Liesbeth Steur

lerares hatha-yoga en schrijver

Tag: foto op dinsdag Page 1 of 13

Op de fiets

1952, Den Haag, Schenkweg. Mijn moeder Els, ik voorop, Patricia achterop en mijn vader Kees die met ons gaat fietsen maakt de foto.

[English]  [português]

Een fiets met twee kinderzitjes was de normaalste zaak van de wereld. Vroeger. In Nederland. Eentje voor. Voor de jongste. En, eentje achter. Voor de oudste. Waar je als oudste altijd voorop mocht zitten werd je toch mooi van deze plaats weggepromoveerd zodra de tweede kon zitten. Dat was namelijk voor grote kinderen. Daar moest je als oudste dan blij mee zijn. Met als uitzicht de rug van je moeder of van je vader.

Nu ik dit zo schrijf zou dat ook zomaar wel eens een kindertraumaatje extra kunnen zijn. Ik weet het niet. Eerst staan de eerstgeborenen hun unieke plaats af aan een tweede en dan worden ze later nog eens naar achteren gezet.

Maar ik ben de jongste en heb daar dus geen last van. Als jongste heb ik heel andere problemen om te tackelen. En daar gaan we het nu niet over hebben.

Sinds hier een nieuw bedrijfje is gestart dat railbikes verhuurt om het in onbruik geraakte spoor op en neer te fietsen – als plezierig uitstapje – word ik geconfronteerd met een herinnering van heel andere orde. Ook hier is – zoals in de hele wereld – bekend dat Hollanders fietsers zijn en aangezien ook ik uit Nederland kom, denken de Portugezen dat ik fietsen leuk vind.

Toen mijn jongens klein waren, leg ik hun dan geduldig uit, toen fietste ik alles. Verplicht. Door weer en wind. Niet alleen met twee kinderen aan boord maar ook nog met alle boodschappen. Dagelijks.

Van supermarkten en tweede auto was nog niet echt sprake. Wel van de kruidenier, slager en groenteboer op de hoek. Ik heb in die jaren alle straten van Den Haag wel doorkruist.

Mijn stratenkennis was zo goed als die van de klassieke taxichauffeur. Zeker toen kinderen nog allemaal bij elkaar in de straat gingen spelen. Halen en brengen was aan de orde van de dag. Of het nou stormde, regende of niet. Ik heb voor mijn gevoel mijn knieën daarmee stuk gefietst. Of dat waar is? Ik weet het niet. Ik denk van wel. Tegen de tijd dat de jongens alles zelf konden fietsen toen ze zo’n negen jaar oud waren en zelf ook naar de sportclub konden gaan, ben ik opgehouden met dat zware werk en mezelf bezworen dat nooit meer te doen. Het heeft minstens vijf jaar geduurd voordat mijn knieën weer redelijk normaal functioneerden. En gelukkig is dat zo gebleven tot op de dag van vandaag. Dus fietsen is voor mij een gepasseerd station. Ik loop liever kilometers dan dat ik ooit nog een pedaal rond trap.

En dan word ik hier, in the middle of nowhere, geconfronteerd met dat oude besluit. In een land waar fietsen zo impopulair is als de fado zingen in Holland. Iedere keer leg ik weer beleefd uit dat ik een hekel heb aan fietsen. En dan komt iedereen met het advies, dat het leuk is, zo midden in de natuur en dat het niet zwaar is (hoezo niet zwaar, een vals plat omhoog gedurende een uur of zo) en dat je samen fietst. Dus de lasten zijn verdeeld.

Ik hoor de verhalen aan, zie af en toe deelnemers terugkomen en denk dan bij mezelf: echt niet!

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Saudades


Echt, dit jaar ben ik er niet bij. Niet bij de opening, niet tijdens en ook niet bij de sluiting. De Tong Tong Fair 2019 gaat aan mij voorbij. Met een goede reden. Ik reisde tegen mijn gewoonte in, eind april al naar Nederland. Mijn zus fotografe Patricia Steur ontving een koninklijke onderscheiding van de burgemeester van Amsterdam. Ze werd Ridder in de Orde van Oranje Nassau. En dat grote feest wilde ik niet missen. Gelukkig heb ik een abonnement op Moesson en ben ik Sobat van TTF. Zo blijf ik op de hoogte van het nieuws en het ouds.

Gisteren lag het meinummer van Moesson in mijn postbus. Misschien was het blad er al eerder en ik check mijn postbus alleen als ik er langs rijd op weg naar de grote stad. Mooie cover! Het weekend vind ik wel tijd om te lezen, nu kijk ik er naar in het voorbijgaan en verheug me.

Tong Tong is al lang in mijn leven. Vanaf 1961. Toen kwamen wij in Nederland wonen. We bezochten de Pasar Malam Besar in de Dierentuin van Den Haag. Oprichter Tjalie Robinson kwam thuis bij mijn ouders. Tijdens de Houtrusthallen periode liepen we er modeshows en werkten we als kaartjesknippers bij de bioscoop. We dansten in de Marathon. Ik werkte begin jaren negentig een tijd voor de redactie van tijdschrift Moesson aan de Prins Mauritslaan in Den Haag.

Zelfs in Portugal ben ik nog verweven met Tong Tong en Moesson. Iedere dag ruim ik een asbak op die dateert uit 1976 en van mijn ouders komt. Hij is niet mooi en toch koester ik dat ding. Het is natuurlijk te erg dat ik een roker heb in huis en iedere keer word ik herinnerd aan mijn Indisch zijn. En niet alleen door die asbak. Waar ik woon, in de bergen bij een dorp in het achterland van Portugal, heerst de sfeer die ik ken van het achterland op Java. Riviertjes, vrouwen die de was doen, alles plan plan en tijd om lekker te eten en vooral om in de schaduw te zitten onder het gebladerte van de bomen.

En nu schrijf ik in de middagen in de koelte van mijn huis aan een boek over mijn Indische familie. Ook plan plan. Het archief met brieven is groot en lezen kost tijd. Het verhaal begint vorm te krijgen. Gelukkig heb ik altijd veel gepraat met mijn ouders en veel heb ik, toen ze nog leefden, al geregistreerd. Het blijft toch spannend. Soms ontdek ik dingen die ik niet wist. Geen echte lijken in de kast en wel heel verrassend. Het is niet alleen een kwestie van de puzzel leggen. Soms heb ik tijd nodig om dat wat ik niet wist een plaats te geven. Dan schrijf ik pas verder. Zowel de Tong Tong Fair als tijdschrift Moesson inspireren me altijd om verder te gaan. De geschiedenis wordt volgens mij toch echt geschreven door mensen die het onderwerp zijn geweest van de gebeurtenissen. Hun verhalen zijn goud waard.

File

Ik heb een buurvrouw van 86 jaar. Ze is klein en tenger. Haar huid vertoont rimpels en ondanks dat ze altijd een strooien hoed draagt, is ze altijd bruin. Ze woont eenvoudig. Binnen stookt ze een houtvuurtje in de hoek van de kamer. De keuken bestaat uit een klein fornuis . Buiten is het aanrechtje met stromend water uit de bron. Ze woont in het achterhuis van haar eigen grote huis. In het hoofdhuis woont nu haar dochter met man en dochter. En haar vrijgezellen zoon woont tussen zijn moeder en zus in. De hele familie in een groot huis. Ieder met een eigen leven en allemaal volledig zelfstandig.

Oma, zoals ik haar noem, kan mooi vertellen over hoe het vroeger was. Als je wat geld had, had je een muildier of ezel met een wagen. Onder andere als vervoersmiddel naar het dorp. Meestal liep ze naar Marvão, de berg op en af, om daar te werken. De weg naar de boerderij was een bijna onbegaanbaar geworden Romeins pad en de wagen kon niet voor de deur komen.

Nu is dat wel anders. Het Romeinse pad is geasfalteerd, de grote brokken graniet zijn weggehaald. Wij wonen aan hetzelfde weggetje. Sinds een aantal jaren is er waterleiding en de straatverlichting bleef niet uit. Trouwens vele wegen zijn inmiddels geasfalteerd, zelfs mooie zeer toegankelijk verharde wegen.

De importbewoners – de allochtonen – spreken daar dan weer schande van. De autochtonen ervaren het als vooruitgang.

Het autobussennetwerk in Portugal is prima alleen op het platteland wordt het steeds kariger. Minder bewoners, minder kinderen, minder van alles en meer allochtonen. Tegenwoordig heeft bijna ieder gezin dan ook een auto. En toch is het nooit druk. De enige file van twee of drie voertuigen, die wel eens ontstaat, wordt veroorzaakt door twee dingen:

  1. Als er vee over de weg loopt omdat het naar een andere weide wordt begeleid of omdat het is uitgebroken.
  2. Als een Portugees midden op de weg stopt om te praten met zijn buurman.

Laatst toen ik terugreed van mijn yogastudio, waren het de koeien. De boer zei nog sorry, maar dit was werk. Het vee moest toch echt ergens anders grazen.

Zo’n oponthoud doet me altijd goed. Ik heb geen haast er is nog meer tijd om de omgeving in me op te nemen. Nooit gedacht dat het nog eens plezierig zou zijn om in de file te staan.

Het verschil tussen Koos en mij

Gisteren las ik bij mijn ontbijt een artikel over meditatie. Dat is niets bijzonders. Voor mij. Zeker nu er zoveel wetenschappelijke onderzoeken worden gedaan naar de effecten van meditatie op het brein. Want ik weet dat meditatie werkt op de conditie van lichaam en geest. Uit ervaring. Uitleggen kan ik het niet dus blijf ik met vragen zitten waarvan ik de antwoorden hoop te vinden in boeken of artikelen.

Ik las een – voor mij – nieuw werkwoord: catastrophize. In het Nederlands bestaat het niet (tenminste, niet in de Van Dale). Ik zou het vertalen als “in catastrofen denken”. Een continu stroom van gedachten over alles dat mis kan gaan in het leven. Van het missen van de bus, iets dat je vergeten bent te doen, tot een aanslag of een oorlog in je leven of zelfs de dood. Specifiek die gedachten worden geproduceerd door een bepaald deel van je brein (ook wel je apenbrein genoemd) en die komen opzetten (want dat lijken gedachten te doen, die zijn er ineens) zodra je gaat stilzitten om in meditatie te gaan. Dat apenbrein klets de hele dag en als je stilzit, kun je het goed horen. En niet alleen als je begint met niks doen. Ook als je ’s ochtends wakker wordt en nog in een twilight zone zit. Soms merk ik, vooral bij verblijf in die overgangszone, dat er doemgedachten verschijnen en vraag me altijd af waarom dat is. In de werkelijkheid is er helemaal niets aan de hand en toch … .

Tegenwoordig ben ik me er bewust van en dat alleen al activeert weer andere delen van mijn brein waardoor de aap in mijn hoofd naar de achtergrond verdwijnt. Net zo snel als de catastrofes komen opzetten, verdwijnen ze dan weer. Het langdurig of in ieder geval regelmatig trainen van je brein heeft zoveel voordelen dat iedere tien minuten die je dagelijks in stilte doorbrengt een grote winst opleveren. Zelfs zoveel winst dat je meer en meer empathie voor jezelf ontwikkelt en minder streng oordeelt over jezelf, de ander en de wereld. Het gevolg is een helder hoofd en een lichter leven.

De rest van de dag ben ik op het land geweest, heb ik meer zaadjes gezaaid voor de moestuin en nieuwe kussens gemaakt voor twee bankjes die in de tuin staan. Kortom een creatief zonovergoten dagje. Met een kopje thee keek ik na gedane arbeid om me heen en zag ineens Koos op het trappetje naar de veranda liggen.

Tja, zou een hond ook een apenbrein hebben? Zou een hond ook “catastroferen”?

Nee, echt niet. Teckel Koos al helemaal niet. Die denkt alleen aan eten. Koos lijkt trouwens de halve dag – zo niet de hele – te mediteren. Zijn empathie voor zichzelf is 100% ontwikkeld. Overdag slapen – zoals hier op het trappetje – en als het donker wordt op de omliggende terreinen de zwijnen verjagen met zijn stoere geblaf. Om daarna op de late avond lui op de bank te liggen dromen.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Page 1 of 13

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: