Liesbeth Steur

schrijver in Portugal

Categorie: foto op dinsdag Page 2 of 12

Koude benen en een stil hoofd

IMG_4334

Even wandelen met Koos

Het is dinsdag en dat is de dag van de week dat ik al jaren een blog plaats over het leven in Portugal. In de meeste gevallen schrijf ik die 500 woorden op dezelfde middag. Er is altijd wel een aanleiding en meestal is dat een foto. En vandaag heb ik niets. Dat gebeurt zelden.

Ik blader door mijn foto’s, kijk in de map concepten en ideeën. Niets kan me boeien. Ja, wel een stuk over burn-out en Rudolf Steiner en daar heb ik nu geen zin in. Dat zijn van die onderwerpen die meer tijd vragen en ik heb nog een uur voordat ik naar de studio ga om les te geven. Dus dat gaat hem niet worden. De observatie van Steiner boeit mij enorm. Hij schreef daar al over in 1921. Niet dat hij het woord burn-out gebruikt. Oh nee, ik ga daar nu niet over schrijven.

Wat er vandaag anders was dan anders is dat ik een afspraak had. Een vriendin die een uur rijden naar het zuiden woont, kwam naar yogales vanochtend. We hadden elkaar maanden niet gezien. Na de les dronken koffie in het café beneden in het gebouw met nog andere yoga-deelnemers. Daarna zijn we naar het restaurant(je) getogen hier in het dorp. Dat zat vol. We kregen de laatste tafel bij de bar vlakbij de deur. Je weet dat openbare plekken hier zelden worden verwarmd in de winter. De airco met warme lucht zit in het restaurantgedeelte en niet bij de deur die steeds opengaat voor nieuwe gasten en achter hen weer in het slot valt. Meestal hou ik mijn jas aan. Dat neemt niet weg dat ik na een uur wel afgevroren benen heb. Ineens verscheen Coen – hij wist dat we daar waren – en we hebben bijgepraat. Het was goed eten en gezellig. Na een bezoekje aan ons huis, is vriendin rond drie uur teruggekeerd naar Elvas. Tijd zat dus om nog een blog te schrijven en te zorgen dat mijn benen weer warm worden.

Een normale dinsdag is voor mij yogales geven, geen koffie, geen lunch buiten de deur en wel thuis met Coen en misschien een wandeling met hond Koos en dan schrijven.

Het verschil is dat ik nu geen leeg hoofd heb en anders dus wel. Dat is niet erg want het was oergezellig. Ik weet nu wel heel zeker dat stilte voor mij de ruimte is waarin een verhaal ontstaat. Ik kan hele middagen – ik schrijf bijna altijd in de middagen – in de doodste stilte aan mijn boek werken. Zonder muziek. Alleen het geluid van de kachel of de vogels buiten. Ook voor Coen die nu zijn reclamemanmemoires op papier zet, is dat de enige manier om te schrijven. Je hoort dan alleen onze bijna geruisloze toetsenborden.

De stilte is mijn favoriete plek. Daarom houd ik zo van de natuur, van de ruimte om me heen, van de leegte van het landschap. Daarom houd ik zo van mijn yogamat. Daar zijn vergroot mijn innerlijke stilte, zelfs als ik les geef. En hoe stiller ik kan zijn, hoe groter mijn creativiteit en capaciteit om die stilte over te dragen. Aan het einde van de les duurt het altijd even voordat iedereen opstaat en het leven weer instapt. En dat moment, net voordat de leerlingen hun ogen opendoen, ervaar ik als ware stilte. Daar doe ik het voor.

Inmiddels zijn mijn benen warm en ben ik klaar voor de volgende les. Trouwens dat stuk over Steiner komt nog wel een keer. Beloofd.

De weg van de minste weerstand


Het fonteintje bij ons huis verandert met de seizoenen van uiterlijk. Het bronwater dat uit de kraan komt hebben niet alleen wij plezier van. De mussen, de merels en boomklevers nemen dagelijks hun bad en in de zomer komen nog veel meer vogels hier drinken. Ik zie dat uit het keukenraam. Door het dubbele glas kunnen de vogels mij niet zien en ik hen wel. Meestal zien ze zichzelf in het raam en soms denken ze dat ze een nieuwe partner zien. Dan dansen ze voor het raam, tikken ertegen en heel soms vliegen ze er tegenaan. In de meeste gevallen blijft de vogel dan versuft zitten en vliegt na een tijdje weg. Het is pas één keer gebeurd dat er eentje de dood vond. Een jonge mus die in een van de nesten woont onder het dak van de veranda. Die jonge mus bleef niet dood vanwege de botsing met het raam. Nee. Koos de hond was op de veranda en ik ook. Koos sliep. Ik zag het gebeuren in een fractie van een seconde. Het vogeltje belandde op de grond precies voor de neus van Koos. Ik ren naar Koos om hem vast te houden. Net te laat. Hap zei de hond. Vogeltje dood. Tja, de natuur.

Nu zag ik het grasveldje dat naast de waterbak groeit. Midden in de winter. Eerst was er mos en nu dit. Zomaar. Het is voor het eerst dat ze verschijnen uit het graniet. Wonderlijk. Is er dan een voedingsbodem?

Afgelopen zomer hadden we hier op de boerderij voor het eerst een moestuin die we precies op een plek hebben aangelegd waar de grond het armst is. Je bent stadsmens of niet toch? De rest van het terrein is prima en dit stukje nou net niet. Wisten wij veel. Dus hebben we heel erg ons best moeten doen om er iets te laten groeien. Veel water geven en regelmatig bijmesten. Het was niet echt een succes. Op de vorige boerderij had ik een moestuin die natuurlijk in het heetst van de zomer water nodig had, maar alles groeide en bloeide daar de pan uit. Vanzelf. Daar was duidelijk een natuurlijke voedingsbodem. En dat heeft deze boerderij ook, behalve dan dat stukje. Waarom vraag ik me dan af? Gewoon, zeggen mijn buren dan, daar zit allemaal granietstof in de bodem. Daar had je niets moeten planten. Ze hebben meteen het vruchtbare deel aangewezen voor komend jaar. Ik weet nog niet zeker of ik het doe. Op de markt hier koop ik het hele jaar door de groente van een oud mevrouwtje en help daarmee de micro economie draaiende te houden. Dat is ook wat waard. Maar wie weet? Komt tijd, komt raad.

Ik ben gebiologeerd door het grasveldje. Ik kijk er vaak naar en denk dan aan de dramaverhalen over het klimaat. Dat er een verandering gaande is, is duidelijk. Of het allemaal door mensenhanden komt, weet ik niet. Er zijn teveel praatjesmakers die geld willen verdienen en er zijn teveel mensen die die praatjes geloven. Ik ben niet bang dat de aarde ten onder gaat. Die evolueert en zal altijd blijven leven. Onder welke omstandigheid dan ook. Dat heeft de geschiedenis al bewezen en ik zie het hier. Die grassprieten nemen op hun dooie akkertje de natuurlijke weg en als ik dat ook doe in het leven en 51% van de mensheid met mij, dan komt het heus goed.

De camouflage hond

IMG_4338

Wanneer ik in de winter met teckel Koos wandel, lijkt hij af en toe te verdwijnen. Zijn vacht heeft dezelfde kleuren als de bladeren van de fluweeleiken die in de herfst op de grond zijn gedwarreld. Nu verdwijnt Koos niet zo snel. Hij kent de weg als geen ander. Hij wacht soms geduldig op mij in plaats van ik op hem.

Op deze wandeling had hij enorm lang staan treuzelen en was ik rustig verder gelopen. Hij rook allerlei interessants. Misschien de geur van schapen die net langs waren gekomen? De geur van de waakhonden die in de nacht door de velden dwalen? Ik weet het niet. Dan kan ik roepen wat ik wil, Koos doet zijn ding. Hij is en blijft een teckel.

Ik wacht en wacht en dan bekruipt me toch het gevoel dat er iets mis is. Zo’n onbestendig angstgevoel dat nergens over gaat. Dat verhaal van die teckel in de duinen bij Zandvoort of Bloemendaal zit nog altijd in mijn hoofd. Die was daar tijdens een wandeling verdwenen en maanden later vonden de eigenaren hem. Hij liep vrolijk te struinen en zag er uitstekend uit. Toen ze hem wilde oppakken rende hij gauw weer weg. Ik weet trouwens niet of die teckel ooit weer thuis is gekomen.

Dat gevoel van bang zijn dat er iets gebeurt, is een raar dingetje. Herken je dat? Het beheerst de mensheid. In het groot en in het klein. Dat kan de eerste gedachte zijn als je wakker wordt en dan beheerst het onbewust je dag. Het zit gecamoufleerd achter iedere handeling of gedachte. Je ziet het niet en het is er wel. Ik ken niemand die dat gevoel niet kent. Alle grote leiders, kleine baasjes en de zogenaamde “gewone” man handelen allemaal uit angst. De een is bang om te verliezen wat hij heeft, de ander om niet te krijgen wat hij wil hebben. De een is bang om niet aardig gevonden te worden, de ander voor afwijzing.

Inmiddels – na jaren oefening – ben ik me bijna instant bewust van dat wat sluimert achter een gedachte. Dat is prettig. Het geeft mij de keuze erin mee te gaan of het te laten voor wat het is. Het maakt mijn leven zorgelozer en lichter.

Nu merkte ik meteen die opstijgende zorg over iets dat helemaal niet aan de hand is. Dan kan ik wel tegen mezelf zeggen: ah, dat doet Koos niet en zeker weten doe ik het niet. Is er ook maar één ding in het leven dat ik zeker weet? Nee. Niets. Er bestaat geen controle. Dat is schijn. We maken het onszelf wijs ter geruststelling. Alles verschijnt toch zoals het verschijnt. Terwijl ik met mezelf sta te praten, hoor ik hem. Nee, ik hoor niet hem, ik hoor de blaadjes ritselen. Ineens zie ik Koos. Hij loopt op een drafje. Heeft zeker een kwaad geweten.

Schone lei

IMG_4316 kopie.jpg

PortuguêsEnglish

Langzaam doe ik de deur open van de studio. Tot op een kier en steek mijn hoofd om de hoek. Ja, het is warm. Iedere keer is dat een spannend moment. Ik programmeer de airco de dag tevoren en het is geen garantie dat het apparaat doet wat ik wil. Soms is de stroom uitgevallen, soms heb ik niet goed op de programmeerknop gedrukt of staat ineens het sneeuwvlokje aan in plaats van het zonnetje (ook eigen schuld). Dat vind ik trouwens verwarrend. De zon hoort bij de zomer dus dan zou die moeten koelen en een sneeuwvlok bij de winter en zou hij warme lucht moeten blazen. En het is dus andersom. Mijn logica is niet die van de airco afstandsbediening ontwerpers.

Die deur opendoen blijft een belangrijk moment, want de start van de yogales hangt af van de temperatuur in de zaal. De leerlingen gedragen zich anders. Alhoewel Portugezen geen moeite hebben met ijskoude gebouwen. Voor hen is het normaal dat gebouwen en huizen koud zijn in de winter. Dit bedrijfsverzamelgebouwtje waar mijn studio huist heeft geen isolatie en dat maakt de buitentemperatuur voelbaar binnen. Ondanks dat het aangenaam was vanochtend ben ik toch langzaam begonnen. Na drie weken vrij, Kerstmis, Oud en Nieuw en Drie Koningen (toch een groot feestje hier) leek het mij verstandig voor onze lijven.

De toestroom – altijd een verrassing – was groot. Hoewel er veel staan ingeschreven is dat geen garantie dat ze er ook zijn. Vanochtend was het een volle bak in de kleine studio. Het paste precies. Begin van het jaar hè. Goede voornemens. Het verbaast me altijd weer hoe zo’n jaarwisseling de mensen aanzet tot verandering. Er was dus iets, waar ze niet tevreden over waren. Iets dat ze lieten liggen. Misschien hebben ze een schuldgevoel of willen ze voldoen aan andermans verwachtingen. Ik weet het niet.
Zo’n nieuw jaar biedt iedere keer weer een nieuw vergezicht op. Een open toekomst. De lei schoongeveegd. En die overgang van 31 december naar 1 januari maakt het zetten van de eerste stap of het schoonvegen van de lei, makkelijk. Steeds weer moet ik daar over nadenken. Hoe kan dat toch? Waarom is het makkelijker een verandering in te zetten op 1 januari dan op 6 juli bijvoorbeeld. Iedere dag is toch nieuw? Zodra de zon opkomt is de dag nieuw en is er een nieuw vergezicht. Daar heb je 1 januari niet voor nodig.

Mijn dagelijkse vergezicht staat op de foto. Een leitje met blauwe lucht, ruimte en natuur. Ik kijk en weet dat ik de dag zelf kan inkleuren of kan afwachten wat er komen gaat. Ik kan niets doen of heel veel en tussendoor contact blijven houden met het schone blauw. De hele dag door, tijdens alle bezigheden. Dat zet iedere handeling, ieder woord dat ik spreek in perspectief en zo hou ik mijn lei schoon. Iedere dag weer.

Page 2 of 12

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: