Liesbeth Steur

schrijver in Portugal

De weg van de minste weerstand


Het fonteintje bij ons huis verandert met de seizoenen van uiterlijk. Het bronwater dat uit de kraan komt hebben niet alleen wij plezier van. De mussen, de merels en boomklevers nemen dagelijks hun bad en in de zomer komen nog veel meer vogels hier drinken. Ik zie dat uit het keukenraam. Door het dubbele glas kunnen de vogels mij niet zien en ik hen wel. Meestal zien ze zichzelf in het raam en soms denken ze dat ze een nieuwe partner zien. Dan dansen ze voor het raam, tikken ertegen en heel soms vliegen ze er tegenaan. In de meeste gevallen blijft de vogel dan versuft zitten en vliegt na een tijdje weg. Het is pas één keer gebeurd dat er eentje de dood vond. Een jonge mus die in een van de nesten woont onder het dak van de veranda. Die jonge mus bleef niet dood vanwege de botsing met het raam. Nee. Koos de hond was op de veranda en ik ook. Koos sliep. Ik zag het gebeuren in een fractie van een seconde. Het vogeltje belandde op de grond precies voor de neus van Koos. Ik ren naar Koos om hem vast te houden. Net te laat. Hap zei de hond. Vogeltje dood. Tja, de natuur.

Nu zag ik het grasveldje dat naast de waterbak groeit. Midden in de winter. Eerst was er mos en nu dit. Zomaar. Het is voor het eerst dat ze verschijnen uit het graniet. Wonderlijk. Is er dan een voedingsbodem?

Afgelopen zomer hadden we hier op de boerderij voor het eerst een moestuin die we precies op een plek hebben aangelegd waar de grond het armst is. Je bent stadsmens of niet toch? De rest van het terrein is prima en dit stukje nou net niet. Wisten wij veel. Dus hebben we heel erg ons best moeten doen om er iets te laten groeien. Veel water geven en regelmatig bijmesten. Het was niet echt een succes. Op de vorige boerderij had ik een moestuin die natuurlijk in het heetst van de zomer water nodig had, maar alles groeide en bloeide daar de pan uit. Vanzelf. Daar was duidelijk een natuurlijke voedingsbodem. En dat heeft deze boerderij ook, behalve dan dat stukje. Waarom vraag ik me dan af? Gewoon, zeggen mijn buren dan, daar zit allemaal granietstof in de bodem. Daar had je niets moeten planten. Ze hebben meteen het vruchtbare deel aangewezen voor komend jaar. Ik weet nog niet zeker of ik het doe. Op de markt hier koop ik het hele jaar door de groente van een oud mevrouwtje en help daarmee de micro economie draaiende te houden. Dat is ook wat waard. Maar wie weet? Komt tijd, komt raad.

Ik ben gebiologeerd door het grasveldje. Ik kijk er vaak naar en denk dan aan de dramaverhalen over het klimaat. Dat er een verandering gaande is, is duidelijk. Of het allemaal door mensenhanden komt, weet ik niet. Er zijn teveel praatjesmakers die geld willen verdienen en er zijn teveel mensen die die praatjes geloven. Ik ben niet bang dat de aarde ten onder gaat. Die evolueert en zal altijd blijven leven. Onder welke omstandigheid dan ook. Dat heeft de geschiedenis al bewezen en ik zie het hier. Die grassprieten nemen op hun dooie akkertje de natuurlijke weg en als ik dat ook doe in het leven en 51% van de mensheid met mij, dan komt het heus goed.

Vorige

De camouflage hond

Volgende

Koude benen en een stil hoofd

  1. toch is het prettiger ademhalen als de lucht schoon is …

Laat je een reactie na!?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: