Liesbeth Steur

schrijver in Portugal

Categorie: foto op dinsdag Page 2 of 9

Lijden is fijn

Ik keek op naar de hemel en zie: de heilige geest … oh … toch niet …

Wat me ieder jaar weer opvalt, is dat hier op het Iberische schiereiland Pinksteren bijna niet bestaat. Toen ik dat ontdekte was ik eigenlijk wel verbaasd. Zo katholiek als deze landen pretenderen te zijn zo weinig hebben ze op met Pinksterzondag. Nog vreemder vind ik, dat Nederland – waar veel kerken leeglopen – Pinkstermaandag kent als officiële vrije dag.

Mijn moeder – Indisch katholiek – overhoorde mij de laatste jaren van haar leven, bij wijze van bewustwording denk ik, de betekenis van Kerstmis, Pasen en Pinksteren.

Ik gaf dan een kort antwoord:
Met Kerstmis vieren de christenen een feestje vanwege de geboorte van Jezus, alles rondom Pasen is een grote lijdensweg, dan wordt Jezus gekruisigd. Paaszondag staat Jezus op uit de dood en verschijnt nog een keertje met een boodschap die maar niet doordringt tot de mensen en Pinksteren zou een enorm groot feest moeten zijn omdat de mensheid de heilige geest over zich krijgt uitgestort. Een laatste hulpmiddel voor opdat ze ontwaken en het leven gaan leven zoals het bedoeld is. In pais en vree met zichzelf en met elkaar.

Ik vind het verhaal van Jezus een mooi verhaal tot en met Pinksteren. Daarna wordt het stil in christenland. Ik vind trouwens dat er nog veel meer mooie en vooral optimistische verhalen zijn over wijze mensen die iets hebben verteld en waar de mensheid niets mee doet.

Misschien waren al die wijze woorden wel iets te vroeg. Stel dat er nu in de 21ste eeuw een soort Jezus opstaat. Wat zou er dan gebeuren? Zou het nog steeds te vroeg zijn?

Maar even terug naar de vraag waarom Pinksteren hier in Portugal en in mijn buurland Spanje geen aandacht krijgt. Wel, daar heb ik iets op bedacht.

De kerk heeft door de eeuwen heen door bangmakerij het volk in zijn macht gekregen. De Bijbelse verhalen zijn zo uitgelegd en herschreven dat het gewone volk geen stap meer durfde te zetten uit angst voor represailles. Het volk heeft leren lijden en als het maar genoeg lijdt dan komt het later als je dood bent wel goed. Dat was de boodschap. Daarom wordt Semana Santa (de week voorafgaand aan Paaszondag) hier zo uitbundig gevierd met processies en al. Daarbij valt de viering van Kerstmis in het niet. Ik voel in de aanloop naar Semana Santa en gedurende die week een grijze wolk over de mensen komen. Ze gaan serieus kijken en lijden op commando van de kalender. Daarna gaan alle families gezellig en luidruchtig met elkaar eten. Urenlang. Als het over lijden gaat is het dus goed. Daar zijn ze hier specialist in. Luister maar naar de fado en de duende. Pinksteren is hors catégorie want zonder lijden is er geen leven.

Dan zijn we daar in het Noorden toch een stuk pragmatischer en hoopvoller. Ik ook. Ik denk nog steeds dat als er dan godsdienstige feesten gevierd moeten worden dat Pinksteren een hoofdprijs verdient. Ieder jaar weer de kans om wakker te worden. Wat wil een mens nog meer?

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Op de fiets

1952, Den Haag, Schenkweg. Mijn moeder Els, ik voorop, Patricia achterop en mijn vader Kees die met ons gaat fietsen maakt de foto.

[English]  [português]

Een fiets met twee kinderzitjes was de normaalste zaak van de wereld. Vroeger. In Nederland. Eentje voor. Voor de jongste. En, eentje achter. Voor de oudste. Waar je als oudste altijd voorop mocht zitten werd je toch mooi van deze plaats weggepromoveerd zodra de tweede kon zitten. Dat was namelijk voor grote kinderen. Daar moest je als oudste dan blij mee zijn. Met als uitzicht de rug van je moeder of van je vader.

Nu ik dit zo schrijf zou dat ook zomaar wel eens een kindertraumaatje extra kunnen zijn. Ik weet het niet. Eerst staan de eerstgeborenen hun unieke plaats af aan een tweede en dan worden ze later nog eens naar achteren gezet.

Maar ik ben de jongste en heb daar dus geen last van. Als jongste heb ik heel andere problemen om te tackelen. En daar gaan we het nu niet over hebben.

Sinds hier een nieuw bedrijfje is gestart dat railbikes verhuurt om het in onbruik geraakte spoor op en neer te fietsen – als plezierig uitstapje – word ik geconfronteerd met een herinnering van heel andere orde. Ook hier is – zoals in de hele wereld – bekend dat Hollanders fietsers zijn en aangezien ook ik uit Nederland kom, denken de Portugezen dat ik fietsen leuk vind.

Toen mijn jongens klein waren, leg ik hun dan geduldig uit, toen fietste ik alles. Verplicht. Door weer en wind. Niet alleen met twee kinderen aan boord maar ook nog met alle boodschappen. Dagelijks.

Van supermarkten en tweede auto was nog niet echt sprake. Wel van de kruidenier, slager en groenteboer op de hoek. Ik heb in die jaren alle straten van Den Haag wel doorkruist.

Mijn stratenkennis was zo goed als die van de klassieke taxichauffeur. Zeker toen kinderen nog allemaal bij elkaar in de straat gingen spelen. Halen en brengen was aan de orde van de dag. Of het nou stormde, regende of niet. Ik heb voor mijn gevoel mijn knieën daarmee stuk gefietst. Of dat waar is? Ik weet het niet. Ik denk van wel. Tegen de tijd dat de jongens alles zelf konden fietsen toen ze zo’n negen jaar oud waren en zelf ook naar de sportclub konden gaan, ben ik opgehouden met dat zware werk en mezelf bezworen dat nooit meer te doen. Het heeft minstens vijf jaar geduurd voordat mijn knieën weer redelijk normaal functioneerden. En gelukkig is dat zo gebleven tot op de dag van vandaag. Dus fietsen is voor mij een gepasseerd station. Ik loop liever kilometers dan dat ik ooit nog een pedaal rond trap.

En dan word ik hier, in the middle of nowhere, geconfronteerd met dat oude besluit. In een land waar fietsen zo impopulair is als de fado zingen in Holland. Iedere keer leg ik weer beleefd uit dat ik een hekel heb aan fietsen. En dan komt iedereen met het advies, dat het leuk is, zo midden in de natuur en dat het niet zwaar is (hoezo niet zwaar, een vals plat omhoog gedurende een uur of zo) en dat je samen fietst. Dus de lasten zijn verdeeld.

Ik hoor de verhalen aan, zie af en toe deelnemers terugkomen en denk dan bij mezelf: echt niet!

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

A Beast, Beauty & Bollocks

Artist CoenSt in front of one of his artworks titled: Beauty and a Beast

[português]  [English]

Voor mijn man Coen zijn het spannende weken en dan vooral voor CoenSt de kunstenaar. Hij is al weken bezig met de voorbereidingen en het inrichten van zijn overzichtstentoonstelling die zaterdag 1 juni om 17 uur wordt geopend.

De locatie is nog geen kwartier rijden van onze boerderij. Het is de enorme wachtkamer van het voormalige station van Marvão-Beirã. Twee keer per dag rijdt Coen op en neer om de tentoonstelling vorm te geven. Hij is niet alleen conceptueel kunstenaar. Coen is ook een uitermate handige klusser. Dat heeft vele voordelen. Hij kan het allemaal zelf. Timmeren, zagen, verven, boren en meer. Hij heeft hulp van de uitbaters van de zaal, Lina en Eduardo van Guesthouse Trainspot. Zij vinden het net zo spannend als CoenSt. Het is namelijk voor het eerst dat deze zaal wordt gebruikt als tentoonstellingsruimte.

Vandaag na mijn lessen ben ik gaan kijken naar de vorderingen. Het ziet er nu al indrukwekkend uit. Coens werk hoort in een grote ruimte. De tentoonstelling die de naam draagt A Beast, Beauty & Bollocks, is ingedeeld in drie fasen die nu zichtbaar worden.

The Beast
Daar vind je zijn werk waarin de AK-47 een hoofdrol speelt. Soms verborgen, soms recht in je gezicht. Het geeft je te denken.

The Beauty
Zijn serie “Infinity” staat hier centraal. De oneindige lijn is het middel waarmee hij tekent en schildert. Het is mijn lievelingswerk. Een streling voor het oog.

Bollocks
Conceptuele kunst met een knipoog naar de wereldgeschiedenis of is het toch serieus bedoeld? Dat is voor de kijker om uit te maken.

Ik vind het knap hoe Coen met weinig middelen zo’n enorme ruimte weet in te richten. Hij is een multi-talent en dat wisten wij allemaal al. De galeries in Nederland durfden zijn werk niet te exposeren omdat het te confronterend is met als belangrijkste argument dat mensen dat niet boven de bank willen hebben. Nu hangt en staat het hier in die enorme ruimte. Dwalen over deze tentoonstelling prikkelt de zintuigen en de geest en het maakt je bewust van alle overtuigingen die je hebt. CoenSt werk komt goed tot zijn recht.

Je bent natuurlijk welkom bij de opening of later. De tentoonstelling opent dus op 1 juni en blijft twee maanden te zien tot 1 augustus.

Openingstijden zijn voorlopig (in Portugal is alles mogelijk): donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag van 16:00 tot 20:00 uur. De kunstenaar is zelf aanwezig of anders kun je zeker een wijntje met hem drinken in de aangrenzende Bar Cais Coberto van Railbike Marvão.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Saudades


Echt, dit jaar ben ik er niet bij. Niet bij de opening, niet tijdens en ook niet bij de sluiting. De Tong Tong Fair 2019 gaat aan mij voorbij. Met een goede reden. Ik reisde tegen mijn gewoonte in, eind april al naar Nederland. Mijn zus fotografe Patricia Steur ontving een koninklijke onderscheiding van de burgemeester van Amsterdam. Ze werd Ridder in de Orde van Oranje Nassau. En dat grote feest wilde ik niet missen. Gelukkig heb ik een abonnement op Moesson en ben ik Sobat van TTF. Zo blijf ik op de hoogte van het nieuws en het ouds.

Gisteren lag het meinummer van Moesson in mijn postbus. Misschien was het blad er al eerder en ik check mijn postbus alleen als ik er langs rijd op weg naar de grote stad. Mooie cover! Het weekend vind ik wel tijd om te lezen, nu kijk ik er naar in het voorbijgaan en verheug me.

Tong Tong is al lang in mijn leven. Vanaf 1961. Toen kwamen wij in Nederland wonen. We bezochten de Pasar Malam Besar in de Dierentuin van Den Haag. Oprichter Tjalie Robinson kwam thuis bij mijn ouders. Tijdens de Houtrusthallen periode liepen we er modeshows en werkten we als kaartjesknippers bij de bioscoop. We dansten in de Marathon. Ik werkte begin jaren negentig een tijd voor de redactie van tijdschrift Moesson aan de Prins Mauritslaan in Den Haag.

Zelfs in Portugal ben ik nog verweven met Tong Tong en Moesson. Iedere dag ruim ik een asbak op die dateert uit 1976 en van mijn ouders komt. Hij is niet mooi en toch koester ik dat ding. Het is natuurlijk te erg dat ik een roker heb in huis en iedere keer word ik herinnerd aan mijn Indisch zijn. En niet alleen door die asbak. Waar ik woon, in de bergen bij een dorp in het achterland van Portugal, heerst de sfeer die ik ken van het achterland op Java. Riviertjes, vrouwen die de was doen, alles plan plan en tijd om lekker te eten en vooral om in de schaduw te zitten onder het gebladerte van de bomen.

En nu schrijf ik in de middagen in de koelte van mijn huis aan een boek over mijn Indische familie. Ook plan plan. Het archief met brieven is groot en lezen kost tijd. Het verhaal begint vorm te krijgen. Gelukkig heb ik altijd veel gepraat met mijn ouders en veel heb ik, toen ze nog leefden, al geregistreerd. Het blijft toch spannend. Soms ontdek ik dingen die ik niet wist. Geen echte lijken in de kast en wel heel verrassend. Het is niet alleen een kwestie van de puzzel leggen. Soms heb ik tijd nodig om dat wat ik niet wist een plaats te geven. Dan schrijf ik pas verder. Zowel de Tong Tong Fair als tijdschrift Moesson inspireren me altijd om verder te gaan. De geschiedenis wordt volgens mij toch echt geschreven door mensen die het onderwerp zijn geweest van de gebeurtenissen. Hun verhalen zijn goud waard.

Page 2 of 9

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: