heeft hier een huis gekocht dat gemaakt lijkt te zijn voor de Indische bank. Dus nu komt het pronkstuk bij haar te staan en kan ik er naar komen kijken en op gaan zitten wanneer ik wil.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Page 1 of 15

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: