Liesbeth Steur

schrijver in Portugal

Tag: Extremadura Page 2 of 3

In heel Spanje is de hemel onbewolkt

Wie ben je ...

Wie ben je …

Het café dat ik in de ochtend met vriendin Leone* binnenloop voor een cafe con leche staat vol mannen en één vrouw. Koffie, migas, brood met tomaat. Razendsnel gaat alles over de toonbank. Buiten in de tent die dienst doet als overdekt terras zitten de rokers. En wij. Leone rookt. Buiten regent het zo hard dat de overkant van de straat nauwelijks zichtbaar is. Leone en ik zijn nu drie kwartier onderweg naar Badajoz. Leone stopt graag hier. Zo’n tien kilometer vóór Badajoz.

“De koffie is hier goed en de migas heerlijk. Dat komt door de militaire basis hier. Zoveel klandizie in al deze cafés. Hoge omzet en concurrentie. Dat verhoogt de kwaliteit.”

De muur achter de bar hangt vol memorabilia en foto’s. De Burgeroorlog zie ik. Het wachten op de koffie gaf net genoeg tijd voor die conclusie. De Burgeroorlog. Eén foto springt eruit. Frons. Bandje onder de kin. Ontblote, bezwete borst. Warm. De hemel onbewolkt. Actie binnen een seconde. Wie is hij? Falangist? Hoofddeksel met kwast. Ja dus.

In de nacht van 17 op 18 juli 1936 brak de opstand uit. Radio Ceuta gaf het afgesproken signaal door:

“In heel Spanje is de hemel onbewolkt”.

Toen. Nu niet. Het migas ontbijtje met gestoofde knoflook en rode paprika was lekker, de koffie goed, de regen nat.

 

*www.leoneholzhaus.com

Viva los novios!

Ons eerste Spaanse huwelijk. Als zakelijke partners van de vader van de bruidegom kunnen we niet worden overgeslagen. Eigenlijk kunnen Spaanse novios niemand overslaan, geen oom en geen tante en geen buurvrouw. Dat zal later blijken.

Het is half zeven in de middag als we bij de Iglesia de Nuestra Señora de Rocamador aankomen. De thermometer van de farmacia waar we zojuist langs liepen, vertoonde alleen twee rode knipperende streepjes. Dat gebeurt vaker als de vijfendertig graden zijn gepasseerd. We wachten buiten op het bruidspaar en ondertussen schudden we handen, zoenen we mooi opgemaakte gezichten en maken we praatjes. De vrouwen bewonderen elkaars jurken. ¡Que guapa! is de meest gehoorde uitroep. De naaldhakken fascineren me. Geen vierkante centimeter egale stoep in het hele dorp en toch komen de meisjes waar ze zijn moeten. Naast me in de kerkbank zitten vrouwen te waaieren met hun waaiers. Ik profiteer ervan. Ongemerkt begint de mis. De lagen stof op het prachtige retabel vallen me op terwijl de oude priester zijn verhaal monotoon afdraait. Niemand luistert. Iedereen is met zichzelf of de ander bezig. En toch zit de mis ingebakken. Ze weten precies wanneer te staan, te zitten of te knielen en alle teksten – van het met veel inzet enigszins vals zingende koor – worden meegezongen. De kerkdienst duurt nog geen uur en zelfs tijdens de viering van de eucharistie is de stilte de grote afwezige. Na de dienst volgt het belangrijkste deel van de trouwplechtigheid: de zegen halen bij Nuestra Señora de los Remedios, de beschermheilige van het dorp. Het is een hele onderneming om bij de kapel boven op de berg te komen, maar de familie begeleidt het kersverse echtpaar. Wij gaan vast naar het Convento de San Pedro, het plaatselijke luxe hotel met de allergrootste zalen van de streek, waar we feest gaan vieren. Het is halftien als het hek naar het terras opengaat. De mensen stromen naar binnen. Overal staan bars. De gesprekken gaan over de hoeveelheden voedsel en drank, over wat het allemaal niet kost, over wat ons nog te wachten staat en over wie er wel en niet zijn. Geld speelt geen rol. Het beste van het beste is niet goed genoeg. Tot ieders tevredenheid en onze oprechte verbazing. Ik stel vragen en mijn Spaanse vrienden die daar inmiddels aan gewend zijn,  weten haarfijn uit te leggen hoe de familiebanden in elkaar zitten, dat we jamon van de echte pata negra snoepen en dat ik de kaas uit Carbajo niet mag overslaan. Er wordt met aandacht voor mij gezorgd. Weigeren is moeilijk. Hoewel ik weet dat me nog een heel diner te wachten staat waar nog zo´n 270 andere gasten bij zullen zijn. Oud en jong. De middenstanders, de notabelen en de hele, maar dan ook de hele familie. Behalve dan die ene oom uit Madrid. Hem wordt nog steeds kwalijk genomen dat hij zijn gezin in de steek heeft gelaten.

Om elf uur mogen we de eetzaal in waar de airconditioning op volle toeren draait. Het bruidspaar met ouders zit op een podium zodat ze de zaal kunnen overzien. We zijn ingedeeld aan de tafel van de broers en zus van onze compagnon. Hun kinderen zijn er ook. De jongens zijn gepassioneerde motorsporters. Ze kunnen verhalen over de Grand Prix van Jerez de La Frontera waar ze zijn geweest en waar ze Pedrosa hebben zien winnen. Ze werken in de garage van hun vader. Twee anderen zijn bij de Guardia Civil. De jongen treedt in de voetsporen van zijn vader Manolo en het beeldschone tengere meisje dient in Guadalajara. Ze is geen beginneling blijkt uit haar verhalen. Haar vriend, ook bij de Guardia, kan dat beamen. Manolo zit naast mij.  Hij is een grote, donkere man van tegen de vijftig. Zijn pensioen staat voor de deur. En daar verheugt hij zich op. Hij heeft nog meer grappen en grollen dan anders. Hij is op dreef. De hele tafel ligt regelmatig dubbel. Soms staat hij ineens op, zwaait met zijn servet boven zijn hoofd, gebaart de hele tafel hetzelfde te doen en roept boven alle lawaai en muziek uit: ¡Viva los novios! Alle 269 mensen kijken naar ons, strekken hun armen in de lucht en roepen in koor: ¡Viva los novios! Er wordt geklapt. Dan gaat iedereen weer door met eten en praten. De jeugd slaat de meeste gangen, die in een razend tempo worden opgediend, over. Alleen de langoustines en gambas vallen in de smaak en het toetje. Tegen half één is het diner afgelopen. Toñi, de moeder van de bruidegom deelt persoonlijk cadeautjes uit. Ze wordt geholpen door de bruidsmeisjes. De mannen krijgen een blikje met sigaartjes, de vrouwen een oogschaduwsetje. De cadeautjes zijn gedurende weken met aandacht en liefde ingepakt, dat is te zien en worden nu met inhalige gretigheid uitgepakt, waarna de eetzaal leegstroomt en de danszaal vol. De mannen staan al met volle glazen bij de bar. Het is tijd voor de cuba libres, whisky-cola´s en gin-tonics. Om twee uur wordt eindelijk het dansfestijn geopend door het bruidspaar. In de zwoelte van de avond, buiten op het terras onder de palmbomen, kijken we elkaar met veel begrip aan. Genoeg is genoeg. We sluipen weg richting auto samen met de stokoude tantes van wie nog één een rijbewijs blijkt te hebben en een auto. We helpen ze met instappen.

“Dank je en nu moeten jullie terug om te feesten!” roepen ze ons welgemeend toe.

“Si, si! No te preocupes!” is ons antwoord. We zwaaien tot ze uit ons zicht zijn verdwenen. Dan stappen we zelf in de auto. Met open ramen en de wind in ons haar rijden we naar huis, de nacht in en de stilte tegemoet.

Geld tellen

Parque de España

(eerder gepubliceerd in Nouveau Magazine van maart 2012)

Het is een zonnige dag in maart als ik op weg ga naar het dorp om de verkoop rond te breien van een Spaans dorpshuisje aan de Nederlander Bjorn. Want dat is het: rondbreien. Het is nooit een kwestie van gezamenlijk naar de notaris gaan. Op afspraak. Akte voorlezen, tekenen, sleutels. Nee, daar in het achterland gaat het anders.

Ik heb afgesproken in Hotel El Clavo. Daar mag ik altijd achterin de “nette” eetzaal kopers en verkopers ontvangen om de pre-deal te sluiten. We krijgen koffie of wijn, afhankelijk van het tijdstip en niemand die iets vraagt. Dat hoeft ook niet want iedere Spanjaard weet wat er gebeurd. Een deel van de koopsom wordt vóór het tekenen van de akte bij de notaris, cash afgerekend. Dat deel verschijnt niet in de koopakte waardoor er minder belasting wordt betaald. Dat is de hele opzet. Want als een Spanjaard ergens een broertje dood aan heeft dan is het aan de belastingdienst. De meeste notarissen hebben voor die handeling een apart zaaltje, maar onze dorpsnotaris is niet zo ruim behuisd. Vandaar de eetzaal.Verkopers Salu en Antonio met broer Manuel staan geanimeerd te praten met koper Bjorn die wonder boven wonder Spaans spreekt. Dat Manuel erbij is voorspelt niet veel goeds. We groeten elkaar uitbundig waarop Bjorn en ik aan een aparte tafel gaan zitten. Bjorn die volledig op de hoogte is van deze procedure trekt een envelop en gaat tellen. Ik tel mee. Dat blijft een spannend moment want 25.000 euro tellen vergt wat concentratie en, het duurt even. Het klopt. We kijken elkaar aan en lopen naar de tafel van de verkopers. Ik ga zitten en vraag ze op te letten. Het wordt doodstil. Ik tel langzaam en leg het geld in stapeltjes. Bij ieder stapeltje kijk ik ze aan. Bij 25.000 is het klaar. Het klopt vinden Salu en Antonio, maar Manuel twijfelt. “Nee, het klopt niet.” Er ontstaat een verwoede discussie tussen de drie. Wel, niet, wel, niet. “Manuel, tel jij het zelf maar, dan zul je zien dat het klopt.” Ik bewaar mijn geduld. Hoe meer mensen hoe meer verwarring en ik ken Manuel. Hij schraapt het geld op een grote stapel en met veel omhaal begint hij te tellen. Alsof hij zijn leven niets anders heeft gedaan. Tot hij de tel kwijt raakt. Dan probeert Antonio het. Ook hij raakt de tel kwijt. Antonio vraagt Salu goed op te letten en weer gaat het mis. We zijn een half uur verder en Bjorn is naar de bar gelopen voor een biertje. “Zal ik het nog eens tellen, want de afspraak met de notaris is over tien minuten.”En dat is wat ik doe. Weer 25.000 euro tellen. Het klopt. Ik kijk ze aan en vraag:

Dacuerdo? Mee eens? Ze zien er wat verward uit en geloven me nu op mijn woord. Salu mag het geld in haar nooit gebruikte, lege handtasje stoppen. Het past. Nu komt het spannendste moment. Er is namelijk niets getekend en wel iets betaald. We lopen in goed vertrouwen naar de notaris waar de akte zonder problemen wordt gepasseerd. Ik slaak een zucht van verlichting. Weer gelukt.

Kamertemperatuur

Het was nog vroeg in de ochtend toen ik uit het keukenraam keek. De temperatuur was die nacht tot ver onder nul gezakt en nu was de hemel blauw, de aarde wit en de waterleiding bevroren. Uit het huisje van de achterburen zag ik Juana en Joaquin naar buiten komen. Ze liepen naar de grote, groene deur van hun schuur. Daar bleven ze bewegingloos staan, naast elkaar, gezichten in de zon. Na een half uurtje kwamen ze in beweging. Juana van 82 jaar ging water halen bij de pomp, Joaquin van 83 liep het land op naar zijn ezel.

Een jaar eerder bracht ik mijn eerste winternacht door in Extremadura. We logeerden in een modern, door een architect ontworpen huis. Midden in een bos van kurkeiken. Een pronkstuk van design en volgens de trotse eigenaar ecologisch verantwoord. Die nacht zal ik niet snel vergeten. Het was zo koud dat ik zelfs met donsjas aan, onder een dekbed nauwelijks kon slapen vanwege een bevroren lijf. Terwijl mijn lief in diepe slaap was, knipte ik het bedlampje aan. Lezen, dacht ik, dat helpt we vast de nacht door. Het zonne-energie licht was de spelbreker. Ik zag geen letter, al hield ik het lampje op mijn boek. De volgende dag stond de ontbijttafel gedekt in de eetkamer waar door de open ramen de zon binnenstroomde. Meer dan tien graden Celsius was het niet. En ik was net warm geworden onder een hete douche waar ik onzuinig, ecologisch absoluut onverantwoord, heel lang onder had gestaan.

“Koud?” vroeg mijn gastvrouw verbaasd. “Het is helemaal niet koud.”

Bij moeder Felipa thuis was het niet veel beter. Ze nodigde me uit in haar huis nadat we met haar familie een ochtend kastanjes hadden geraapt op haar stuk land. Ook hier was het binnen kouder dan buiten en brandde de glimmende houtkachel niet. Felipa gebaarde me om aan de ronde tafel te gaan zitten waarover een tafelkleed lag van zware velours dat reikte tot op de grond. Dat deed ik. Carmen, Francisco en Lola ook. Ze tilden het kleed op, legde het op hun schoot en zetten hun voeten op een verhoging onder de tafel. “Zo moet je doen!” Het was aangenaam warm onder tafel. Toen ik onder het kleed keek zag ik dat in de verhoging een ronde bak hing met gloeiende kooltjes.

Nu woon ik zelf in een honderd jaar oude boerderij met muren van bijna een meter dik. Zonder centrale verwarming. En wel met de grootste houtkachel die we konden vinden. Een kachel die de hele nacht doorsuddert zodat het in de vroege ochtend aangenaam is. In de badkamer heb ik een elektrische radiator en in mijn werkkamer ook. Ik hoef dus niet in de zon te staan om op te warmen.

“Ja, dat is nou jammer dat je niet in de zon hoeft te staan “, zegt vriendin Lola.

“Jammer?”

“Ja, jammer. Want terwijl jij binnen bij je kachel zit, worden Juana en Joaquin gratis warm en krijgen als bonus hun dagelijkse dosis vitamine D.”

Page 2 of 3

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: