Liesbeth Steur

schrijver in Portugal

Categorie: Je zal hier maar wonen! Page 1 of 4

Overal olijven

f662ea52-7562-40ec-83fc-30158e7ce53f

Olijven plukken met Patricia.

Al in november start er een gerucht dat met de dag groeit. Het gonst. Iedereen praat erover, de boeren op het land, de mensen in de winkel in het dorp en zelfs op mijn yogalessen. Wanneer plukken we? Zijn de olijven al goed? Moeten we wachten tot na de regens? De buren beginnen pas op 8 december. Ze zeggen dat de olijven dan meer olie opleveren. Wat wijsheid is, is blijkbaar dat wat iemand doet. Ieder op zijn eigen wijze. Vrouwen komen zelfs niet naar yogales omdat ze twee weken gaan plukken; die families hebben meestal honderden bomen. Wij zijn ook begonnen aan onze bescheiden 140 bomen. En hoe bijzonder is het om olijven te plukken met je eigen zus. In de zon en bij windstilte. Patricia en Theo waren hier precies in de periode dat we begonnen.

Ik praat wel stoer over ‘we’ en het meeste werk wordt verzet door Coen en zoon Marnix die hier ook is. Ik spring af en toe bij en alleen als de zon schijnt.

Voorlopig wordt er alleen geplukt voor eigen gebruik. Dus 500 kilo lijkt ons genoeg; dat levert al gauw 80 liter olie op. Voor onszelf en om cadeau te doen. Dus als je in de buurt bent, krijg je een fles mee.

Morgen ga ik praten met de coöperatieve olijfperserij in Spanje, in Valencia de Alcántara, hier net over de grens. Die perst niet alleen, maar koopt ook de olie van je als je dat wilt. Dat doet de perserij in ons dorp niet. Daarom plukken de meeste locals alleen de hoeveelheid die nodig is voor eigen gebruik. Als ik weet wat de Spaanse coöperatie betaalt per liter olie, loont het misschien de moeite om verder te gaan plukken. Daar wordt trouwens niet koud geperst dus leveren de olijven ook nog eens meer olie op. Bij ons wordt op verzoek wel koud geperst en dan leveren we alleen de Portugese galega in, heel kleine zwarte olijven, die een verfijnde olie opleveren. Voor Spanje gaan we dan de grote olijven plukken (want die bomen staan hier ook); meer kilo’s in kortere tijd. Trouwens, die leveren ook goede olie op. Maar die kleine zwarte galega overtreft alles. Toch wordt deze olijf meestal gebruikt om te conserveren en te eten. In onze streek zijn er zoveel galega olijfbomen dat persen de beste optie is en het lekkerst, vind ik.

Nu zijn we klaar met de eerste 500 kilo. Die gaan deze week naar de perserij in ons dorp.

Trouwens – voordat jullie dat gaan vragen – de boom die Patricia en ik geplukt hebben had nog veel groene galega olijven. Pas als ze volledig rijp zijn, kleuren ze zwart. De groene versie staat voor een lagere zuurgraad van de olie. Dus altijd goed als die er tussen zitten.

Volgend jaar 8 december begint het nieuwe plukseizoen. Je bent natuurlijk welkom om deze heerlijke, rustgevende en super schone klus met ons te klaren. Het is een feestje om te doen.

Het lepeltje

[português]  [English]

In de loop van de ochtend drink ik meestal één glaasje koffie. Formaat grote espresso met wat room. Daar verheug ik me op. En altijd roer ik met hetzelfde lepeltje. Deze, die je op de foto ziet. Mijn la ligt vol met zilveren lepeltjes. Allemaal uit de familie. Deze komt van Coens moeder en misschien wel van zijn oma. Want die woonden net als mijn familie ook in Nederlands-Indië en namen tastbare herinneringen mee.

Dit lepeltje bestudeer ik graag. Ik vind het knap gemaakt. Een plat vlak dat diepte uitdrukt. Een man op een kar die getrokken wordt door acht karbouwen, met op de voorgrond een palmboom. Indischer wordt het niet.

Iedere dag word ik zo herinnerd aan mijn Indische verleden. Ik zie de sawa’s voor me, ik ruik het land, voel de klamme warmte en hoor de geluiden van de tropische natuur. Ik voel het ritme van het land van mijn ouders in mijn buik. Dat is het enige ritme dat synchroon loopt met mij, met wie ik ben. En dat lepeltje fungeert eigenlijk als anker.

Hier, waar ik woon, in het achterland van Portugal ergens in de bergen, heb ik dat lepeltje eigenlijk niet nodig als anker, want het ritme van Portugal loopt synchroon met mijn ingeboren Indische ritme. Te mogen leven met zoveel gemak en met zo weinig prikkels die niets te maken hebben met een natuurlijk leven, is voor mij een zegen. Nog dagelijks kan ik een zucht van verlichting slaken over dit geschenk.

Mijn leven hiervoor was uitstekend. Helemaal zelf gedaan met de ingrediënten die ik van mijn opvoeders en omgeving heb meegekregen. Ik vind het zelf wel een knap staaltje werk. Ik heb alle mogelijke talenten ontwikkeld, kinderen opgevoed, de kost verdiend en vele malen ben ik ongezien in het diepe gedoken. Vooral die duiken hebben me veel gebracht. En deze voorlopig laatste duik naar de plek waar ik nu woon, heeft vele openbaringen gebracht. Ik ken mezelf beter dan ooit en ben in staat om in mijn Indische ritme te blijven en verder te groeien naar een bewuster mens.

Voor mij was het praktisch onmogelijk om die groei door te maken in een omgeving waar de natuur ver te zoeken is. Waar de economische en digitale druk zo hoog is dat er geen tijd meer over is om wat je noemt tot jezelf te komen.

Ja, zogenaamd. Dat wel. Een weekendje naar de hei, fietsen, een strandwandeling. Wat je ook doet. De druk blijft. En natuurlijk is de mens sterk genoeg – in de meeste gevallen – om daarmee te dealen. De vraag is alleen: waarom zou je?

Ik zie hier jonge mensen met kleine kinderen die bewust uit de grote stad zijn weggegaan om zich hier te vestigen. Met weinig middelen, zonder enige zekerheid en uitermate creatief in het verdienen van wat geld om te kunnen leven. Het is een verademing. Er is tijd om te leven. En het grappige is dat iedereen dat moet leren. Eerst ligt het tempo nog hoog en de Portugese mentaliteit is het beste hulpmiddel om te leren vertragen. De locals hebben nooit haast.

Mijn verleden is mijn heden. Het oude lepeltje dat de wereld rondging, roert langzaam mijn bruine koffie en witte room tot een homogeen Portugees glaasje koffie.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Rijbewijs


Al heel vaak heb ik mijn rijbewijs verlengd of vernieuwd en altijd zit daar voor mij een lichte spanning. Niet negatief hoor. Meer een spanning die je voelt als je examen moet doen. In mijn achterhoofd speelt de vraag: zou ik wel een nieuwe krijgen?

Dat is natuurlijk nergens op gebaseerd. In mijn geval. Een gang naar het stadhuis of stadsdeelkantoor, aanvraag doen en wachten op bericht dat het nieuwe bewijs klaar ligt. En toch…

Dat rijbewijs is voor mij belangrijk. Al vanaf mijn achttiende. En ik hoop het te mogen behouden zolang als ik leef. Het symboliseert vrijheid. Ik kan gaan en staan waar ik wil. In de hele wereld. Mijn moeder had hetzelfde. Op haar negentigste moest haar rijbewijs worden verlengd na keuring van de arts. Ik was daarbij. Ze doorstond de test met glans. Een overdreven test trouwens.

Tien kniebuigingen maken. Dat kon ze, mijn moeder. Volgens mij zijn er heel veel jongere mensen met een rijbewijs die daar niet toe in staat zijn. Maar soedah. Ze heeft gereden tot op het laatst van haar leven. Uitsluitend in de stad en ze deed het goed. Haar bewegingsvrijheid was haar heilig.

Nu woon ik op het platteland met schaars openbaar vervoer. Dus het rijbewijs is nu helemaal heilig geworden. En ja, ook hier moet ik dat plastic kaartje vernieuwen. Nee, niet vernieuwen. Ik moet mijn Nederlandse rijbewijs dat eind van het jaar verloopt, inleveren voor een Portugese versie. En ik moet gekeurd. De Portugese versie moet ik vanaf nu iedere twee jaar verlengen, omdat mijn leeftijd dat vereist. Ook goed.

Wat anders is, is dit. Bij de aanvraag op het “verkeerskantoor” in de stad wordt daar op dat kantoor ook een pasfoto genomen. Heel praktisch. Je hoeft nergens anders naar toe. Het kantoor is wat vervallen en het meubilair ook. De dames die er werken daarentegen zijn kwiek, bijdehand en hebben improvisatietalent. Van de balie wordt ik geleid naar een kantoortje. Klein. Sleets bureau met dito stoel, old school pc, een kast voor ordners en aan de andere kant van het bureau een stoel tegen de muur gewrongen. TL licht. Op de muur, achter de stoel, is een stuk wit papier vastgeniet. Ik mag op de stoel plaatsnemen. De glazen deur die het kantoortje van de cheffin verbindt met de balie, laat fel licht binnen. Ik zie trouwens nergens een fotocamera. Wel een dingetje dat met een kabeltje aan de pc vastzit. Daarmee gaat het gebeuren. De dame in kwestie doet haar best. Het licht is niet goed. Iedereen wordt gemobiliseerd. De lamellen van de hal waar de balie is, moeten dicht. Het duurt even voordat ze aan het juiste touwtje trekken. De lamellen draaien dicht. Het licht is beter. Ze klikt. De cheffin kijkt mee want ze kan toch niet verder werken op haar computer. Na twee keer klikken verschijnt op beide gezichten een grijns. Het is gelukt. Prachtfoto. Ik mag hem zien, en denk er het mijne van.

Terug bij de balie reken ik dertig euro af voor het nieuwe rijbewijs en ik krijg mijn Nederlandse niet terug. Dat is ook anders. Mijn alarmbellen beginnen te rinkelen. Binnen twee maanden – wordt me beloofd – is de Portugese versie klaar.

Ja? Hoe dan?

Ik krijg een papiertje waarop staat dat ik mag rijden. In Portugal. Geldig tot eind augustus. Als dan het rijbewijs er nog niet is, moet ik terug om het papiertje te verlengen. Ik kan dus niet rijden in Spanje (kan dus niet tanken daar, naar de markt of andere dingen doen) en in geen enkel ander land.

Wat nou, vraag ik, als ik voor een noodgeval naar Nederland moet?

Dan, zegt de vriendelijke dame, kom je hier je Nederlandse rijbewijs even ophalen en als je dan weer terug bent, lever je je rijbewijs hier opnieuw in en krijg jij dat papiertje terug.

Ik kon het niet nalaten een foto te nemen van dat moment.

Ik berust. Ik heb vertrouwen. Alles is goed. Dat is mijn mantra voor de komende maanden.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Van-stad-naar-dorp

b01c29ac-3859-4025-a4df-7a336387e0f3

Restaurante Pau de Canela, Santo António das Areias

[português]  [English]

Voor mij bestaan er veel verschillen tussen het leven in mijn dorp hier en in mijn stad Den Haag in Holland. Hoewel ik de eerste jaren van mijn leven doorbracht op het platteland van Sicilië en Turkije, groeide ik toch uit tot een stadsmeisje; dat natuurlijk onder invloed van mijn moeder. Zij was dol op de stad en vond alles dat afgelegen was en eenzaam absoluut niet geschikt om te wonen. Het was saai en gevaarlijk. Zij zou zich nooit gewaagd hebben aan een eenzame wandeling in het bos, zelfs niet in het Haagse Bos aan de kant van het paleis van de koning. En als super gehoorzaam kind? Ik ook niet. Totdat mijn oudste zoon een hond kocht en zelf vaak op reis was. Die hond was soms weken bij ons en gewend aan het vrije leven in het bos en op het strand. Schoorvoetend heb ik mij over mijn ingeprente angst heen gezet en ben daarna niet meer opgehouden met boswandelen.

Inmiddels ben ik erachter dat ik geen stadsmens ben en wel een buitenmens. Ik hou van de rust, de stilte, de ruimte en de schoonheid van het land en de natuur. Ik zou niet meer ergens anders willen wonen. Misschien dat ik nog een keertje verhuis als ik 120 ben of zo. Naar het dorp dat op 5 minuten rijden van onze boerderij ligt. Vlakbij, dus zo eenzaam en verlaten wonen we niet. We hebben zelfs ‘overburen’ en ‘achterburen’. Dat landleven brengt het dorpse leven met zich mee met alle aspecten van een stadsleven alleen soberder. Er is een winkel, een apotheek, een bar, een kerk, een restaurant, een bejaarden- en verpleegtehuis. Er zijn twee artsen en een benzinepomp. We hebben een ware arena die een keer per jaar wordt gebruikt, een grote brandweerkazerne en ja zelfs een bedrijfsverzamelgebouw. En dat allemaal voor de regio Marvão met bij elkaar zo’n 3.000 inwoners. Mijn yogastudio is gevestigd in dat bedrijfsverzamelgebouw in het dorp dat trouwens Santo António das Areias heet en valt onder de gemeente Marvão.

Die 3.000 inwoners hebben dezelfde behoeften en zorgen als stadsmensen. Dingen als gezondheid, familieleven, liefde, gezelligheid en lekker eten spelen een grote rol en de zorgen gaan altijd over gebrek aan gezondheid en/of geld.

Het verschil met de stad is voelbaar in de tijd die de mensen voor elkaar nemen en zichtbaar in de entourage van televisie aan de muur en tl-licht. Kijk maar eens naar de foto.

Een van mijn vriendinnen Susana Maridalho organiseerde een etentje voor de yogaleerlingen van de avondklassen in het restaurant Pau de Canela in het dorp. Als entree kregen we petiscos. Heerlijke olijven, gevulde paddenstoelen en warme kaas uit de oven met kruiden. Daarna een  traditionele arroz de pato, eend met rijst. Eigenaresse Conceição kookt voor lokale begrippen op hoog niveau. En de desserts waren meer dan zoet.

Kijk nou eens de tafel rond en zie met wie ik eet!

Met linksvoor: Ana Pomba, financieel medewerker bij het bureau dat zorgt voor re-integratie van langdurig werkelozen. Zij woont in Portalegre. Naast haar Maria do Carmo Carilho. Zij heeft de beroemde worstenmakerij uit Apelhão (toch zo’n 3 kwartier rijden van mijn studio). Dan Carla Martins. Zij werkt voor een groot waterbedrijf en is verantwoordelijk voor de zuiverheid van het water in het gewest Noord-Alentejo en dat is zo groot als half Nederland. Carla zit dagen in de auto, van Portalegre naar Lissabon en verder en terug. Naast haar zie je Fernanda Mateus. Zij woont in het dorp en werkt bij het museum in Marvão. Met het mooie rode haar is Elisabete Reis die nog niet zo lang geleden een kapperszaak heeft geopend in Castelo de Vide. Daar werkt zij met natuurlijke producten. Dan zie je nog net Tânia Ramos (met bril). Zij is schoonheidsspecialiste en heeft haar zaak op de begane grond recht beneden mijn yogastudio. Heidi Dyer is de volgende. Vers uit Amerika, yoga- en dansdocente. Heidi is zich hier aan het vestigen. Een krachtige jonge vrouw die aan de weg timmert. Naast haar Zé Paulo, ook yoga leerling, ook uit de grote stad. Hij heeft een grote boerderij waar hij een groentetuin heeft volgens de principes van permacultuur. Zijn producten verkoopt hij samen met Heidi die ook hard werkt in zijn tuin, op de lokale markten. Tussen die twee bloeit wat op.
Aan de overkant zie je net het gezicht van Jacqui Hogan, Engelse. Zij woont al wat jaren hier en geeft Engelse les in Portalegre. Ze spreekt zelf goed Portugees en is van oorsprong shiatsu therapeute is.
Naast haar Susana Maridalho, de gangmaker van alles en iedereen. Ik schreef eerder over haar. Ze heeft een grote winkel Casa Moura in het dorp, heeft ontzettende veel energie en vertegenwoordigt met uitermate veel succes het merk Thermomix (hier heet het Bimby) een magistrale keukenrobot. Dan volgt Isabel Pires. Zij is medewerker, receptioniste bij het gemeentehuis. De lege stoel is van Lina da Paz ook van grote stad naar platteland, die was net even opgestaan. Lina heeft Guesthouse Trainspot in Beirã. Aan mijn andere kant zit Marília Ribeiro. Zij werkt net als Ana Pomba bij het re-integratie kantoor van de gemeente Portalegre en begeleid de mensen naar een nieuw leven. Van haar hand verscheen een paar weken geleden een boek met de titel: Mulheres, Trabalho e Alentejo. Levensverhalen van de hardwerkende vrouwen van deze streek. Vrouwen met wie je ‘paarden kunt stelen’. Indrukwekkend. Naast Marília zit Helena Pinadas. Geboren en getogen in Santo António das Areias. Haar ouders hebben een bar in het dorp en zelf werkt zij in het verpleegtehuis als administratief medewerker. Wie je óók niet ziet is de fotografe Paula Cristina Costa. Nog eentjes van grote stad naar platteland. Met haar man Nuno heeft zij een grote naturistencamping Quinta do Maral  , zeer in trek bij Nederlanders. Het terrein ligt prachtig daar aan de voet van Marvão.

Niet alle yogadeelnemers konden erbij zijn. En er komt zeker een volgende keer. Ik heb het goed en ben dankbaar voor alles dat mij omringt. De natuur en de mensen. Ze laten mij weten wie ik ben.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Page 1 of 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: