Liesbeth Steur

schrijver in Portugal

Auteur: Liesbeth Steur Page 2 of 72

Ontdekking in Marvão

IMG_6528 kopie

Geloof het of niet. Ik deed een ontdekking op een foto die genomen is November 2016. Af en toe check of alle foto’s wel goed zijn gearchiveerd en zoals bij het bladeren door een fotoalbum, blijf ik soms steken bij een foto. Zoals bij deze.

Dit is in Marvão, het prachtige stadje hier op de berg. Ik sta hier met neef Ferdinand Steur; zijn vrouw Marisca maakt de foto. Zij zijn een paar dagen bij ons op bezoek om te checken – zoals een goede Steur betaamd – of het wel goed is wat zijn nichtje doet. En ja, Ferdinand heeft zijn goedkeuring gegeven.

We staan in de schaduw want toch te warm in de zon, daarbij is dit lichtje veel mooier, zou mijn zus Patricia zeggen.

Ik kijk nog eens goed. Ik zie mijn favoriete tas – er is geen betere qua design; mijn favoriete gympen – ook de beste voor mij. De tas en gympen zijn nog steeds volop in gebruik. Dat lichtblauwe vest vind ik eigenlijk wel leuk staan. Misschien moet ik toch maar weer eens wat kleur in mijn garderobe gooien. Maar daar gaat het hier niet over. En dan mijn stoere neef. Hij is mijn jongste neef, zoon van de jongste broer van mijn vader. Altijd goed gekleed en altijd met the one and only Ray Ban.

Ineens zie ik een man staan in het raam rechtsboven. Jij ook? En nog wel in zijn blootje. Ik kijk nog eens. Nee het is geen tekening. Het is echt een man. Hij kijkt naar ons, of naar Marisca. Dat kan ik niet goed zien.

Toch raar dat ik het nu pas zie!

Marvão is trouwens niet autovrij zoals je ziet. Gelukkig maar, want op het hoogste punt van het dorp zetelen het gemeentehuis, de notaris en het belastingkantoor. Ik moet er niet aan denken als ik die klim steeds te voet zou moeten doen. Heel in de verte boven het poortje zie je de muren van de vesting liggen. Ooit gebouwd door een Moorse warlord met de naam Ibn Marwán die eerder al Badajoz in Spanje had gesticht. Het stadje Marvão is naar hem vernoemd. Ieder jaar wordt hier begin oktober een weekend lang gevierd dat het stadje een Islamitische stichter heeft. Met een Arabisch feestje genaamd Al Mossassa. Drie dagen lang “Dia de Braderia” zoals mijn man Coen dat noemt. De mensen komen van heinde en ver. Volgens mij is dit het enige stadje in heel Europa die dat doet, zijn Islamitische afkomst vieren. De mensen gaan verkleed als oosterlingen, er is muntthee en veel zoetigheid, er zijn valkeniers en slangenbezweerders, een toneelstuk wordt opgevoerd over de warlord, binnen de vestingmuren en er zijn buikdansvoorstellingen. Ja wij hebben hier een heuse eigen buikdansgroep. Wekelijks wordt er geoefend door de lokale schonen.

Je ziet, wij maken wat mee!

Foto op dinsdag

IMG_3549 kopie

Vorige week dinsdag vertrokken ze weer. Mijn oudste zoon met zijn dochter en zoon. Een intensieve week met, plezier, zwemmen, niksen en zomer vieren. Geen cultuur, geen eindeloze wandelingen. Nee, gewoon thuis zijn en vakantie vieren. En de Tour de France kijken.

Op deze foto zie je ons samen. We zijn op het station van Marvão-Beirã. Het station zonder treinen. Alle muren hebben prachtige tegeltableaux van bestemmingen van de treinreizigers. We staan voor Nazaré, een geliefd vissers- en strandoord van oudsher. We gingen kijken naar de tentoonstelling van het werk van Coen die plaatsvond in de grote stationshal waar we dus voor staan.

Mijn kleinzoon had net een nieuw autootje. Zo’n ding met een trekmechanisme en dan gaat ie vanzelf rijden. Hij heeft het doosje nog in zijn linkerhand. Zo nieuw was dat ding. En die auto is natuurlijk belangrijker dan de foto.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

 

 

 

Een chip in je hoofd

[português]  [English]

Heel, heel lang geleden woonden we in kleine gemeenschappen. De vrouwen spraken elkaar bij de waterbron waar water werd gehaald en de was gedaan en op zondag kwamen onze families bij elkaar in het park. De kinderen speelden, wij wisselden nieuwtjes uit. We wisten veel van elkaar en waren op de hoogte van wat zich buiten het dorp afspeelde, voor zover we daar belang bij hadden. Kwam er een vreemdeling het dorp binnen dan werd hij met argusogen bekeken. De betrouwbaarheid werd bij voorbaat in twijfel getrokken. Een buitenstaander moest zijn best doen om geaccepteerd te worden. Wij dorpelingen waren wakker en lieten ons geen knollen voor citroenen verkopen.

Heel lang geleden verscheen het gedrukte woord. Boeken en kranten en tijdschriften. We konden ineens zelf bepalen welk nieuws we binnenlieten. In onze hoofden en huizen. Niet zomaar werd alles geloofd dat geschreven stond. We namen de tijd om met anderen van gedachten te wisselen over wat we lazen en om zelf na te denken over alle informatie en zo vormden we een mening. Wat ons niet aanstond bleef buiten de deur.

Lang geleden verscheen de radio. In bijna ieder huis kwam informatie binnen zonder de voordeur uit te gaan of zonder ook maar iemand binnen te laten. Zomaar, zonder bellen of kloppen was het midden in de kamer. Het waren in eerste instantie alleen overheidszenders en dat maakte de informatiestroom eenzijdig. Ze kon allerlei sprookjes vertellen en gekleurde informatie verschaffen zonder enige toetsing op waarheid door ons. Het was zo magisch dat we een bijna blind geloof ontwikkelden in wat er uit de radio kwam. We gingen nog wel naar het park hoor en spraken over het nieuws uit de radio. Een kritisch mens had het lastig want hij was de uitzondering in onze eens zo hechte gemeenschap. Toch waren er nog genoeg die zelf actief nadachten.

Nog niet zo lang geleden kwam de televisie. De overheid kon nu via beelden laten zien wat ze wilde. Niemand ging meer naar het park om te praten met elkaar, over elkaar en de wereld. De beeldbuis deed zijn werk en doet zijn werk nog steeds. We vonden het heerlijk om TV te kijken. Het vertraagt namelijk de hersengolven naar de alfastaat, dezelfde staat die ons bereikt als we slapen. En in die slaapstand stroomt er allerlei informatie ons hoofd in. We dachten dat we dat toch allemaal weer zouden vergeten en dat blijkt niet waar te zijn. Wij mensen slaan al die informatie gewoon op. Ergens. Als software. Het komt pas boven wanneer de situatie daarom vraagt. TV kijken is fysiek verslavend, want we worden er rustig van en inactief.

Pas geleden kwamen internet en de beeldschermen. De informatiestroom groeit en groeit. Welk schermpje we ook oppakken, altijd is er soelaas voor onze fysieke addictie. Iedere keer een quick fix. Het is troostend, het is een vlucht uit de werkelijkheid, het vult ons leven en het kost allemaal weinig inspanning. Het blinde geloof in wat ons wordt voorgeschoteld is een feit. Is er nú iemand met een andere mening – iemand die kritisch nadenkt – dan is hij het buitenbeentje dat er niets van begrijpt. Want stel je voor dat we wakker worden uit die trip en we realiseren ons dat we slaaf zijn geworden van het consumentisme en meer.

In de nabije toekomst zullen de kinderen van nu snakken naar een chip in hun hoofd, zodat ze geen device meer hoeven vast te houden of op te laden en alleen maar hoeven te luisteren naar wat ze wordt ingefluisterd. Ze hoeven niets meer te leren want Wikipedia zit in hun hoofd. Leren in de gemeenschap is ook verleden tijd; de hele opvoeding wordt gestuurd door degenen die de chip beheren. Toch veel makkelijker dan het controleren van het volk via een beeldbuis in ieder huis. 1984 is achterhaald.

Wanneer je tot hier hebt gelezen kun je zeggen dat ik een pessimist ben. Dan zeg ik dat de tijd is aangebroken dat je jezelf wakker schudt. Leg je schermpje weg en kijk om je heen. Vraag je af wat je hier doet in dit leven. Wat is de essentie? Realiseer je wel dat wakker worden zo lastig is als afkicken van een drugs- of alcoholverslaving en misschien nog wel zwaarder. Succes. Het is de moeite waard!

Het lepeltje

[português]  [English]

In de loop van de ochtend drink ik meestal één glaasje koffie. Formaat grote espresso met wat room. Daar verheug ik me op. En altijd roer ik met hetzelfde lepeltje. Deze, die je op de foto ziet. Mijn la ligt vol met zilveren lepeltjes. Allemaal uit de familie. Deze komt van Coens moeder en misschien wel van zijn oma. Want die woonden net als mijn familie ook in Nederlands-Indië en namen tastbare herinneringen mee.

Dit lepeltje bestudeer ik graag. Ik vind het knap gemaakt. Een plat vlak dat diepte uitdrukt. Een man op een kar die getrokken wordt door acht karbouwen, met op de voorgrond een palmboom. Indischer wordt het niet.

Iedere dag word ik zo herinnerd aan mijn Indische verleden. Ik zie de sawa’s voor me, ik ruik het land, voel de klamme warmte en hoor de geluiden van de tropische natuur. Ik voel het ritme van het land van mijn ouders in mijn buik. Dat is het enige ritme dat synchroon loopt met mij, met wie ik ben. En dat lepeltje fungeert eigenlijk als anker.

Hier, waar ik woon, in het achterland van Portugal ergens in de bergen, heb ik dat lepeltje eigenlijk niet nodig als anker, want het ritme van Portugal loopt synchroon met mijn ingeboren Indische ritme. Te mogen leven met zoveel gemak en met zo weinig prikkels die niets te maken hebben met een natuurlijk leven, is voor mij een zegen. Nog dagelijks kan ik een zucht van verlichting slaken over dit geschenk.

Mijn leven hiervoor was uitstekend. Helemaal zelf gedaan met de ingrediënten die ik van mijn opvoeders en omgeving heb meegekregen. Ik vind het zelf wel een knap staaltje werk. Ik heb alle mogelijke talenten ontwikkeld, kinderen opgevoed, de kost verdiend en vele malen ben ik ongezien in het diepe gedoken. Vooral die duiken hebben me veel gebracht. En deze voorlopig laatste duik naar de plek waar ik nu woon, heeft vele openbaringen gebracht. Ik ken mezelf beter dan ooit en ben in staat om in mijn Indische ritme te blijven en verder te groeien naar een bewuster mens.

Voor mij was het praktisch onmogelijk om die groei door te maken in een omgeving waar de natuur ver te zoeken is. Waar de economische en digitale druk zo hoog is dat er geen tijd meer over is om wat je noemt tot jezelf te komen.

Ja, zogenaamd. Dat wel. Een weekendje naar de hei, fietsen, een strandwandeling. Wat je ook doet. De druk blijft. En natuurlijk is de mens sterk genoeg – in de meeste gevallen – om daarmee te dealen. De vraag is alleen: waarom zou je?

Ik zie hier jonge mensen met kleine kinderen die bewust uit de grote stad zijn weggegaan om zich hier te vestigen. Met weinig middelen, zonder enige zekerheid en uitermate creatief in het verdienen van wat geld om te kunnen leven. Het is een verademing. Er is tijd om te leven. En het grappige is dat iedereen dat moet leren. Eerst ligt het tempo nog hoog en de Portugese mentaliteit is het beste hulpmiddel om te leren vertragen. De locals hebben nooit haast.

Mijn verleden is mijn heden. Het oude lepeltje dat de wereld rondging, roert langzaam mijn bruine koffie en witte room tot een homogeen Portugees glaasje koffie.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Page 2 of 72

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

%d bloggers liken dit: