Liesbeth Steur

lerares hatha-yoga en schrijver

Category: Verhalen verteld Page 2 of 37

Op de fiets

1952, Den Haag, Schenkweg. Mijn moeder Els, ik voorop, Patricia achterop en mijn vader Kees die met ons gaat fietsen maakt de foto.

[English]  [português]

Een fiets met twee kinderzitjes was de normaalste zaak van de wereld. Vroeger. In Nederland. Eentje voor. Voor de jongste. En, eentje achter. Voor de oudste. Waar je als oudste altijd voorop mocht zitten werd je toch mooi van deze plaats weggepromoveerd zodra de tweede kon zitten. Dat was namelijk voor grote kinderen. Daar moest je als oudste dan blij mee zijn. Met als uitzicht de rug van je moeder of van je vader.

Nu ik dit zo schrijf zou dat ook zomaar wel eens een kindertraumaatje extra kunnen zijn. Ik weet het niet. Eerst staan de eerstgeborenen hun unieke plaats af aan een tweede en dan worden ze later nog eens naar achteren gezet.

Maar ik ben de jongste en heb daar dus geen last van. Als jongste heb ik heel andere problemen om te tackelen. En daar gaan we het nu niet over hebben.

Sinds hier een nieuw bedrijfje is gestart dat railbikes verhuurt om het in onbruik geraakte spoor op en neer te fietsen – als plezierig uitstapje – word ik geconfronteerd met een herinnering van heel andere orde. Ook hier is – zoals in de hele wereld – bekend dat Hollanders fietsers zijn en aangezien ook ik uit Nederland kom, denken de Portugezen dat ik fietsen leuk vind.

Toen mijn jongens klein waren, leg ik hun dan geduldig uit, toen fietste ik alles. Verplicht. Door weer en wind. Niet alleen met twee kinderen aan boord maar ook nog met alle boodschappen. Dagelijks.

Van supermarkten en tweede auto was nog niet echt sprake. Wel van de kruidenier, slager en groenteboer op de hoek. Ik heb in die jaren alle straten van Den Haag wel doorkruist.

Mijn stratenkennis was zo goed als die van de klassieke taxichauffeur. Zeker toen kinderen nog allemaal bij elkaar in de straat gingen spelen. Halen en brengen was aan de orde van de dag. Of het nou stormde, regende of niet. Ik heb voor mijn gevoel mijn knieën daarmee stuk gefietst. Of dat waar is? Ik weet het niet. Ik denk van wel. Tegen de tijd dat de jongens alles zelf konden fietsen toen ze zo’n negen jaar oud waren en zelf ook naar de sportclub konden gaan, ben ik opgehouden met dat zware werk en mezelf bezworen dat nooit meer te doen. Het heeft minstens vijf jaar geduurd voordat mijn knieën weer redelijk normaal functioneerden. En gelukkig is dat zo gebleven tot op de dag van vandaag. Dus fietsen is voor mij een gepasseerd station. Ik loop liever kilometers dan dat ik ooit nog een pedaal rond trap.

En dan word ik hier, in the middle of nowhere, geconfronteerd met dat oude besluit. In een land waar fietsen zo impopulair is als de fado zingen in Holland. Iedere keer leg ik weer beleefd uit dat ik een hekel heb aan fietsen. En dan komt iedereen met het advies, dat het leuk is, zo midden in de natuur en dat het niet zwaar is (hoezo niet zwaar, een vals plat omhoog gedurende een uur of zo) en dat je samen fietst. Dus de lasten zijn verdeeld.

Ik hoor de verhalen aan, zie af en toe deelnemers terugkomen en denk dan bij mezelf: echt niet!

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

A Beast, Beauty & Bollocks

Artist CoenSt in front of one of his artworks titled: Beauty and a Beast

[português]  [English]

Voor mijn man Coen zijn het spannende weken en dan vooral voor CoenSt de kunstenaar. Hij is al weken bezig met de voorbereidingen en het inrichten van zijn overzichtstentoonstelling die zaterdag 1 juni om 17 uur wordt geopend.

De locatie is nog geen kwartier rijden van onze boerderij. Het is de enorme wachtkamer van het voormalige station van Marvão-Beirã. Twee keer per dag rijdt Coen op en neer om de tentoonstelling vorm te geven. Hij is niet alleen conceptueel kunstenaar. Coen is ook een uitermate handige klusser. Dat heeft vele voordelen. Hij kan het allemaal zelf. Timmeren, zagen, verven, boren en meer. Hij heeft hulp van de uitbaters van de zaal, Lina en Eduardo van Guesthouse Trainspot. Zij vinden het net zo spannend als CoenSt. Het is namelijk voor het eerst dat deze zaal wordt gebruikt als tentoonstellingsruimte.

Vandaag na mijn lessen ben ik gaan kijken naar de vorderingen. Het ziet er nu al indrukwekkend uit. Coens werk hoort in een grote ruimte. De tentoonstelling die de naam draagt A Beast, Beauty & Bollocks, is ingedeeld in drie fasen die nu zichtbaar worden.

The Beast
Daar vind je zijn werk waarin de AK-47 een hoofdrol speelt. Soms verborgen, soms recht in je gezicht. Het geeft je te denken.

The Beauty
Zijn serie “Infinity” staat hier centraal. De oneindige lijn is het middel waarmee hij tekent en schildert. Het is mijn lievelingswerk. Een streling voor het oog.

Bollocks
Conceptuele kunst met een knipoog naar de wereldgeschiedenis of is het toch serieus bedoeld? Dat is voor de kijker om uit te maken.

Ik vind het knap hoe Coen met weinig middelen zo’n enorme ruimte weet in te richten. Hij is een multi-talent en dat wisten wij allemaal al. De galeries in Nederland durfden zijn werk niet te exposeren omdat het te confronterend is met als belangrijkste argument dat mensen dat niet boven de bank willen hebben. Nu hangt en staat het hier in die enorme ruimte. Dwalen over deze tentoonstelling prikkelt de zintuigen en de geest en het maakt je bewust van alle overtuigingen die je hebt. CoenSt werk komt goed tot zijn recht.

Je bent natuurlijk welkom bij de opening of later. De tentoonstelling opent dus op 1 juni en blijft twee maanden te zien tot 1 augustus.

Openingstijden zijn voorlopig (in Portugal is alles mogelijk): donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag van 16:00 tot 20:00 uur. De kunstenaar is zelf aanwezig of anders kun je zeker een wijntje met hem drinken in de aangrenzende Bar Cais Coberto van Railbike Marvão.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Nooit niets doen

[português]  [English]
Regelmatig vragen mijn huisgenoten me wanneer ik nou eens niets ga doen. Gewoon zitten, zonder taak om handen. Dat bedoelen ze. Zoals zij datgoed kunnen. Zitten en voor zich uit kijken. Staren in het schijnbare luchtledige. Om je eerlijk de waarheid te zeggen, bestudeer ik dat wel eens en stel mezelf na vijf minuten kijken al de vraag wat daar nou zo leuk aan is. Mijn man bijvoorbeeld zegt dat niks doen goed is voor het creatieve proces, net als verveling. Hij is kunstenaar. Dus dat verklaart een hoop.
Soms denk ik dat zijn niets doen een vorm van mediteren is. Ik heb hem wel eens gevraagd wat er in zijn hoofd gebeurt als hij zit te niksen. Zijn gedachtestroom gaat door en hij laat zich meeslepen van links naar rechts. Van de ene gemoedstoestand in de ander. Doelloos.

Als die manier van niets doen het creatieve proces al bevordert wat zou meditatie dan kunnen doen? Dat is per slot ook stilzitten en wel met een doel, namelijk het ontwikkelen van opmerkzaamheid. Meditatie verfijnt je bewustzijn zodat je beter kunt waarnemen. Het helder kunnen registeren van wat er om je heen en in je gebeurt, brengt inzicht en leidt tot acceptatie van het leven zoals het zich aandient. Eigenlijk betekent het een einde aan alle “oorlog” in je leven en om het heel mooi te zeggen: het brengt innerlijke vrijheid.

Er zijn veel mensen die niet willen leren mediteren. Daar hebben ze allerlei redenen voor zoals geen tijd, het zweeft, dat is voor hippies, voor yogi’s, dat past niet in mijn leven enzovoorts. Deze mensen komen wel naar mijn yogalessen om actief mee te doen met de oefeningen. Zo langzamerhand bouw ik wat tijd in om aandachtig te leren stilzitten. Vijf minuten. En ik zie dat het ze goed doet. Ze worden er doodstil van. Ik ook.

Het zou toch heerlijk zijn als iedereen dat thuis kan doen in zijn eigen tijd. Het kost maximaal een half uurtje of minder per dag. Vreemd eigenlijk dat we allemaal tijd hebben om tv te kijken, te kletsen, ruzie te maken, de liefde te bedrijven, om te eten en tanden te poetsen en een half uurtje per dag stilzitten met een doel blijkt een brug te ver.

Bij mij rijst de vraag: waar zijn de mensen bang voor? Om zichzelf in hun zelf gecreëerde wereld te zien? Ja, dat kan heftig zijn.

Want eigenlijk kun je mijn zogenaamde inzichtmeditatie  beschouwen als levenstherapie zonder therapeut. Het heeft namelijk een zuiverende en genezende werking op je karakter en het verstrekt je inzicht in het complexe leven.

Uiteindelijk leer je beter omgaan met blokkades en problemen waardoor je stabieler in het leven staat. Dat is toch niets om bang voor te zijn? Ik zou daar tijd voor vrij maken.

Als voor je uit kijken en je vervelen goed is voor het creatieve proces, dan is stilzitten en je oefenen in opmerkzaamheid een beter hulpmiddel denk ik, want mijn creatieve proces stroomt de hele dag. Daar hoef ik niet voor stil te zitten en te niksen. Zodra ik aan een taak begin, maak ik er met volle aandacht een kunstwerkje van. Of ik nou schrijf, yogales geef, het huis poets of een taart bak. Het maakt niet uit.

Dus ja, ik doe nooit niets! En dat zal altijd zo blijven.

De tandarts

De kampong van Babo (Nieuw Guinea)

De wachtkamer van de privékliniek in Portalegre (de hoofdstad van de provincie waar ik woon in Portugal) is smaakvol en modern. Ik wacht op mijn afspraak met de tandarts. Altijd spannend en zeker in een ander land en, bij een nieuwe tandarts. Ik heb last van een kies. Vandaar dat ik daar zit. Ik leid mezelf af door de omgeving in me op te nemen en de paar mensen die ook zitten te wachten sluiks te bekijken. Er zit een vrouw zonder tanden die naar ik vermoed, haar nieuwe gebit komt ophalen. Ik hoop voor haar dat het mooi is. Dan schiet ineens het verhaal van mijn vader over Arie me te binnen. Ik moet onwillekeurig weer lachen. Daar. Zo midden in die wachtkamer. Stel je toch eens voor dat het jou overkomt?

Het is 1939 wanneer mijn vader Kees Steur – een rasechte Haagse jongen – aan de tweede etappe van zijn Indië avontuur begint. Hij wordt samen met de hele boorploeg door de B.P.M. (Bataafse Petroleum Maatschappij, voorloper van de Koninklijke Shell) van zijn eerste standplaats in Nieuw Guinea, in het moeras van de Wiriagar rivier, overgeplaatst naar Babo.

Het is laat in de avond als de boot het haventje van Jef Kassim binnenlopen. Daar moet de nieuwe boorploeg overstappen op een kleine kustvaarder van de BPM zelf, de Moera Boelian. Het tijdschema klopt. Het schip ligt er. Het kan alleen niet uitvaren omdat er onder de lossers en laders een wilde staking is uitgebroken. Dat betekent een extra overnachting. Aan wal zijn geen slaapplaatsen dus worden op het bovendek van de Moera Boelian veldbedden neergezet, compleet met klamboes. De volgende ochtend worden de veldbedden opgeruimd en de luiken geopend voor de nieuwe lading maar de haven blijft doodstil. De staking duurt voort en dat betekent nog een nacht op de veldbedden. De dag brengen ze door bij de enige Chinese toko die het dorp rijk is. Er is genoeg lekker eten en koud bier. De uren kruipen voorbij en ze pokeren, eten en drinken tot laat in de avond met een Amerikaanse boorploeg die ook gestrand is.

“Gelukkig was een van ons zo verstandig om de boel op te breken. Buiten was het stikdonker. Het ontwijken van alle havenobstakels was een hele kunst. Het lukte ons zowaar om het bovendek zonder ongelukken te bereiken. Daar stonden alle luiken nog open. Geen plaats dus voor veldbedden. De brug leek me een goed alternatief. We klommen achter elkaar naar boven en zochten een slaapplek op de kale vloer. Ik sliep net toen een licht gestommel me wakker maakte. Het waren voetstappen. Het duurde even voordat ik mijn ogen open kreeg. Ik zag een schim naar de railing lopen. Het was Arie. Bij de railing boog hij voorover en begon te kotsen. Daarna maakte hij aanstalten om over de railing te klimmen. Ik stond meteen rechtop, rende naar hem toe en kon hem nog net tegenhouden en schudde hem door elkaar. Hij was toch echt van plan te springen. Toen ik hem aankeek, zag ik wat er aan de hand was. Hij wees naar het water. Ik volgde zijn vinger. Arie had niet alleen de krokodillen gevoerd, ook zijn gloednieuwe Hollandse kunstgebit was er achteraan gegaan. De rest van de nacht verliep rustig en na een ontbijt in de Chinese toko waar Arie alleen koffie dronk, werd het voorval naar het hoofdkantoor in Babo doorgeseind. Het advies was om in Babo naar de Chinese tandarts te gaan voor een nieuwe prothese. Dat ging dus nog een dag of wat duren. Eenmaal in Babo werden we afgehaald door de man van personeelszaken die ons rechtstreeks naar de grote baas bracht voor een kennismaking. Dat verliep allemaal prima en zelfs Arie kon zich verstaanbaar maken.

De volgende dag in alle vroegte gingen Arie en ik op pad. Wandelen naar de kampong waar de Chinese toekang gigi (tandarts) praktijk hield. Het pad leidde naar een atap hut (gemaakt van palmbladeren) waarvan de open zijde naar de weg gericht was. Dat bleek de tandartsenpraktijk te zijn. De stoel stond ook naar de weg opgesteld zodat iedereen die langsliep kon zien wat er zich daar afspeelde. Arie en ik wisselden een blik, waarna hij quasi nonchalant zijn schouders ophaalde. Er zat niemand in de stoel. Arie begroette de Chinese tandarts en legde uit wat hij nodig had. De man lachte vriendelijk en verzocht Arie plaats te nemen. Binnen nog geen tien seconden stond de weg vol toeschouwers. Waar die vandaan kwamen? Arie was een opvallende verschijning tussen de Papoea’s. Lang en fors gebouwd, hoogblond haar en een roodverbrande kop zonder tanden. Het publiek was doodstil.

De tandarts had inmiddels een pannetje met water op een primus gezet. Ik wierp een blik in het pannetje en kon een kleine golf van misselijkheid niet onderdrukken. Er lagen roze stukken plastic warm te worden om ze kneedbaar te maken. Ze waren eerder gebruikt. De afdrukken van de vorige patiënt stonden er nog in. Arie zag het zelf ook en vroeg me een fles bier te gaan kopen bij de toko. Daar wilde hij dan zijn mond mee desinfecteren. Toen ik terugkwam en me door de rijen fans van Arie had gedrongen, zag ik dat hij het happen achter de rug had. De spanning bij het publiek was wat afgenomen. Ik gaf hem zijn bier. Hij nam een grote slok en ineens werd het weer doodstil. Hij werd afwachtend aangekeken. Arie begon te gorgelen en te spoelen. De ogen van de toeschouwers werden steeds groter en Arie begon plezier te krijgen in zijn hoofdrol en ging door, zonder zich te realiseren wat koolzuur dan gaat doen. Zijn hoofd werd nog roder en zonder enige waarschuwing spoot het bier uit zijn neus, oren en mond. Het publiek stoof gillend uit elkaar. Ze dachten op zeker een blonde demon voor zich te hebben en in een tijd van niets was er niemand meer. De tandarts moest net zo hard lachen als Arie en ik. Een week later ging Arie terug, alleen, om zijn gebit op te halen. Het paste prima, dat wel, maar het bestond uit kiezen en twaalf muizen- of kindertanden in plaats van zes. Nee, natuurlijk is Arie niet de rest van zijn leven blijven rondlopen met die muizentanden. Korte tijd na dit voorval ging hij naar Makassar op Celebes naar een echte tandarts voor een normaal gebit.”

Page 2 of 37

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: