Liesbeth Steur

schrijver

Tag: Extremadura Page 1 of 3

Het land en de zee

Castilla y Léon net boven het gewest Extremadura in Spanje.

Mijn ogen hebben ruimte nodig. Mijn oren hebben stilte nodig. Nou ja, nodig? Mijn ogen en oren waarderen de bewegingloosheid en de stilte zeer. Ik heb gemerkt dat voortdurende beweging in mijn beeld en voortdurend geluid – dag en nacht – mij mentaal en fysiek moe maakt. Niet slaperig. Nee, moe.

In zo’n omgeving wordt een alertheid in mij wakker die ik als stressvol ervaar. Achteraf. In het moment is die alertheid een automatische reactie; een manier van leven die ik jarenlang heb toegepast. Zonder het te weten. Snel, reageren, geen tijd te verliezen, alles tegelijk. Kortom klaarwakker voor de wereld om me heen. Is dat erg? Nee, ik denk het niet. Zolang het tenminste niet in strijd is met het innerlijke ritme dat ieder mens heeft. En ik weet opnieuw, dat die manier van leven wel in strijd is met mijn ritme.

Mijn alertheid duidt op waakzaamheid en op voorbereid zijn op wat komen gaat. En om de buiten- en binnenwereld in balans te houden.

Ik leef dan op hoge toeren terwijl ik de versnelling niet hoger kan zetten.

Een manier van leven zit altijd in het hoofd en als het in strijd is met je wezen is het hoofd het eerste dat op tilt gaat. Daarna volgt pas het kunnen voelen van de fysieke vermoeidheid.

Ik kan natuurlijk van het gas af, maar ja, die voet weegt zwaar op het pedaal. Kan ik zomaar die voet optillen? Dat vergt bewustzijn. En om bewustzijn te ontwikkelen is levenservaring nodig.

Ik was een week in Holland. In de Randstad. Vanuit de stilte en de ruimte. Naar de voortdurende ruis en weinig horizon. Na een dag al voelde ik die alertheid opkomen. Alsof ik een kogelvrijvest had aangetrokken. En na vijf dagen van goede gesprekken met mijn geliefde familie, lachen, spelen in het gebulder van de golven aan zee, lekker eten, mooie wandelingen en Hollandse zon zat het vest potdicht.

Op weg naar huis voelde ik het zitten. Loodzwaar. Benauwd. Warm. Hoe verder de reis vorderde, hoe lichter het vest. Ik zag de landschappen waar ik van hou. Eindeloze zeeën van land.

Zeeën die geen geluid maken. Zeeën die mijn innerlijke leven niet overstemmen. In die landschappen kan ik mezelf altijd horen en zien zonder te verdrinken.

Nu ben ik thuis. Ik begrijp nu pas goed waarom ik het landleven zo heerlijk vind, waarom ik de natuur zo helend vind, waarom ik de beweging van de bladeren in de wind als rust ervaar. De natuur vertelt me alles. De natuur leidt mij naar mijzelf. De natuur leidt me naar een stil hoofd en een uitgerust lijf. Naar helderheid, naar bewustzijn.

Ik weet ook dat niet iedereen dat nodig heeft. De meeste mensen die ik ken zeggen rustig te worden van een woeste zee en van de stad. Hoeveel verkeer er ook voorbij raast. Ik niet. Ik wil van binnen kunnen horen en kunnen zien. Zeg maar, naar binnen luisteren en naar binnen kijken. Zonder afleiding. Daarom ben ik diep dankbaar voor de plek waar ik mag leven.

Deze foto is gemaakt in het kader van #Foto op Dinsdag #PHOT, een initiatief van Karin Ramaker

Winterochtend in Extremadura

Onze boerderij vanochtend om 9 uur.

Oh die prachtige winterdagen hier. Die verhogen de schoonheid van de natuur en veraangenamen mijn leven op ongekende wijze. De diepe rust van zo’n dag maakt mijn hoofd stil.

De “long read” die hier volgt speelt zich af op zo’n winterochtend in 2006.  Dit verhaal schreef ik op 12 december van dat jaar, toen we op onze eerste “Tour of Duty” waren op het Iberische schiereiland. Voor wie het niet weet: wij woonden hier eerder van 2005 tot 2011. Alvorens ons toen te vestigen in Portugal in 2006 deden we woon- en werkervaring op in Extremadura, Spanje, aan de andere kant van de grens. We hadden een makelaardij en dit verhaal stamt uit die periode.


“Koffie?”

“Graag, met melk.”

“Coen en jij? Met suiker en een chupito er in?” Paco kijkt Coen aan met een twinkeling in zijn blauwe ogen.

“Ja, doe maar aguardiente.”

Ik zucht.

Hotel Ibérica, Valencia de Alcántara

Het is zondagochtend acht uur. We staan aan de bar van Hotel Ibérica, samen met wat jagers die laat zijn. Onze Spaanse BV voor de makelaardij is in oprichting en de aandeelhouders zijn aan het werk. We zijn dus serieus in zaken gegaan. De website gaat deze maand de lucht in. We verzamelen hier bijna iedere zondagochtend. Zondag is de enige dag dat de kapperszaak van Paco gesloten is en we gezamenlijk kunnen gaan praten en onderhandelen met boeren die hun land en huis willen verkopen.

Peluqueria Paco 2009

Na de koffie nemen we afscheid van de jagers die hun jachtgeweren nonchalant over de schouders dragen of op de grond hebben gezet tegen de bar aan. Ze lijken sterke verhalen te vertellen, maar die interpretatie van de luide discussies boven het geluid van de televisie uit kan een vergissing zijn van mij. Er worden nog wat grappen gemaakt en dan stappen we in de turkooizen Fiat Panda van Paco. Het is een heel oude Panda die niet onder doet voor een jeep. De Panda gedraagt zich prima op de hobbelige zandpaden vol gaten. Vaak nog beter dan een moderne 4WD vanwege zijn lage gewicht. De Panda loopt zelden vast in de modder. De auto is schoon en opgeruimd. De stoelen zijn bekleed met veelkleurige katoenen kleedjes. Achterin liggen Paco´s attributen voor het landleven en de jacht: laarzen, wandelschoenen, gedroogde bossen geneeskrachtige kruiden, een zonnehoed, munitie en een groot jachtgeweer. De auto ruikt naar rozemarijn. We praten Spaans en Duits door elkaar. Paco spreekt langzaam en gearticuleerd. Hij legt op allerlei manieren uit wat hij wil vertellen. Doet er alle moeite voor dat we elkaar begrijpen. Na een tijdje rijden op de nationale weg slaan we een zandpad in. Paco rijdt rustig en wijst op van alles dat hem voor ons interessant lijkt.

“Wat gaan we vandaag eigenlijk doen?” vraag ik. Het programma is altijd een verrassing. Paco schrijft het scenario voor zo´n dag, maar de regie is niet Noord-Europees. Hij heeft wel verteld wat we ongeveer gaan doen en dat was gisteravond. Meestal betekent hier een nieuwe dag ook nieuwe kansen.

“Oh, ik heb een afspraak gemaakt met Emilio. Hij is de eigenaar van de bar in Aceña. Je weet wel die zo rustiek is verbouwd door zijn zoon José-Luis die de bar ook runt. Het heet weliswaar nog steeds naar zijn vader: Ça Emilio. Hij heeft een huis te koop in een gehuchtje dat uit ongeveer acht huizen bestaat. Hij zou de andere eigenaren optrommelen. Die willen allemaal verkopen. Dus een heel dorp met grond. Dat leek me een prachtkans.”

La Huerta Chica (De kleine moestuin)

We praten verder over de mogelijkheden van zo´n dorpje en de illusie is geboren.

Het is het mooiste winterweer van de wereld. Strakblauwe, kurkdroge wintersport lucht met schel licht van een zon die wel warmte geeft. Nu is het nog een paar graden boven nul maar straks rond twaalven is het vijftien graden of meer. De tocht voert langs ommuurde landerijen, bossen met kurkeiken en olijfboomgaarden. Het pad wordt smaller en smaller door de wildgroei van de bramen. Het is lang niet gebruikt. De weg is te overwoekerd om verder te rijden dus parkeren we de auto vlakbij het gehucht en stappen uit.. Het is windstil. De vogels maken het enige geluid. De lucht knispert in mijn neus. We lopen naar het groepje huizen. Het zijn twee rijen ruïnes die schuin achter elkaar liggen. Een broodoven staat er tussen in. Die was voor algemeen gebruik. De alberca (betonnen wateropslagbak) staat vol water.

De brommer van opa

De citrusbomen dragen vrucht ondanks hun verwaarlozing. We plukken sinaasappels en mandarijnen als ontbijt. We lopen over de velden achter de huizengroep en volgen de waterader. De bron ligt iets naar boven. Paco vertelt van alles over de plantengroei, de bomen, over hoe de mensen hier vroeger met hele families leefden en de kost verdienden. De lege schuren zijn stille getuigen van de voorraden die hier eens lagen. Voorzichtig gaan we de ruïnes binnen.

De ruïne van Emilio

De half ingestorte daken, rondvliegende vleermuizen, spinnenwebben en andere bewoners maken dat we goed uitkijken. Wanneer we alles hebben gezien, zoeken we een plekje in de zon. Emilio en zijn kornuiten zijn er nog niet. We eten ons ontbijt. De sinaasappels zijn bitterzoet. De smaak explodeert in mijn mond. Het lange wachten wordt onderbroken door de schietoefeningen van Paco en Coen.

Schietoefeningen

Dan verschijnt Emilio met twee andere eigenaren. Hij draagt een grote bril met sterke plusglazen. Hij praat snel en, Extremeño. Paco vertaalt. Ik leer. Ja, de huizen zijn te koop. Niet allemaal. Er is één eigenaar die dwars ligt en die heeft nou net van een rijtje de tussenliggende huizen in bezit. Geen enkel detail blijft onbenoemd. De bomen, de geschiedenis, de moestuin, het water, de eigen bron en niet te vergeten de locatie zo vlakbij het dorp.

Bij iedere aanprijzing horen we de prijs stijgen.

“Is er licht? Is er telefoon?” vraag ik langs mijn neus weg.

“Nee, nog niet. Maar het is vlakbij en heel makkelijk hier naar toe te brengen. Dat kost niet zo veel.”

“Wat is de prijs?” vraag ik aan Paco.

Paco doet navraag. Heel omzichtig.

“Wat vind jíj het waard?”

We praten wat heen en weer. Coen weet meestal de waarde goed te schatten. Niemand wil eigenlijk een prijs noemen, dus gooit Coen op het juiste moment een balletje op. Ze gaan meteen in protest. Het is te laag, het is veel en veel te weinig. Of we wel weten wat dit allemaal voor waarde heeft.

“Zonder elektriciteit, zonder telefoon, zonder ADSL? Zonder behoorlijke toegangsweg?” zegt Coen.

“Dat zijn belangrijke zaken voor buitenlanders die hier willen wonen. En ook voor Spanjaarden die een tweede huis zoeken.”

Als Coen is uitgepraat en Paco heeft vertaald gaat Emilio onverstoorbaar door met zijn betoog.

“Mijn grootouders hebben dit opgebouwd. Grootvader kon een stukje land kopen na lang sparen. Onze ouders zijn hier geboren en getogen en wisten het te behouden ondanks de armoede en dankzij de smokkel. Ook wij zijn hier opgegroeid. We hebben op het land gewerkt. We verbouwden kikkererwten, bonen, graan en nog meer. En kijk, hier. Hier was de moestuin. De aardappelvelden en daar, kijk daar! Daar staan alle fruitbomen. Hier, kom mee. Proef hoe heerlijk die sinaasappels zijn en ´s zomers, je moet hier van de zomer komen dan zijn de vijgen overheerlijk. Die vind je nergens zo. Weet je. We liepen van hier naar school. Dat was een uur heen en een uur terug. Ook in de regentijd. Dan regende het de hele dag, weken achter elkaar. We waren arm en hadden maar één paar schoenen. We liepen dan op blote voeten, ook in de winter en deden pas op school onze schoenen aan. Nee, regenjassen hadden we ook niet. En als het lente werd dan moesten we helpen op de velden. In de zomer waren we rijk. Er was dan veel eten voor iedereen. En later, toen de vraag naar de producten verdween en wij, jonge mannen, werk kregen bij de aanleg van de pantano (het drinkwaterreservoir) van Valencia de Alcántara kwamen we hier alleen nog maar voor de moestuin. We konden een appartement kopen in het dorp. Hoog en droog. Snap je nu waarom het zoveel waard is?”

We knikken. Paco beaamt alles tijdens het vertalen. We drukken de mannen op het hart dat we het heel goed begrijpen, bedanken uitvoerig en nemen afscheid. Als we in de Panda stappen is het drie uur later. We zijn een ervaring rijker en dit dorp komt niet in de verkoop.

“Was het normaal dat de mensen hier smokkelden?” vraag ik als we eenmaal rijden.

“Ja, ik heb ook gesmokkeld”, begint Paco.

“Hoe kan dat nou, je bent pas vijftig. Werd er toen nog gesmokkeld?”

“Ja, jazeker. Het was hier armoe troef. Je kunt je dat niet voorstellen hé, dat het zo kort geleden was. We hadden echt honger. We gingen na de lagere school ook niet door met leren. Iedereen in de familie moest geld binnenbrengen. Ik was veertien toen ik voor het eerst mee mocht met mijn vader”, vervolgt hij.

La Sierra Fría vormt de grens met Portugal

“Dat ging te voet door de Sierra Fría naar Portugal, naar de dichtstbijzijnde grote stad Portalegre op zo´n dertig kilometer van hier. Daar kochten we luxe producten, koffie, thee en sigaretten. Meestal hadden we een ezel bij ons die de last droeg. En alles gebeurde in de nacht. In de Río Sever, de grensrivier, waren doorwaadbare plaatsen. In die jaren zestig regende het vaker en stroomde er meer water door de rivier dan nu. Dat maakte het oversteken in de winter lastig. Wanneer we veilig thuis waren, werden de jonge jongens, vanwege hun lengte, met de smokkelwaar naar Cáceres gestuurd, dat is toch bijna honderd kilometer reizen.

Dat was drie nachten lopen over de heuvels en door de velden. Overdag lieten we ons niet zien. Verstopten we ons in het koren of achter de grote, oude kurkeiken. De Guardia Civil stond overal op de uitkijk. Als je gepakt werd kreeg je er ongenadig van langs. We waren dus zo waakzaam als de pest.

Eenmaal in Cáceres verkochten we alles voor een goede prijs en dan moesten we weer terug naar huis. En de hele weg op blote voeten. Toch prijsde je jezelf gelukkig als je in de grensstreek woonde. Er was altijd een beetje inkomen waarmee onze ouders een stukje grond konden kopen om zelf eten te verbouwen. Toen de situatie echt nijpend werd, vertrok mijn vader naar Frankrijk om te werken als gastarbeider en later ging hij naar Duitsland. Ik ging door met smokkelen. Mijn jongere broertje en zusje waren nog te klein om mee te helpen, die mochten nog naar school. En op een dag ging mijn moeder naar mijn vader toe. Wij bleven bij opa en oma.

Ik was toen zestien en na het vertrek van mijn moeder zag ik mijn kans schoon om op avontuur te gaan.

Naar Madrid. Maar zelfs op afstand bestierde mijn moeder het gezin nog. En dat zonder internet en mobiele telefoon. Ik moest naar Duitsland komen. En ja, moeder is heilig. Daar heb ik zes jaar gewerkt in fabrieken en kwam terug als een rijk man. Met wat je nu noemt een surfbusje. Met stickers van Che Guevara. Met de spirit van de seventies. Met heel lang haar. Het dorp was te klein voor me, toen. Daarom ging ik naar Barcelona om te werken en mijn kappersdiploma te halen. Eenmaal weer terug in het dorp kwam ik Toñi tegen. Ze was jong, mooi, lief en onder de indruk van mij. Ik wilde met haar trouwen en naar Ibiza verhuizen. Daar gebeurde het tenslotte.

Een kapperszaak met haar samen voor de rich and the famous, dat was mijn droom.

Maar zij wilde niet weg bij haar moeder. We trouwden en trokken vanzelfsprekend bij haar moeder in. In het huis achter de arena. Haar vader was jong gestorven en moeder had in haar eentje de twee kinderen grootgebracht en de churrería, de populaire coffeeshop waar je churro´s ontbijt met café con leche, draaiende gehouden; later met behulp van de twee kinderen. Ik was verliefd. We kregen kinderen. Toen ben ik hier in het dorp mijn eigen kapperszaak begonnen en heb ik Toñi opgeleid. De churrería ging naar haar broer en zijn gezin. We hebben nu ieder een eigen zaak daar boven, op dezelfde etage. Zij voor vrouwen ik voor mannen. Kom maar eens kijken.” Hij wijst naar boven, naar een pand naast Hotel Ibérica waar we inmiddels weer staan geparkeerd.

“En woon je nog steeds achter de arena?”

Paco zucht.

“Ja, nog steeds.”

“Toe nou! Al 25 jaar bij haar moeder in huis?”

“Nee, niet in huis. We wonen boven haar. Zij woont beneden. Er is een grote patio waar aan de andere kant het huis staat van mijn zwager en zijn gezin. En echt ik heb alles geprobeerd maar ze wil niet weg bij haar moeder.”

Valencia de Alcántara

Het is ongewoon druk op de Paseo. Overal staan dure auto´s geparkeerd. Het lijkt wel de PC in Amsterdam. De bar van Hotel Ibérica staat vol met chique jagers uit Madrid. Ze lijken zo uit een reclamecampagne van Barbour te zijn gestapt. De jacks en bodywarmers zien er nieuw uit, hoewel als ik goed kijk, ontwaar ik bij sommige jagers bloedspetters. Hun prachtige handgemaakte leren laarzen kunnen weer worden gepoetst en de hoeden mogen terug aan de kapstok. Tot het volgende weekend.

We bestellen een wijntje, krijgen tapas erbij, praten mee en ik loop nog snel naar de krantenwinkel om voor sluitingstijd mijn Spaanse zondagskrant te kopen die ik later op de middag met behulp van een woordenboek spel.

Aromas do Valado

[:nl]

Lucia en ik in de destilleerderij.

Lucia en ik in de destilleerderij.

Uma Oficina de Destilação de Plantas Autóctones – een workshop “destilleren van inheemse planten”; daar werd ik voor uitgenodigd door mijn Nederlandse vriendin Lucia Beijlsmit. Zij woont aan de andere kant van de grens. In Spanje, in het dorpje Salorino. Ik zei meteen ja. Essentiële oliën hebben mijn bijzondere interesse vanwege de puurheid, de heerlijke geuren en niet in de laatste plaats om hun medicinale werking. Ook het idee dat het hier ging om het destilleren van INHEEMSE planten, sprak me aan. Bij het inschrijven via de website zag ik dat het een Portugees bedrijf is – ik had in mijn achterhoofd het vooroordeel dat de initiatiefnemers buitenlanders waren – werd ik helemaal blij. Alentejo – het gewest waar ik woon dat groter is dan Nederland met circa een miljoen inwoners – heeft zoveel te bieden en weinig initiatief. Dat is geen verwijt aan de Portugezen, wel aan de ingewikkelde regelgeving voor het opstarten van bedrijven. Veel start-ups sterven een vroege dood omdat de adem niet lang genoeg is. Ik ben vijf jaar weggeweest en zie dat Alentejo is “gegroeid”.

Quinta Aromas do Valado

Quinta Aromas do Valado

Quinta Aromas do Valado ligt in de buurt van Idanha-a-Nova, iets buiten Segura, het grensstadje met Spanje. Midden op de Romeinse brug over de Rio Erges – die zich een stuk zuidelijker bij de Taag voegt – prijkt een mooi bord dat de grens aangeeft. Het is acht uur in de ochtend als Lucia en ik na een tocht van een uur door het steeds wisselende landschap van dit deel van de Extremadura, aankomen. We zijn via Spanje gereden omdat vanuit ons de verbindingswegen beter zijn dan via Portugal. Heuvelachtige vlakten die op steppen lijken met verblindende vergezichten en een nauwelijks aangeraakt, ruw, bergachtig gebied. Eenmaal bij Segura zitten we in het Geopark do Tejo Internacional.


Mijn verwachtingen zijn niet hooggespannen. Ik zie wel wat er komt. De aankondiging dat we zelf planten gaan zoeken en deze zelf gaan destilleren leek me al mooi genoeg. We waren niet de eersten.

O senhor António ontvangt ons, samen met zijn vrouw Helena. In hun boerderij die op een heuvel ligt. Met koffie en bolachas (koek). We maken kennis met de andere zeven deelnemers. Drie mannen en vier vrouwen waarvan twee uit Galicië, Spanje. Zij waren gisteren na een rit van vijf uur al aangekomen. De voertaal is Portugees en Spaans en soms in de grenstaal Portiñol, een mengelmoes van de twee.

Er worden trouwens ook workshops in het Engels gegeven.

Na uitleg over wat er vandaag gaat gebeuren lopen we de heuvel af naar de destilleerderij met daarnaast het gebouw waar het laboratorium is, de kantoren, de winkel en een grote zaal. We krijgen werkhandschoenen, een snoeischaar en een grote emmer. Met twee pick-ups rijden we naar een stuk grond waar ons wordt uitgelegd wat te snoeien. We gaan voor de Estevacistus ladanifer ook wel cistusroos genoemd in Nederland.

Esteva

Esteva – cistos ladanifer

Deze heester groeit overal waar het bergachtig is. Donkergroen blad en prachtige witte bloemen. Ze plakken een beetje. Alsof er hars aan zit. Na een uurtje snoeien van de jonge scheuten, uitleg, elkaar verhalen vertellen, vogels spotten die luid fluitend boven onze hoofden in de eucalyptusbomen af- en aanvliegen, hebben we alle emmers gevuld tot aan de rand.

We rijden terug naar de destilleerderij. Daar wordt de oogst gewogen en in delen in een vat gedaan, en iedere keer aangestampt. António doet dat zelf. Alsof hij druiven stampt voor de wijnmakerij.

Antonio dancing on the harvest.

Antonio dancing on the harvest.

Tot in detail wordt ons stap voor stap het destillatieproces uitgelegd terwijl we toekijken. We moeten wachten. De juiste temperatuur, de stoom en uiteindelijk zien we de gecondenseerde druppels in een glazen fles glijden. Tijd voor de almoço – lunch.

Time for Almoço - Lunch

Time for Almoço – Lunch

Dat wat het leven zo mooi maakt hier. Twee uur lang zitten we aan een grote, mooi gedekte tafel. Iemand heeft uit de streek waar hij vandaan komt vinho verde meegenomen. Er is ijsthee gemaakt van zelfgedroogd blad van de cistus en andere planten. De driegangenmaaltijd overtreft ieder restaurant in de omgeving. De deelnemers hebben het hart op de tong. Iedereen vertelt, deelt ervaringen en meningen over Portugese politiek, over de toestand in Angola en over wat ze doen in het dagelijks leven. Het is een bont gezelschap.

The enormous hall

The enormous hall

In de middag krijgen we les in het grote lokaal. Over hoe een business in aroma’s op te zetten. Hoeveel land je nodig hebt om een bedrijf rendabel te maken. Wat de investeringen zijn en nog veel meer cijfers vervat in Excell sheets. António is open over de bedrijfsvoering. Dat is de filosofie van het bedrijf. Kennis delen en wensen dat anderen ook zulke initiatieven ontwikkelen zodat zij elkaar kunnen versterken. En je kunt natuurlijk ook zelf een kleine destilleerderij doen voor eigen gebruik.

Tegen zessen stopt de informatiestroom. We krijgen allemaal een diploma uitgereikt, een flesje essentiële olie en bloemenwater gemaakt van onze zelf geplukte en gedestilleerde esteva. Gepersonaliseerd. Mijn naam prijkt op de etiketten.

Voordat we teruglopen de heuvel op naar het huis, brengen we een bezoek aan het laboratorium en de winkel.

Ze maken trouwens ook prachtige zepen en veel meer.

Ik spreek kort met Helena over cosmetica. Zij heeft een boeiende theorie. Hun zeep van olijfolie en bloemenwater van esteva is het enige dat zij gebruikt voor haar gezichtshuid. Geen crèmes of ander vergif. Haar huid spreekt boekdelen. Dat neem ik mee naar huis en trek de stoute schoenen aan. Ik doe het. Was mijn gezicht met die prachtige zeep en gebruik daarna de lotion. Al een week nu. Het is een wonder.

The amazing soap

The amazing soap

Zodra ons huis klaar is en ik helemaal ben gesetteld (dat zal wel half juli worden) heb ik het plan een cursus aromatherapie te gaan doen bij Helena.

Ik ben in de ban van de geuren en de verzachtende omhulling van de natuur. Ik fantaseer nu al over een veld esteva op onze eigen boerderij en een kleine destilleerderij. Tijd … is mijn beste vriend.

[:en]

Lucia en ik in de destilleerderij.

Liesbeth and Lucia in the distillery.

Uma Oficina de Destilação de Plantas Autóctones – a workshop “distillation of native plants”, that is what my Dutch friend Lucia Beijlsmit invited me to. She lives on the other side of the border. In Spain. In the village Salorino. I said yes right away. Essential oils have my special interest because of the purity, the delicious fragrances and not in the least because of their medical benefits. The idea of distilling NATIVE plants, also appealed to me. When subscribing via the website I was pleasantly surprised that it concerned a Portuguese company. In the back of my head I had the prejudice of the initiators being foreigners. Alentejo – the region where I live – is larger than Holland and has about one million inhabitants. It has so much to offer and so few initiatives. I am not reproaching the Portuguese people and yes I am reproaching the complex regulations for initiating a business. Start-ups seem to die an early death because of lack of endurance or deep breath. I have been away from here during five years and now I can see that Alentejo “grew”.

Quinta Aromas do Valado

Quinta Aromas do Valado

Quinta Aromas do Valado is situated near Idanha-a-Nova, just outside of Segura, a border town with Spain. In the middle of the Roman bridge over the Rio Erges – joining the Tejo more southwards – a nice elaborated sign indicates the frontier. It is eight o’clock in the morning when Lucia and I arrive after a trip of an hour through the constantly changing landscape of this part of Extremadura. We drove via Spain because of a better road connection for us than Portugal could provide. Undulating plains resembling the steppes with glary horizons and a hardly touched, rough mountainous region. Once in Segura we find ourselves in the Geopark do Tejo Internacional.


I don’t have high expectations. Will see what comes my way. The announcement that we were to search for plants ourselves and distilling our own harvest seemed to me great enough. We were not the first to arrive.

 

O senhor António and his wife Helena receive us. In their farm situated on a hill. With coffee and bolachas (cookies). We introduce ourselves to the other seven participants. Three man and four women of whom two from Galicia, Spain. They had arrived the day before after a five hours drive. The language of communication is Portuguese and Spanish and sometimes the dialect of the border: Portiñol which is a mix of the two.

By the way, they do have workshops where English is spoken.

After explanation of the program we walk down the hill to the distillery with next to it the building where the laboratories, offices and shop can be found and a large hall. We are given working gloves, pruning shears and an oversized bucket. With two pick-up trucks we are being driven to a piece of land where we receive an explanation of what to prune. We concentrate on Estevacistus ladanifer.

Esteva

Esteva – cistus ladanifer

This plant grows everywhere in the hilly regions. Dark green leaves with beautiful white flowers. They do stick a little. I bit like resin. After an hour or so of pruning the younger shoots, explanations, telling stories, spotting loudly singing birds flying on and off above our heads in the eucalyptus trees we have filled all the buckets up to the edges.

We drive back to the distillery. There the harvest is being weighed and put into a container. In parts. António himself dances in the barrel to press all the leaves down like they were grapes.

Antonio dancing on the harvest.

Antonio dancing on the harvest.

While watching it happening, we receive a step by step detailed lesson in the distilling process. We have to wait. The right temperature, the vapour and finally we see the condensed drops gliding into a glass bottle. Time for almoço – lunch.

Time for Almoço - Lunch

Time for Almoço – Lunch

One of the things that make life over here so pleasurable. During two hours we sit at a long, nicely laid table. Someone brought from the region he comes from vinho verde. There is ice tea made of home dried leaves of different native plants. The quality of the three-course meal exceeds every restaurant in the neighbourhood. The participants wear the heart on the sleeve. Everybody tells, shares experiences and opinions about Portuguese politics, about the situation in Angola and about what they do in daily life. It is a lovely and colourful company.

The enormous hall

The enormous hall

In the afternoon we are being taught in the large hall. About how to start a business in aromas. How much land you would need to make a company profitable. What investments have to be done and much more, all summed up in Excell sheets. António is open about the business practices. After all it is the philosophy of the company. Share knowledge and wishing that others would also develop such initiatives in order to reinforce each other. And it goes without saying that you can also set up a small home distillery for your own use.

By six o’clock in the afternoon the stream of information stops. We all receive a diploma; a bottle with essential oil and flower tonic made of our self-pruned and distilled esteva. Personalized. My name shows on the label.

Before climbing the hill back to the house, we visit the laboratory and the shop. Besides all I told so far they also produce beautiful soaps and more.

The amazing soap

The amazing soap

I have a quick chat with Helena about cosmetics. She has an interesting theory. Their soap of olive oil and the floral tonic of esteva are the only things she uses for her skin. No crèmes or other poison. Her beautiful skin shows for it. I take those products home and the bold step to try it. I carefully wash my face with the soft soap en then use the tonic. Every day. A week has passed. It seems a wonder.

As soon as our house is ready to live in and I am settled again (around half of July) I have the intention to follow a workshop aromatherapy with Helena.

I am captivated by the fragrances and the softening encapsulation of nature. I started imagining a field full of esteva at our own quinta and a small distillery.

Well … time is my best friend.

[:]

There are birds in the trees …

… and I never heard them singing, until I arrived here … in the back garden of Casa Salto del Caballo, La Fontañera in Extremadura, Spain on the border with Alentejo, Portugal. No other sounds … Turn up the volume!

Birds in the trees from Liesbeth Steur on Vimeo.[:en]… and I never heard them singing, until I arrived here … in the back garden of Casa Salto del Caballo, La Fontañera in Extremadura, Spain on the border with Alentejo, Portugal. No other sounds … Turn up the sound!!!

Birds in the trees from Liesbeth Steur on Vimeo.

Page 1 of 3

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: