De vrouwen Steur

2011 – Patricia, Els (92) en Liesbeth. Foto copyright Patricia Steur

Hoe lastig kan het zijn om over je eigen familie te schrijven? Over de band tussen mijn moeder, mijn bijna tweelingzus Patricia en mezelf. Ik weet alles rechtstreeks uit de bron en toch… Het zet me aan het denken over de rollen die we vervullen in dit vrouwelijke driemanschap. Waar we elkaar versterken of verzwakken en wat we voor elkaar betekenen. Nooit eerder hoefde ik er over na te denken. Het was zo vanzelfsprekend dat we dag en nacht samen waren. En nu het boek over mijn familie vorm begint te krijgen kom ik in nog steeds in het familiearchief allerlei losse aantekeningen, verhalen en interviews tegen die ik eerder niet heb gezien of die ineens weer in het oog springen. Zoals dit zelf geschreven interview met mijn moeder, mijn zus en met mij in opdracht van Nouveau Magazine in 2011. Lang geleden, ja, en aan de geschiedenis verandert niets behalve mijn kijk daarop.

Interview

Op de leeftijd dat andere kinderen naar de lagere school gaan, zitten Patricia en ik in het klasje bij mijn moeder. We wonen de eerste acht jaar van ons leven op plekken waar geen geschikt onderwijs is volgens mijn moeder. Eerst op Sicilië en daarna op drie locaties in Turkije. Pas toen Patricia en ik de leeftijd hadden van 10 en 11 gingen we terug naar Nederland voor een behoorlijke opleiding.

“Mijn man boorde naar olie en dat bracht ons op afgelegen plekken. Ja, de meisjes kregen les van mij. ´s Ochtends deden we een serieus klasje en in de middag waren ze vrij. Eigenlijk ben ik te ongeduldig om les te geven, maar er was geen keuze.”
Patricia en ik moeten lachen als we terugdenken aan de klasjes.
“Ik weet nog goed”, zegt Patricia, “dat je een schrift naar mijn hoofd slingerde. Ik bukte op tijd en kreeg de slappe lach. We zijn toen maar naar het strand gegaan met
z´n drieën in plaats van verder te gaan met de les.”

“In die jaren in het buitenland”, vervolgt mijn moeder Els haar verhaal, “waren we op elkaar aangewezen. Ik waakte over die twee als een havik. Ik had nooit gepland twee dochters te krijgen en ik beschouwde ze toen al en nu nog als het mooiste dat me is overkomen.”

“Ja, dat zal best en dat waken heb je volgehouden tot einde middelbare school”, zeg ik. “Ik moest altijd de smoesjes verzinnen als we te laat kwamen om maar geen huisarrest te krijgen. Patricia was nooit van een feestje weg te branden. Dat zat er al jong in.” Patricia lacht en de anekdotes vliegen over tafel.

Mijn moeder komt uit voormalig Nederlands-Indië, is Indo-Europees en van jongs af aan gewend om met alle culturen om te gaan.
“Ik voelde me op Sicilië eindelijk weer thuis na die woelige tijd. Oorlog, kampen, repatriëring met vallen en opstaan, twee kinderen krijgen binnen 14 maanden. We voelden ons daar meteen opgenomen in de gemeenschap. Toen Liesbeth tyfus kreeg, bad het hele dorp iedere dag voor haar in de kerk. Het heeft geholpen want ze is er nog steeds ondanks dat haar leven toen aan een zijden draadje hing. Twee jaar lang hebben we genoten van het leven op de helling van de vulkaan Etna.”

In Turkije beginnen we een stuk primitiever. We wonen zonder waterleiding. Het water wordt gebracht met de ezelkar. Op zolder staat een tank die emmer voor emmer wordt gevuld door de waterdrager. De onverharde dorpsstraten zijn stoffig en op het schoolplein kun je op zondag naar worstelen kijken. Grote mannen met geoliede lijven glijden langs elkaar heen. Mijn moeder speelt triktrak met de notabelen van het dorp en maakt taart zonder mixer of oven en van de werkster leren we buikdansen. Patricia en ik spelen verstoppertje met onze Turkse vriendinnen en we spreken al snel net zo goed Turks als Siciliaans.

“Daarna volgden Istanbul en Ankara.” Patricia neemt het verhaal over. “We leefden steeds luxer in de zin van bewoonde wereld en mijn vader was steeds minder thuis. In de periode van Ankara boorde hij bij de grens met Afghanistan en was 36 dagen weg en twaalf dagen thuis. Weet je nog Lies dat we precies wisten wanneer papa was thuisgekomen. Dat roken we. Aan de vertrouwde geur van olie en sigaretten. En dan was het twaalf dagen party-time.”

“Ja, mooie tijden waren dat. Ik denk dat de meisjes en ik veel overeenkomsten hebben doordat we op elkaar aangewezen waren. We staan alle drie open voor alle culturen en hebben geen enkele moeite ons waar dan ook op de wereld te bewegen. Er zijn natuurlijk ook verschillen. Liesbeth was altijd haantje de voorste en kon goed leren. Patricia was een dromer en had meer steun nodig. Het was voor mij prettig dat ze bij elkaar in de klas zaten. En toch hebben de meisjes zich in een heel eigen richting ontwikkeld.”

Patricia de dromer (classificatie van mijn moeder) wordt en is nog steeds rock ´n´ roll en ontwikkelt zich tot een topfotografe met vele boekproducties op haar naam. Ik zelf trouw jong, krijg twee zonen, word vertaler, yogadocent en schrijver.

“Nou mam, die optimistische kijk op het leven heb ik van jou,” zegt Patricia. “Je hebt als mens de plicht om een leuk leven te hebben, vind ik. Daarom moet je kijken wat er te leren valt van een ongelukkige situatie in plaats van erin te blijven zitten. Van vrienden en vijanden heb ik het meest geleerd. Hoewel jullie een grote spiegel zijn en de familieband onuitwisbaar is. Ik voel me misschien daarom zo aangetrokken tot inheemse volkeren waar familiebanden van levensbelang zijn.”

In mijn leven speelt de familie ook een grote rol. We zaten vroeger boven elkaars lip en deden niets zonder elkaar. Vanaf mijn veertigste heb ik die hechtheid ervaren als een belemmering. En dat lag meer aan mij dan aan de familie. Een tijd in het buitenland wonen toen gaf me ademruimte. Want ik ervoer die relatie als te dominant. Nu heb ik daarin een goed evenwicht gevonden.

Mevrouw mijn Moeder is zoals het hoort tot het einde van haar leven in 2013 het middelpunt van de Indische familie gebleven. Ze was een verbinder en een goed luisteraar. Ieder zichzelf respecterend familielid kwam regelmatig langs. Ook vanuit het buitenland. Er was altijd te eten en te drinken in huis. Els was actief op Facebook en Twitter en schreef over vroeger. Het archief was belangrijk voor haar en ik beloofde haar het toegankelijk te maken voor de nazaten.

Patricia verbindt al 40 jaar met haar camera. Ze haalt het mooiste uit de mensen, geeft ze zelfvertrouwen en maakt vrienden voor het leven. Ook bij haar is er altijd te eten en te drinken.

Ik geef mensen de kans zich met zichzelf te verbinden. Door yogatraining, vragen stellen, luisteren en horen. Door het schrijven van verhalen over wat ons allemaal beweegt en over wat je zelf kunt doen om het leven aangenaam te maken zonder de omstandigheden te veranderen. En ook bij mij thuis is er altijd te eten en te drinken.

Zonder dat is het leven voor ons en de hele Indische familie niet compleet.

En nu weer verder met het boek Kind van de koloniën.

(Eerder geplaatst op 25 januari 2018)