Liesbeth Steur

schrijver in Portugal

Categorie: 500 woorden Page 2 of 33

Rijbewijs


Al heel vaak heb ik mijn rijbewijs verlengd of vernieuwd en altijd zit daar voor mij een lichte spanning. Niet negatief hoor. Meer een spanning die je voelt als je examen moet doen. In mijn achterhoofd speelt de vraag: zou ik wel een nieuwe krijgen?

Dat is natuurlijk nergens op gebaseerd. In mijn geval. Een gang naar het stadhuis of stadsdeelkantoor, aanvraag doen en wachten op bericht dat het nieuwe bewijs klaar ligt. En toch…

Dat rijbewijs is voor mij belangrijk. Al vanaf mijn achttiende. En ik hoop het te mogen behouden zolang als ik leef. Het symboliseert vrijheid. Ik kan gaan en staan waar ik wil. In de hele wereld. Mijn moeder had hetzelfde. Op haar negentigste moest haar rijbewijs worden verlengd na keuring van de arts. Ik was daarbij. Ze doorstond de test met glans. Een overdreven test trouwens.

Tien kniebuigingen maken. Dat kon ze, mijn moeder. Volgens mij zijn er heel veel jongere mensen met een rijbewijs die daar niet toe in staat zijn. Maar soedah. Ze heeft gereden tot op het laatst van haar leven. Uitsluitend in de stad en ze deed het goed. Haar bewegingsvrijheid was haar heilig.

Nu woon ik op het platteland met schaars openbaar vervoer. Dus het rijbewijs is nu helemaal heilig geworden. En ja, ook hier moet ik dat plastic kaartje vernieuwen. Nee, niet vernieuwen. Ik moet mijn Nederlandse rijbewijs dat eind van het jaar verloopt, inleveren voor een Portugese versie. En ik moet gekeurd. De Portugese versie moet ik vanaf nu iedere twee jaar verlengen, omdat mijn leeftijd dat vereist. Ook goed.

Wat anders is, is dit. Bij de aanvraag op het “verkeerskantoor” in de stad wordt daar op dat kantoor ook een pasfoto genomen. Heel praktisch. Je hoeft nergens anders naar toe. Het kantoor is wat vervallen en het meubilair ook. De dames die er werken daarentegen zijn kwiek, bijdehand en hebben improvisatietalent. Van de balie wordt ik geleid naar een kantoortje. Klein. Sleets bureau met dito stoel, old school pc, een kast voor ordners en aan de andere kant van het bureau een stoel tegen de muur gewrongen. TL licht. Op de muur, achter de stoel, is een stuk wit papier vastgeniet. Ik mag op de stoel plaatsnemen. De glazen deur die het kantoortje van de cheffin verbindt met de balie, laat fel licht binnen. Ik zie trouwens nergens een fotocamera. Wel een dingetje dat met een kabeltje aan de pc vastzit. Daarmee gaat het gebeuren. De dame in kwestie doet haar best. Het licht is niet goed. Iedereen wordt gemobiliseerd. De lamellen van de hal waar de balie is, moeten dicht. Het duurt even voordat ze aan het juiste touwtje trekken. De lamellen draaien dicht. Het licht is beter. Ze klikt. De cheffin kijkt mee want ze kan toch niet verder werken op haar computer. Na twee keer klikken verschijnt op beide gezichten een grijns. Het is gelukt. Prachtfoto. Ik mag hem zien, en denk er het mijne van.

Terug bij de balie reken ik dertig euro af voor het nieuwe rijbewijs en ik krijg mijn Nederlandse niet terug. Dat is ook anders. Mijn alarmbellen beginnen te rinkelen. Binnen twee maanden – wordt me beloofd – is de Portugese versie klaar.

Ja? Hoe dan?

Ik krijg een papiertje waarop staat dat ik mag rijden. In Portugal. Geldig tot eind augustus. Als dan het rijbewijs er nog niet is, moet ik terug om het papiertje te verlengen. Ik kan dus niet rijden in Spanje (kan dus niet tanken daar, naar de markt of andere dingen doen) en in geen enkel ander land.

Wat nou, vraag ik, als ik voor een noodgeval naar Nederland moet?

Dan, zegt de vriendelijke dame, kom je hier je Nederlandse rijbewijs even ophalen en als je dan weer terug bent, lever je je rijbewijs hier opnieuw in en krijg jij dat papiertje terug.

Ik kon het niet nalaten een foto te nemen van dat moment.

Ik berust. Ik heb vertrouwen. Alles is goed. Dat is mijn mantra voor de komende maanden.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Verse kurk

IMG_3314

Het seizoen voor het snijden van de kurk is aangebroken. Er verschijnen steeds meer boomstammen zonder jas. De lichtbeige kleur van de kale stammen valt op tussen alle andere bomen. Die tere kleur verandert na verloop van tijd in steeds donkerder roodbruin en daarmee neemt voor mijn gevoel de kwetsbaarheid af. Tegen de tijd dat het winter wordt weet ik zeker dat het wel goed komt met deze kurkeik en dat hij over negen jaar weer aan de beurt is.

Ik merk het niet alleen aan de kleur van de stammen. Ook het verkeersbeeld verandert. Grote trucks met te hoge ladingen scheuren over de kleine weggetjes. Zo ook op deze dag.

Het is vier uur ’s middags en ik rijd net weg van Railbike Marvão in Beirã en sla links af de hoofdstraat in. Aan beide zijden staan huizen. De weg loopt eerst af naar beneden – alsof die een kuil in gaat – om daarna tegen een glooiende heuvel op te klimmen. Er staan mensen midden op straat. Rondom een vrachtauto die net iets te hoog geladen is. Ik ontwaar tussen de toeschouwers drie mannen met donkergrijze T-shirts met groene opdruk. Er staat: We are Cork. De mannen zijn bezweet en zitten onder het stof. Er zijn nog andere werklui. Van het elektriciteitsbedrijf EDP. Dat staat op hún shirts. Er staan ladders tegen twee elektriciteitsmasten en als ik nog eens goed kijk, zie ik dat alle leidingen slap en doorgezakt over straat hangen. Work in progress. Een wirwar is het.

De truck beweegt langzaam. Op aanwijzingen van de We-are-Cork jongens rijdt hij een beetje naar links, dan weer naar rechts, dan weer achteruit en dan weer vooruit. Op de millimeter onder de leidingen door. De EDP jongens kijken belangstellend toe. De dorpsbewoners houden hun hart vast.

Het duurt en het duurt. Er ontstaat zelfs een file van drie auto’s achter mij en van de andere kant staat ook al zo’n rijtje.

Flikt ie het of flikt ie het niet. Het lijkt schier onmogelijk. Ik vind het zo spannend dat ik vergeet een foto te nemen.

Het lukt. Alle hindernissen in de lucht zijn genomen en het gas gaat erop. Ik rijd achter de vrachtauto aan. Soms raakt hij de bomen langs de weg. Dan vliegen takken en stukken kurk die niet goed vastzitten door de lucht. Ik houd afstand. Het leven in de campo zit vol gevaar.

Ineens realiseer ik me dat ik geen foto heb genomen en doe het al rijdend. Ook niet echt verantwoordelijk en ja ik reed langzaam. De vrachtauto ging hier bergopwaarts en dan kan hij niet echt hard. Dus dat was het moment.

Wanneer je een dezer dagen toevallig een fles wijn opentrekt, kijk dan eens naar de kurk en weet dat die hoogstwaarschijnlijk ook op zo’n vrachtauto naar de fabriek is gebracht.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Lijden is fijn

Ik keek op naar de hemel en zie: de heilige geest … oh … toch niet …

Wat me ieder jaar weer opvalt, is dat hier op het Iberische schiereiland Pinksteren bijna niet bestaat. Toen ik dat ontdekte was ik eigenlijk wel verbaasd. Zo katholiek als deze landen pretenderen te zijn zo weinig hebben ze op met Pinksterzondag. Nog vreemder vind ik, dat Nederland – waar veel kerken leeglopen – Pinkstermaandag kent als officiële vrije dag.

Mijn moeder – Indisch katholiek – overhoorde mij de laatste jaren van haar leven, bij wijze van bewustwording denk ik, de betekenis van Kerstmis, Pasen en Pinksteren.

Ik gaf dan een kort antwoord:
Met Kerstmis vieren de christenen een feestje vanwege de geboorte van Jezus, alles rondom Pasen is een grote lijdensweg, dan wordt Jezus gekruisigd. Paaszondag staat Jezus op uit de dood en verschijnt nog een keertje met een boodschap die maar niet doordringt tot de mensen en Pinksteren zou een enorm groot feest moeten zijn omdat de mensheid de heilige geest over zich krijgt uitgestort. Een laatste hulpmiddel voor opdat ze ontwaken en het leven gaan leven zoals het bedoeld is. In pais en vree met zichzelf en met elkaar.

Ik vind het verhaal van Jezus een mooi verhaal tot en met Pinksteren. Daarna wordt het stil in christenland. Ik vind trouwens dat er nog veel meer mooie en vooral optimistische verhalen zijn over wijze mensen die iets hebben verteld en waar de mensheid niets mee doet.

Misschien waren al die wijze woorden wel iets te vroeg. Stel dat er nu in de 21ste eeuw een soort Jezus opstaat. Wat zou er dan gebeuren? Zou het nog steeds te vroeg zijn?

Maar even terug naar de vraag waarom Pinksteren hier in Portugal en in mijn buurland Spanje geen aandacht krijgt. Wel, daar heb ik iets op bedacht.

De kerk heeft door de eeuwen heen door bangmakerij het volk in zijn macht gekregen. De Bijbelse verhalen zijn zo uitgelegd en herschreven dat het gewone volk geen stap meer durfde te zetten uit angst voor represailles. Het volk heeft leren lijden en als het maar genoeg lijdt dan komt het later als je dood bent wel goed. Dat was de boodschap. Daarom wordt Semana Santa (de week voorafgaand aan Paaszondag) hier zo uitbundig gevierd met processies en al. Daarbij valt de viering van Kerstmis in het niet. Ik voel in de aanloop naar Semana Santa en gedurende die week een grijze wolk over de mensen komen. Ze gaan serieus kijken en lijden op commando van de kalender. Daarna gaan alle families gezellig en luidruchtig met elkaar eten. Urenlang. Als het over lijden gaat is het dus goed. Daar zijn ze hier specialist in. Luister maar naar de fado en de duende. Pinksteren is hors catégorie want zonder lijden is er geen leven.

Dan zijn we daar in het Noorden toch een stuk pragmatischer en hoopvoller. Ik ook. Ik denk nog steeds dat als er dan godsdienstige feesten gevierd moeten worden dat Pinksteren een hoofdprijs verdient. Ieder jaar weer de kans om wakker te worden. Wat wil een mens nog meer?

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Op de fiets

1952, Den Haag, Schenkweg. Mijn moeder Els, ik voorop, Patricia achterop en mijn vader Kees die met ons gaat fietsen maakt de foto.

[English]  [português]

Een fiets met twee kinderzitjes was de normaalste zaak van de wereld. Vroeger. In Nederland. Eentje voor. Voor de jongste. En, eentje achter. Voor de oudste. Waar je als oudste altijd voorop mocht zitten werd je toch mooi van deze plaats weggepromoveerd zodra de tweede kon zitten. Dat was namelijk voor grote kinderen. Daar moest je als oudste dan blij mee zijn. Met als uitzicht de rug van je moeder of van je vader.

Nu ik dit zo schrijf zou dat ook zomaar wel eens een kindertraumaatje extra kunnen zijn. Ik weet het niet. Eerst staan de eerstgeborenen hun unieke plaats af aan een tweede en dan worden ze later nog eens naar achteren gezet.

Maar ik ben de jongste en heb daar dus geen last van. Als jongste heb ik heel andere problemen om te tackelen. En daar gaan we het nu niet over hebben.

Sinds hier een nieuw bedrijfje is gestart dat railbikes verhuurt om het in onbruik geraakte spoor op en neer te fietsen – als plezierig uitstapje – word ik geconfronteerd met een herinnering van heel andere orde. Ook hier is – zoals in de hele wereld – bekend dat Hollanders fietsers zijn en aangezien ook ik uit Nederland kom, denken de Portugezen dat ik fietsen leuk vind.

Toen mijn jongens klein waren, leg ik hun dan geduldig uit, toen fietste ik alles. Verplicht. Door weer en wind. Niet alleen met twee kinderen aan boord maar ook nog met alle boodschappen. Dagelijks.

Van supermarkten en tweede auto was nog niet echt sprake. Wel van de kruidenier, slager en groenteboer op de hoek. Ik heb in die jaren alle straten van Den Haag wel doorkruist.

Mijn stratenkennis was zo goed als die van de klassieke taxichauffeur. Zeker toen kinderen nog allemaal bij elkaar in de straat gingen spelen. Halen en brengen was aan de orde van de dag. Of het nou stormde, regende of niet. Ik heb voor mijn gevoel mijn knieën daarmee stuk gefietst. Of dat waar is? Ik weet het niet. Ik denk van wel. Tegen de tijd dat de jongens alles zelf konden fietsen toen ze zo’n negen jaar oud waren en zelf ook naar de sportclub konden gaan, ben ik opgehouden met dat zware werk en mezelf bezworen dat nooit meer te doen. Het heeft minstens vijf jaar geduurd voordat mijn knieën weer redelijk normaal functioneerden. En gelukkig is dat zo gebleven tot op de dag van vandaag. Dus fietsen is voor mij een gepasseerd station. Ik loop liever kilometers dan dat ik ooit nog een pedaal rond trap.

En dan word ik hier, in the middle of nowhere, geconfronteerd met dat oude besluit. In een land waar fietsen zo impopulair is als de fado zingen in Holland. Iedere keer leg ik weer beleefd uit dat ik een hekel heb aan fietsen. En dan komt iedereen met het advies, dat het leuk is, zo midden in de natuur en dat het niet zwaar is (hoezo niet zwaar, een vals plat omhoog gedurende een uur of zo) en dat je samen fietst. Dus de lasten zijn verdeeld.

Ik hoor de verhalen aan, zie af en toe deelnemers terugkomen en denk dan bij mezelf: echt niet!

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Page 2 of 33

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: