Liesbeth Steur

schrijver in Portugal

Categorie: Verhalen verteld Page 1 of 40

In plaats van de hug en de luchtkus

Namasté

[português]  [English]

Kusjes geven is in Portugal nog normaler dan handen geven. In Nederland is het al erg met drie zoenen in de lucht, hier kus je zelfs de mensen die je niet kent, wanneer je aan elkaar wordt voorgesteld. Een hand en twee zoenen. Ook vaak in de lucht.

Ik houd heel veel van de Portugezen en de volksaard en ben na al die jaren gewend aan dat gezoen. Wanneer ik een keer in Nederland ben en kennis maak met iemand moet ik me inhouden niet te gaan zoenen. En nu verandert er van alles. Het coronavirus gaat ook hier verandering brengen in deze uitgesleten gewoonte die bij het sein veilig natuurlijk opnieuw terugkeert.

Ik woon in een afgelegen gebied om precies in het natuurpark van de Serra de São Mamede. Rust, stilte en ruimte zijn drie zaken die hier een hoofdrol spelen. Er gebeurt niet veel. Er is geen industrie, geen werkgelegenheid en geen stads vertier. Er zijn ook geen vluchtelingen of gelukszoekers want er is hier geen geld te halen en geen werkgelegenheid. Alleen toeristen die zich aangetrokken voelen tot die drie zaken, vind je hier. Of vrienden die ons graag willen zien. Zelf zouden ze in de meeste gevallen niet kiezen om hier een vakantie door te brengen. Zo saai is het hier.

Wij vinden het heerlijk hier en ik kan de saaiheid niet vinden. Er zijn hier oneindig veel gebeurtenissen in de natuur, in de lucht, aan de hemel, in de vergezichten van de vlaktes, in de bergen en in de dorpen en gemeenschappen. De meeste ‘buitenlandse’ bezoekers zijn boomers met een mobiel huis, moderne hippies en Portugezen en Spanjaarden uit de grote stad.

In mijn yogastudio komt eigenlijk alleen de lokale bevolking en een handjevol buitenlanders die hier vast wonen. Dus maak ik me zorgen over het virus? Zo langzamerhand, eigenlijk sinds vandaag, heb ik een nieuwe regel ingesteld. We geven geen handen meer en zoenen niet meer. Vooral niet met de mensen die net bij familie in Europa zijn geweest, hebben gevlogen en ook nog eens verkouden terugkomen.

Ik heb voorgesteld om in plaats van de traditionele gewoonte voor elkaar te buigen en het namaste te eren. Dat betekent per slot: ik buig voor jou. Je kijkt elkaar aan, vouwt je handen voor je hart en buigt ligt voorover. Het is de moeite waard om te ervaren want er gebeurt iets anders dan bij het zoenen of huggen. De verbinding die in dat moment ontstaat is groot want het moet met aandacht worden gedaan. Er is zelfs meer hartverbinding dan bij andere vormen van begroeten omdat je je energetisch verbindt met de ander. Daarbij roept de buiging een gevoel van nederigheid op en dat kan iedereen in het westen wel gebruiken. Het brengt je terug naar wie je bent en wie de ander is. We zijn er voor elkaar en met elkaar en dat is wat je voelt en ervaart.

Namaste!

Ongerustheid

Patricia (rechts) en ik.

Op de foto ben ik vier of vijf jaar en mijn grote zus Patricia vijf of zes. Wij schelen precies 14 maanden. Voor mijn moeder reden genoeg om ons als tweeling te behandelen.

Patricia heeft als volwassene (ik herken haar handschrift) ooit achterop de foto gezet: “Liesbeth wordt door grote zus gedwongen om te lachen”. Ik kijk nog eens goed. Dat zou best wel kunnen. Ik kan het me niet herinneren. Wel dat onze overgooiers groen waren en van prachtig glanzend (gemerceriseerd) katoen en de lelietjes wit. Onze truitjes waren van katoenen tricot. Dat voel ik nog. De foto is vast een schoolfoto, in de kleuterklas of zo. Het is vlak vóór ons vertrek naar Sicilië en het einde van onze basisonderwijscarrière in klassikaal verband. Daarna was er alleen nog thuisonderwijs door gebrek aan scholen op de plekken waar we woonden.

Onze ouders waren ten tijde van deze foto nog maar net zeven jaar op vrije voeten na drieënhalf jaar ‘bij de Jap te hebben gekampeerd’, zoals mijn vader dat eufemistisch uitdrukte. Zijn ervaringen waren verschrikkelijk en hij overleefde. Mijn moeder ook. De eerste keer dat ze trouwden was in 1942, drie dagen voordat de oorlog uitbrak in Azië. Ze wisten niets van wat er boven hun hoofd hing. In 1946 kwamen ze elkaar weer tegen in Singapore. Het leven en hun hoofden waren in chaos. Er volgde een scheiding, een kind bij een andere vrouw door mijn vader verwekt, een hereniging na een jaar, twee dochters (Patricia en ik) en uiteindelijk konden ze in in 1959 hertrouwen. In Turkije. waar we toen woonden. Op de ambassade. En wat er nog meer gebeurde daarvoor en daarna kun je later lezen in mijn boek met de titel Kind van de Koloniën. Want hoewel de oorlog maar drieënhalf jaar van hun lange leven(vader 84, moeder 94) in beslag had genomen  was die periode alles bepalend. Het leven had een urgentie. In de ondertoon voelde ik altijd een vleug van ongerustheid die bedekt werd met het adagium: Pluk de dag en wees blij!

Die ondertoon van ongerustheid zit in mijn genen. Inmiddels ben ik me daar bewust van en dat heeft mijn leven veranderd. Ik weet precies waar mijn twijfels, angsten en zorgen ontspruiten. Ik neem de tijd om er bij stil te staan. Geef het de ruimte, stel me de vraag of het iets met de realiteit te maken heeft en dan lost het langzaam op als suiker in warm water.

Die ongerustheid zit niet alleen in mij. Het is allesbepalend in de wereld. Iedereen hecht aan van alles behalve aan zichzelf. Ken je jezelf eigenlijk wel? Als dat zo zou zijn, zou je tevreden zijn met je leven en was er geen reden tot ongerustheid. Ongerustheid is net zo besmettelijk als een virus. Je kunt allerlei voorzorg nemen zoals je handen wassen en in je elleboog hoesten, het virus blijft toch ergens hangen en gaat slapen tot het tijd wordt om terug te keren. Zo gaat het ook met ongerustheid. Als alles veilig lijkt doen we net of het er niet is.

Wanneer ik me realiseer hoe krachtig en levensbepalend angstige ongerustheid kon zijn voor mijn leven, weet ik ook dat de wereld last heeft van dezelfde verschijnselen alleen op grotere schaal. Een massa-angst. Een massa-ongerustheid. Het woekert maar voort wanneer de essentie niet wordt aangepakt. Hoewel tot inzicht komen niet heel moeilijk is – het vereist alleen moed om de weg naar binnen te nemen – gebeurt het te weinig. Het is het meer dan waard kan ik je zeggen want zoals gezegd: de realiteit is vele malen vriendelijker en vreedzamer dan wat er in je denken gebeurt.

De juiste vraag

avery-evans-NOm4f0xx2bU-unsplash

Photo by Avery Evans on Unsplash.com

Vragen stellen aan anderen over iets dat je niet begrijpt of over een probleem, is een kunst. Jezelf vragen stellen over problemen die je denkt te hebben is meer dan dat; het is een levenskunst. En weet je waarom? Omdat je je daarmee verdiept in jezelf en die verdieping vergroot dan weer je bewustzijn. En bewustzijn is noodzakelijk voor het ontwikkelen van compassie en het vredig kunnen samenleven met iedereen in alle omstandigheden. Dat zijn mooie woorden en nu de praktijk.

In mijn werk vertellen mensen mij verhalen over hun leven. Vooral de problemen die schijnbaar onoplosbaar zijn komen aan bod. Meestal worden die problemen veroorzaakt door een ander, denkt de verteller. Ik weet inmiddels wel beter. Die problemen komen allemaal voort uit jezelf.

Ik leer de vertellers, vragen stellen. Zuivere vragen. Aan zichzelf. En vertel daarbij dat ze geen oplossingen hoeven te verzinnen. Want dat is onmogelijk.

Tegenwoordig kom ik dit soort teksten bij de moderne denkers, hersenwetenschappers en coaches of goeroes tegen:

De oplossing van een probleem kan nooit gevonden worden op het vlak waar het probleem is ontstaan. Dus als de stagnatie ontstaat in jouw hoofd, kun je daar niet de oplossing vinden.

Geloof me. Die wijsheid is waar en zo oud als de weg naar Kralingen. Zelfs Rudolf Steiner schreef er al over in 1904. Het sterkt mij altijd dat ze in die tijd ook hun hoofd braken over vragen. Het is zo menselijk als wat.

Steiner citeert Goethe:

We zijn niet geroepen de vraag op te lossen, maar eerst de vraag te stellen en te wachten hoe de vraag zichzelf oplost.

Stel je hebt een vraag over iets. Groot of klein. Wat doe je dan? Je denkt erover na, je breekt je hoofd erover, omdat je gelooft dat jij ook de oplossing moet vinden in je denken. En daar gaat het mis. Al je energie stroomt naar je denken. Je wordt doodmoe van al het gemaal in je hoofd en je komt geen stap dichterbij een antwoord.

Jij bent als mens niet degene die de vraag of het probleem gaat oplossen en je gaat er ook niet over wanneer die oplossing moet plaatsvinden. Je bent wel degene die de juiste vraag kan stellen. Kies daarbij je woorden zorgvuldig. Om een vraag goed te formuleren heb je rust en stilte nodig in je hoofd. Dat betekent dat je tijd neemt voor en met jezelf. Je verdiepen in jezelf door gewoon stil te zitten. Dat maakt je zelfbewust en dan heb je zo de juiste vraag te pakken. En soms, als je zo stil zit met jezelf, lost het probleem zich vanzelf op. Gewoon, omdat je de situatie in beschouwing neemt en inziet dat het eigenlijk onbenullig is.

Is het wel een probleem? Dan denk je na het stellen van een duidelijke vraag er niet meer over na. Je kunt wel nadenken over de middelen die eventueel geschikt zijn om het probleem op te lossen. Daarna laat je het hele onderwerp los. Je gaat wat anders doen. Na een tijdje – misschien een dag of een week later – verschijnt de oplossing. Zomaar. Als uit het niets.

Het enige dat je nodig hebt is geduld en vertrouwen in iets wat je niet kunt zien of aanraken. Daar op die onzichtbare plek gebeurt alles. Als je het één keer hebt ervaren weet je ook dat alle scenario’s die je koortsachtig in je hoofd verzint alleen maar afleiding zijn van waar het werkelijk over gaat.

Ik herhaal het nog een keertje. Het gaat over vertrouwen hebben in het grote geheel en weten dat je niet alles weet. Hoe slim, intelligent of sluw je ook denkt te zijn. Gebruik het denken waar het voor is: leven en overleven.

Geïnspireerd op mijn eigen levensvragen en teksten van Rudolf Steiner die ik met interesse lees op De grote Rudolf Steiner Citatensite.

Dilemma

Photo by Markus Spiske on Unsplash

Op welke plek op aarde ik ook woon, ze bieden allemaal gelegenheid tot het scheppen van dilemma’s. Ik kan verhuizen naar Den Haag, naar Timboektoe, Istanbul, New York of naar Amsterdam, de kunst van het dilemma’s maken verhuist gewoon mee. Ik vermoed dat alleen vakanties buitenshuis de gelegenheid bieden om een paar weken te leven zonder het idee dat je een keuze moet maken. Hoewel? Ik ken een familie die in hun vakantiehuis uren kan discussiëren over waar vanavond te eten. Dat maakt de familieleden blij denk ik. Want waarom zouden ze dat anders doen?

In het dagelijks leven stelde ik mijzelf toch vaak voor onnodige keuzes. Maar dat deed ik pas vanaf het moment waarop ik aandacht begon te geven aan wat ik dacht. Voordien was ik nogal impulsief. Instant ja of nee en daartussenin was niets. Mijn omgeving was daar niet altijd blij mee. Maar met de jaren, onder invloed van die omgeving, werd ik minder impulsief en begon ik met wikken en wegen. Denkende dat dat zo hoorde. Toen ik me op een dag bewust werd van dat gediscussieer in mijn hoofd over wel of niet, besloot ik daar wat aan te doen. Ik werd er gek van en het ergste was nog dat ik regelmatig spijt had van de uiterst zorgvuldig beredeneerde keuze die ik had gemaakt.

Ik ging lezen over de hersenen en het denken en ik ontdekte van alles en vooral dat ik helemaal niets wist.

Wat me aansprak was het volgende: de oorzaak dat wij, weldenkende mensen, altijd maar problemen maken ligt in onze genen. Dat stamt nog uit de tijd dat we holbewoners waren. Toen moesten we altijd improviseren en oplossingen verzinnen om in leven te blijven. En die behoefte – het verzinnen van oplossingen – is in onze genen blijven zitten.

Nu hebben we geen echte problemen meer dus om die behoefte te bevredigen verzinnen we allerlei onbenullige dilemma’s. Toen ik dat eenmaal wist was ik gerustgesteld. Ik kon er dus niets aan doen. Maar was daarmee de kous af? Nee. Ik wist nu iets. Dat wel. En dat wat ik wist moest ik trainen. Want zonder training geen sterke spieren. Bij ieder bewust moment van twijfel voel ik ineens de angst om het verkeerde te doen. Zelfs als het geen kwestie is van leven en dood. Want zeg nou zelf, het wel of niet aanleggen van een moestuin is niet een levensbedreigende keuze. Ik ken de voors en tegens. Ik lach mezelf toe. Er is niets aan de hand. Ik heb alleen maar zaadjes gekocht en die heb ik gezaaid in kweekbakjes. Verder ga ik door met leven en kijk af en toe met een schuin oog naar de aarde in de bakjes. Die moestuin ontstaat vanzelf, met de tijd, en groeit uit tot de enige juiste maat. Mijn maat. Ik hoef niets te verzinnen. Ik hoef aan geen enkele eis te voldoen. Als de stekjes groot genoeg zijn voor de koude grond, weet ik wat de volgende stap is in mijn leven.

Page 1 of 40

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: