Liesbeth Steur

lerares hatha-yoga en schrijver

Tag: Den Haag Page 1 of 4

Tante Willy

[português] [English]

Mijn tante Willy was geen echte tante. Ze was wat je noemt een Indische tante. En dat zijn tantes die geen bloedeigen familie zijn en wel zo worden beschouwd. Tante Willy overleed heel lang geleden. Ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Ze woonde toen in een huurflat helemaal aan het einde van de Laan van Meerdervoort in Den Haag. Vanuit de stad voorbij het Savorin Lohmanplein aan de linkerkant. Ik kwam daar wel eens met mijn moeder. Gingen we thee drinken bij haar. Ook was zij altijd op de koempoelans van de verjaardagen bij ons thuis.

Tante Willy was een tanige, rijzige vrouw met parelmoer gelakte nagels waar ribbeltjes in zaten. Vroeger had haar man een baan op een suikerfabriek niet ver van Bandoeng. Hun kinderen, zoals de meeste kinderen van mensen die op ondernemingen werkten, zaten in de kost in de stad Bandoeng om daar naar school te gaan. Toen de crisis uitbrak begin vorige eeuw, raakte haar man zijn baan kwijt en kwamen ze in Bandoeng wonen. Mijn grootvader Wim regelde een huis voor het gezin en hielp met geld. Want uitkeringen of een ander opvangnet bestond toen niet. Tante Willy begon meteen een kosthuis voor kinderen van ondernemingen. Er moest per slot geld verdiend worden.

Mijn moeder die goed bevriend was met de kinderen van tante Willy vertelde altijd dat zij wel een cipier leek. Ze liep met een bundel sleutels aan haar ceintuur en was behoorlijk streng voor de kostgangers en haar eigen kinderen Klein en Broer. Dat kon ik me best voorstellen als ik haar zo bestudeerde.

De Tweede Wereldoorlog kwam en ging. De Japanse bezetting werd doorstaan en Tante Willy kwam ook in Nederland terecht. Zonder man.

Wel met wat schamele bezittingen. Waaronder deze bank. Die stond altijd in de hal van het kosthuis, vertelde mijn moeder eens. En nu daar op de flat aan de Laan van Meerdervoort stond hij in de kamer. Met kussens, rommeltjes en tijdschriften erop. Het was het pronkstuk van de kamer. Het was er heel Indisch. Met sarong aan de muur en overal Indische snuisterijen. Maar die bank sprong in het oog. Tante Willy zat er nooit op. Ze had een hoge stoel met een rond tafeltje ernaast en in de kamer schemerde het altijd, op welk tijdstip je ook binnenliep.

Na haar dood stond de bank ineens bij mijn moeder thuis. Die had ze geërfd. Klein en Broer hadden geen interesse. Voor mijn moeder was het een herinnering. Aan vroeger. Niet om lekker op te zitten want zo comfortabel is die bank niet. Bij mijn moeder stond de bank prachtig met erboven aan de muur twee beeldschone panelen van djatihout en ingelegd met parelmoer. Had ze gekocht op een veiling ter restauratie.

Na de dood van mijn moeder kwam de bank naar mij. Mijn zus Patricia had geen interesse en ik kon ook geen afscheid nemen van dit stukje geschiedenis. Hij heeft altijd in de weg gestaan bij mij en tot mijn grote spijt past hij eigenlijk niet in mijn huis waar ik nu woon. Maar ik heb extreem veel geluk. Want mijn zus Patricia heeft hier een huis gekocht dat gemaakt lijkt te zijn voor de Indische bank. Dus nu komt het pronkstuk bij haar te staan en kan ik er naar komen kijken en op gaan zitten wanneer ik wil.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Op de fiets

1952, Den Haag, Schenkweg. Mijn moeder Els, ik voorop, Patricia achterop en mijn vader Kees die met ons gaat fietsen maakt de foto.

[English]  [português]

Een fiets met twee kinderzitjes was de normaalste zaak van de wereld. Vroeger. In Nederland. Eentje voor. Voor de jongste. En, eentje achter. Voor de oudste. Waar je als oudste altijd voorop mocht zitten werd je toch mooi van deze plaats weggepromoveerd zodra de tweede kon zitten. Dat was namelijk voor grote kinderen. Daar moest je als oudste dan blij mee zijn. Met als uitzicht de rug van je moeder of van je vader.

Nu ik dit zo schrijf zou dat ook zomaar wel eens een kindertraumaatje extra kunnen zijn. Ik weet het niet. Eerst staan de eerstgeborenen hun unieke plaats af aan een tweede en dan worden ze later nog eens naar achteren gezet.

Maar ik ben de jongste en heb daar dus geen last van. Als jongste heb ik heel andere problemen om te tackelen. En daar gaan we het nu niet over hebben.

Sinds hier een nieuw bedrijfje is gestart dat railbikes verhuurt om het in onbruik geraakte spoor op en neer te fietsen – als plezierig uitstapje – word ik geconfronteerd met een herinnering van heel andere orde. Ook hier is – zoals in de hele wereld – bekend dat Hollanders fietsers zijn en aangezien ook ik uit Nederland kom, denken de Portugezen dat ik fietsen leuk vind.

Toen mijn jongens klein waren, leg ik hun dan geduldig uit, toen fietste ik alles. Verplicht. Door weer en wind. Niet alleen met twee kinderen aan boord maar ook nog met alle boodschappen. Dagelijks.

Van supermarkten en tweede auto was nog niet echt sprake. Wel van de kruidenier, slager en groenteboer op de hoek. Ik heb in die jaren alle straten van Den Haag wel doorkruist.

Mijn stratenkennis was zo goed als die van de klassieke taxichauffeur. Zeker toen kinderen nog allemaal bij elkaar in de straat gingen spelen. Halen en brengen was aan de orde van de dag. Of het nou stormde, regende of niet. Ik heb voor mijn gevoel mijn knieën daarmee stuk gefietst. Of dat waar is? Ik weet het niet. Ik denk van wel. Tegen de tijd dat de jongens alles zelf konden fietsen toen ze zo’n negen jaar oud waren en zelf ook naar de sportclub konden gaan, ben ik opgehouden met dat zware werk en mezelf bezworen dat nooit meer te doen. Het heeft minstens vijf jaar geduurd voordat mijn knieën weer redelijk normaal functioneerden. En gelukkig is dat zo gebleven tot op de dag van vandaag. Dus fietsen is voor mij een gepasseerd station. Ik loop liever kilometers dan dat ik ooit nog een pedaal rond trap.

En dan word ik hier, in the middle of nowhere, geconfronteerd met dat oude besluit. In een land waar fietsen zo impopulair is als de fado zingen in Holland. Iedere keer leg ik weer beleefd uit dat ik een hekel heb aan fietsen. En dan komt iedereen met het advies, dat het leuk is, zo midden in de natuur en dat het niet zwaar is (hoezo niet zwaar, een vals plat omhoog gedurende een uur of zo) en dat je samen fietst. Dus de lasten zijn verdeeld.

Ik hoor de verhalen aan, zie af en toe deelnemers terugkomen en denk dan bij mezelf: echt niet!

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Oh, oh, Den Haag

IMG_8680 kopie

Het natuurpark waar onze boerderij ligt, is vrij uniek in Portugal. Het Parque Natural de Serra de São Mamede is namelijk redelijk bevolkt voor een natuurpark. De mensen leven van het land of wonen in de vele stadjes en dorpen. De meeste andere parken zijn nauwelijks bevolkt en dus: puur natuur.

Toch heb ik vrienden en familie die het hier eenzaam, afgelegen, saai en achtergebleven vinden. Meestal kijken ze mij zorgelijk aan als ik vertel over mijn leven hier. Of is het een bedenkelijke blik? Ik weet het niet zo goed. Hun opmerkingen – waarlijk gezegd of tussen de regels door hoorbaar – neem ik serieus. Want, want zien zij, dat ik niet zie? Ben ik dan blind? Toen ik als zelfbenoemd stadsmens namelijk deze plek ontdekte, viel alles stil in mijn hoofd. En dat was het.

Is het hier eenzaam? Ik vind van niet.
Want wat betekent dat? Eenzaam? Het is hier een drukte van belang. De buren, de winkeltjes, de bars en restaurants. Ja, zelfs op straat wordt de auto gestopt om elkaar te begroeten. Dat is onvermijdelijk in Portugal. Iedereen zoent, geeft handen, praat over de familie en het weer. En nu natuurlijk over de politiek met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur.

Is het hier afgelegen? Ik vind van niet.
Want wat betekent dat? Afgelegen van wat? Binnen vijf minuten ben ik in mijn dorp. Binnen een half uur rijden heb ik provinciestadjes die veel te bieden hebben. Keuze genoeg. Binnen een uur rijden heb ik grote steden die alles te bieden hebben. En dát aan beide zijden van de grens. Dus in Spanje en in Portugal.

Is het hier saai? Ik vind van niet.
Want wat betekent dat? Saai? In vergelijking met wat? Ik vermoed dat het te maken heeft met de entertainmentindustrie in de grote steden. Je kunt naar de bioscoop, theater, concertzaal en musea. Maakt dat het leven minder saai dan op het land?

Is het hier achtergebleven? Ik vind van niet.
Het aanbod aan vermaak in Marbella, Den Haag, Amsterdam, op Ibiza, in Toscane of aan de Côte d’Azur is hier afwezig. Net als geld, overdaad, toeristenindustrie, rafelige randjes en grote en kleine boeven. De jaren vijftig van de vorige eeuw zo voelt het hier. Voor mij is dat niet achtergebleven. Voor mij is dat een verworvenheid.

En aan dit alles moest ik denken – geloof het of niet – toen ik in een enorme outlet store in Badajoz liep en deze gympen zag van het Spaanse merk El Ganso.

De gedachtereeks kwam sneller op gang dan het licht:

… Haagse kleuren – Haha!…

… Stad – Ah! de Vijverberg …

… Bijenkorf – winkelen met mam en Patricia ..

… Voorhout – De Posthoorn …

… Familie en vrienden – druk – thank God for social media …

… ADO! Zouden die gympen ook in de ADO store te koop zijn?

 

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT (foto op dinsdag), een blogexperiment van Karin Ramaker

Viver Marvão

21077599_1960187484195477_2232738085484927747_n

Viver Marvão op werkbezoek bij de Lar (het verzorgingstehuis) van het Casa de Povo (buurthuis) van Santo António das Areias. Marvão, hoog op de berg, waakt over ons.

(uma tradução em português seguirá)

De hemel is licht bewolkt boven Den Haag op deze winterse dag in 1993. Ik sta op de elfde etage van het gebouw van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en overzie de Haagse binnenstad. Ver beneden mij zijn de bedrijven open, haasten mensen zich en rijden trams over de wirwar van rails. Den Haag beweegt. Ik sta me af te vragen hoe ik hier twee weken geleden terecht ben gekomen. Hoe ik ja heb kunnen zeggen als ondernemer. Maar goed. Werk is werk. Ik heb een maand in te vullen tussen twee klussen. Het uitzendbureau bood me werk aan bij dit ministerie en wel bij de Directie Politie. Om je eerlijk de waarheid te zeggen, ik was ook nieuwsgierig naar hoe het is om ambtenaar te zijn. En drie weken … hoe erg kan het zijn.

Heel erg!

Ik vervang een secretaresse die ziek is en word ingewerkt door een jong meisje. Zij doet niets de hele dag, behalve nagels vijlen, koffie drinken en af en toe naar de printer lopen. Na een paar dagen vraag ik haar wat ik hier eigenlijk doe. Ze zegt dat ik de directiesecretaresse vervang. Ja? Ik vraag haar of zij dat niet kan doen met het weinige werk dat hier is. Nee, legt ze uit, ik heb mijn eigen taken en iedere plaats moet ingevuld zijn.

Terwijl ik koffie drink op de gang en naar buiten staar komt er een man naast me staan die kennis wil maken.
“Nieuw hier?”
“Uitzendkracht bij Directie Politie.”
“Ja, dat had ik al gehoord. Ik ben Thom de Graaf.”
“En ik Liesbeth Steur.”
Ik kijk hem aan. Het is een jonge man met een bos krullen en blauwe ogen.
“Wat is je job hier?”
“Ik ben topambtenaar maar niet voor lang meer.” Hij glundert.
“Oh, ga je weg?”
“Ja als het aan mij ligt wel, maar ik ben afhankelijk van de kiezers.”
“Kiezers? Wat bedoel je?”
Hij kijkt me verbaasd aan. “Herken je mij dan niet? Van de posters?”
“Nee.”
“Oh … ik ben van D66 en doe mee aan de Tweede Kamerverkiezingen in maart volgend jaar.”
“Gefeliciteerd.” Ik bestudeer zijn gezicht en zeg: “Jij gaat dus uitvoeren wat het volk graag wil? Jij gaat de politicus zijn die het volk en de kleine ondernemers koestert? Tenslotte zijn zij het die het geld verdienen voor de BV Nederland.”
Ik wijs op de stad onder ons terwijl ik doorpraat.
Thom kijkt me oprecht verbaasd aan.
“Ach, ondernemers, het volk; daar is de politiek niet voor. Wij maken beleid! Ik ben geen domme idealist. Nee, ik zie de politiek als doel om tot de inner circle te komen. Voor de mooie banen.” Hij lacht hartelijk om mijn naïviteit.

Sindsdien heb ik een broertje dood aan politiek en 100% wantrouwen.

Hier in Portugal bestaat ook een democratie met verkiezingen. Openlijk meer corrupt, dat wel en het toneelspel vind ik beter. Waarschijnlijk omdat ik 25% niet begrijp. Als buitenlander mag ik mijn stem uitbrengen voor de gemeenteraad van Marvão en die verkiezingen zijn 1 oktober. De gemeente waar ik woon is voor mij overzichtelijk met zo’n 3.000 inwoners en een stem kan – lijkt me – merkbaar invloed hebben.

Blijkbaar zit er onder dat “broertje dood” nog wat idealisme want ineens regel ik het papierwerk om een stemnummer te krijgen.

Nog geen twee weken later word ik tot mijn schrik benaderd. Door José-Manuel Pires, oprichter van een gloednieuwe politieke beweging met de naam Viver Marvão, met de vraag of ik mij wil aansluiten en verkiesbaar wil stellen voor de gemeenteraad. Als buitenlander. Ik slaap een nacht, praat met Coen en zeg ja. Waarom?

Omdat ik hier kleine ondernemer ben, een bijdrage wil zijn voor de gemeenschap en – niet onbelangrijk – een mening heb over de opvolger van de huidige burgemeester. Hij mag er niet komen.

José-Manuel is van bekende huize, ik ken hem en zijn familie al langer en vind hem uitermate aardig en capabel. Het programma is zoals alle politieke programma’s. Mooie plannen. José-Manuel heeft een schare mensen om zich heen verzameld van allerlei pluimage, links, rechts, midden en neutraal. Jong en oud, ondernemers en harde werkers, waaronder veel vrouwen. Die mix spreekt me aan.

Als ik A zeg, zeg ik ook B. Dat betekent dat ik af en toe mag opdraven als de ploeg wordt uitgenodigd om kennis te maken met besturen van instellingen.

Ik sta na de presentatie en rondleiding op het dakterras van het lokale hypermoderne verzorgingstehuis. In de straat rijdt een auto voorbij en slenteren en babbelen mensen in de avondwarmte.

De idealist in mij denkt dat WE gaan winnen.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker.

Page 1 of 4

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: