Liesbeth Steur

schrijver

Tag: Den Haag Page 1 of 4

Oh, oh, Den Haag

IMG_8680 kopie

Het natuurpark waar onze boerderij ligt, is vrij uniek in Portugal. Het Parque Natural de Serra de São Mamede is namelijk redelijk bevolkt voor een natuurpark. De mensen leven van het land of wonen in de vele stadjes en dorpen. De meeste andere parken zijn nauwelijks bevolkt en dus: puur natuur.

Toch heb ik vrienden en familie die het hier eenzaam, afgelegen, saai en achtergebleven vinden. Meestal kijken ze mij zorgelijk aan als ik vertel over mijn leven hier. Of is het een bedenkelijke blik? Ik weet het niet zo goed. Hun opmerkingen – waarlijk gezegd of tussen de regels door hoorbaar – neem ik serieus. Want, want zien zij, dat ik niet zie? Ben ik dan blind? Toen ik als zelfbenoemd stadsmens namelijk deze plek ontdekte, viel alles stil in mijn hoofd. En dat was het.

Is het hier eenzaam? Ik vind van niet.
Want wat betekent dat? Eenzaam? Het is hier een drukte van belang. De buren, de winkeltjes, de bars en restaurants. Ja, zelfs op straat wordt de auto gestopt om elkaar te begroeten. Dat is onvermijdelijk in Portugal. Iedereen zoent, geeft handen, praat over de familie en het weer. En nu natuurlijk over de politiek met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur.

Is het hier afgelegen? Ik vind van niet.
Want wat betekent dat? Afgelegen van wat? Binnen vijf minuten ben ik in mijn dorp. Binnen een half uur rijden heb ik provinciestadjes die veel te bieden hebben. Keuze genoeg. Binnen een uur rijden heb ik grote steden die alles te bieden hebben. En dát aan beide zijden van de grens. Dus in Spanje en in Portugal.

Is het hier saai? Ik vind van niet.
Want wat betekent dat? Saai? In vergelijking met wat? Ik vermoed dat het te maken heeft met de entertainmentindustrie in de grote steden. Je kunt naar de bioscoop, theater, concertzaal en musea. Maakt dat het leven minder saai dan op het land?

Is het hier achtergebleven? Ik vind van niet.
Het aanbod aan vermaak in Marbella, Den Haag, Amsterdam, op Ibiza, in Toscane of aan de Côte d’Azur is hier afwezig. Net als geld, overdaad, toeristenindustrie, rafelige randjes en grote en kleine boeven. De jaren vijftig van de vorige eeuw zo voelt het hier. Voor mij is dat niet achtergebleven. Voor mij is dat een verworvenheid.

En aan dit alles moest ik denken – geloof het of niet – toen ik in een enorme outlet store in Badajoz liep en deze gympen zag van het Spaanse merk El Ganso.

De gedachtereeks kwam sneller op gang dan het licht:

… Haagse kleuren – Haha!…

… Stad – Ah! de Vijverberg …

… Bijenkorf – winkelen met mam en Patricia ..

… Voorhout – De Posthoorn …

… Familie en vrienden – druk – thank God for social media …

… ADO! Zouden die gympen ook in de ADO store te koop zijn?

 

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT (foto op dinsdag), een blogexperiment van Karin Ramaker

Viver Marvão

21077599_1960187484195477_2232738085484927747_n

Viver Marvão op werkbezoek bij de Lar (het verzorgingstehuis) van het Casa de Povo (buurthuis) van Santo António das Areias. Marvão, hoog op de berg, waakt over ons.

(uma tradução em português seguirá)

De hemel is licht bewolkt boven Den Haag op deze winterse dag in 1993. Ik sta op de elfde etage van het gebouw van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en overzie de Haagse binnenstad. Ver beneden mij zijn de bedrijven open, haasten mensen zich en rijden trams over de wirwar van rails. Den Haag beweegt. Ik sta me af te vragen hoe ik hier twee weken geleden terecht ben gekomen. Hoe ik ja heb kunnen zeggen als ondernemer. Maar goed. Werk is werk. Ik heb een maand in te vullen tussen twee klussen. Het uitzendbureau bood me werk aan bij dit ministerie en wel bij de Directie Politie. Om je eerlijk de waarheid te zeggen, ik was ook nieuwsgierig naar hoe het is om ambtenaar te zijn. En drie weken … hoe erg kan het zijn.

Heel erg!

Ik vervang een secretaresse die ziek is en word ingewerkt door een jong meisje. Zij doet niets de hele dag, behalve nagels vijlen, koffie drinken en af en toe naar de printer lopen. Na een paar dagen vraag ik haar wat ik hier eigenlijk doe. Ze zegt dat ik de directiesecretaresse vervang. Ja? Ik vraag haar of zij dat niet kan doen met het weinige werk dat hier is. Nee, legt ze uit, ik heb mijn eigen taken en iedere plaats moet ingevuld zijn.

Terwijl ik koffie drink op de gang en naar buiten staar komt er een man naast me staan die kennis wil maken.
“Nieuw hier?”
“Uitzendkracht bij Directie Politie.”
“Ja, dat had ik al gehoord. Ik ben Thom de Graaf.”
“En ik Liesbeth Steur.”
Ik kijk hem aan. Het is een jonge man met een bos krullen en blauwe ogen.
“Wat is je job hier?”
“Ik ben topambtenaar maar niet voor lang meer.” Hij glundert.
“Oh, ga je weg?”
“Ja als het aan mij ligt wel, maar ik ben afhankelijk van de kiezers.”
“Kiezers? Wat bedoel je?”
Hij kijkt me verbaasd aan. “Herken je mij dan niet? Van de posters?”
“Nee.”
“Oh … ik ben van D66 en doe mee aan de Tweede Kamerverkiezingen in maart volgend jaar.”
“Gefeliciteerd.” Ik bestudeer zijn gezicht en zeg: “Jij gaat dus uitvoeren wat het volk graag wil? Jij gaat de politicus zijn die het volk en de kleine ondernemers koestert? Tenslotte zijn zij het die het geld verdienen voor de BV Nederland.”
Ik wijs op de stad onder ons terwijl ik doorpraat.
Thom kijkt me oprecht verbaasd aan.
“Ach, ondernemers, het volk; daar is de politiek niet voor. Wij maken beleid! Ik ben geen domme idealist. Nee, ik zie de politiek als doel om tot de inner circle te komen. Voor de mooie banen.” Hij lacht hartelijk om mijn naïviteit.

Sindsdien heb ik een broertje dood aan politiek en 100% wantrouwen.

Hier in Portugal bestaat ook een democratie met verkiezingen. Openlijk meer corrupt, dat wel en het toneelspel vind ik beter. Waarschijnlijk omdat ik 25% niet begrijp. Als buitenlander mag ik mijn stem uitbrengen voor de gemeenteraad van Marvão en die verkiezingen zijn 1 oktober. De gemeente waar ik woon is voor mij overzichtelijk met zo’n 3.000 inwoners en een stem kan – lijkt me – merkbaar invloed hebben.

Blijkbaar zit er onder dat “broertje dood” nog wat idealisme want ineens regel ik het papierwerk om een stemnummer te krijgen.

Nog geen twee weken later word ik tot mijn schrik benaderd. Door José-Manuel Pires, oprichter van een gloednieuwe politieke beweging met de naam Viver Marvão, met de vraag of ik mij wil aansluiten en verkiesbaar wil stellen voor de gemeenteraad. Als buitenlander. Ik slaap een nacht, praat met Coen en zeg ja. Waarom?

Omdat ik hier kleine ondernemer ben, een bijdrage wil zijn voor de gemeenschap en – niet onbelangrijk – een mening heb over de opvolger van de huidige burgemeester. Hij mag er niet komen.

José-Manuel is van bekende huize, ik ken hem en zijn familie al langer en vind hem uitermate aardig en capabel. Het programma is zoals alle politieke programma’s. Mooie plannen. José-Manuel heeft een schare mensen om zich heen verzameld van allerlei pluimage, links, rechts, midden en neutraal. Jong en oud, ondernemers en harde werkers, waaronder veel vrouwen. Die mix spreekt me aan.

Als ik A zeg, zeg ik ook B. Dat betekent dat ik af en toe mag opdraven als de ploeg wordt uitgenodigd om kennis te maken met besturen van instellingen.

Ik sta na de presentatie en rondleiding op het dakterras van het lokale hypermoderne verzorgingstehuis. In de straat rijdt een auto voorbij en slenteren en babbelen mensen in de avondwarmte.

De idealist in mij denkt dat WE gaan winnen.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker.

De rafelige rand van oorlog

Het is 3 februari 1942. Hij is 26 jaar, zij 23. Het is nog geen totaal oorlog in toenmalig Nederlands-Indië. Mijn vader is wel al onder de wapenen geroepen zoals dat mooi heet. Hij, een Haagse jongen die goed kan leren, is aangenomen bij de BPM (Bataafse Petroleum Maatschappij, de voorloper van Shell) om boormeester te worden. In 1936 vertrekt hij uit het door de crisis geteisterde Nederland naar het onbekende Indië.

Mijn moeder, geboren uit een Nederlands-Ierse moeder en een Nederlands-Indonesische vader, woont in Bandoeng en groeit daar op, zoals jij en ik ook zijn opgegroeid. Met vallen en opstaan, met belangrijke en minder belangrijke gebeurtenissen en weinig ellende. Het enige bijzondere aan hun gezinssituatie is dat mijn roodharige oma op negentienjarige leeftijd zomaar trouwt met een heel donkere man. Op 15 januari 1916 in Kota Radja, Atjeh. Niet de meest rustige plek van de archipel. Dat opa niet wordt toegelaten in “blanke” hotels en oma dus wel, kan hun niet deren. Oma is een hardwerkende vrouw en bouwt haar eigen bedrijf op in Bandoeng op Java: l’Institut de Beauté aan de Bragaweg. Opa werkt voor de overheid. Mijn moeder Els gaat gewoon naar school, speelt, zwemt, haalt kattenkwaad uit, groeit op, leert een vak, gaat uit met vrienden en vriendinnen en dansen in Hotel Savoy Homan. Ze doet dus niets anders dan wat wij deden op die leeftijd.

Wanneer Cees en Els elkaar ontmoeten is dat liefde op het eerste gezicht. Het is begin december 1942. De Japanners bombarderen de Amerikaanse vloot in Pearl Harbour en vallen vlak daarop Borneo binnen. Dat klinkt serieus dichtbij. Maar goed, het leven gaat gewoon verder. Ze besluiten te trouwen al zijn de omstandigheden wat vreemd. Els reist naar Sumatra waar Cees gelegerd is en met wat vrienden van de BPM erbij wordt het huwelijk voltrokken. Hun huwelijksreis duurt precies drie dagen. Met de Japanner voor de deur moet Cees paraat zijn en Els terug naar huis, naar Java.

Drieënhalf jaar later komen ze elkaar tegen in Singapore. Getekend door concentratiekampen, treintransporten, honger, dorst, dood en verderf.

Hoe ga je dan verder? Dat is een vraag die me altijd bezighoudt. Hoe leef je je leven met dat in je hoofd. Wel, gewoon. Door het te leven. Fouten te maken en die recht te zetten. En na hard vallen, trek je je sokken op! Die mentaliteit plus een niet aflatende dankbaarheid voor en vertrouwen in het leven hebben gezorgd voor de invulling. Cees is 84 jaar geworden en Els 94.

Ik maak deel uit van een generatie die nog nooit een oorlog aan den lijve heeft ondervonden. Daar sta ik bijna iedere dag bij stil. Bij dat enorme geluk.

Dat ik in welvaart, vrede en zonder oorlogstrauma’s ben opgegroeid heeft mij de ruimte gegeven om mijzelf te ontwikkelen en de luxe om tot innerlijke vrede te komen. Ik beschouw het als mijn taak iedereen in mijn omgeving die vrede te laten voelen. Noblesse oblige.

Want zeg nou zelf: oorlog op welk vlak dan ook – persoonlijk, met je kinderen, je partner, je buurman of tussen landen – is toch wel heel erg “old school”.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Hugo Christiaan

Wie had dat gedacht? Een foto van mij op een eilandje bij de Reeuwijkse Plassen. Met sigaret in de hand en een flesje Schweppes aan mijn mond. Ik zit gewoon te niksen. Dat kon ik vroeger blijkbaar. Ik zit niet eens te lezen. Het boek dat naast mijn pakje Marlboro en aansteker ligt is van uitgever Ankh Hermes zie ik aan het logo. Het omslag is niet goed zichtbaar en ik vermoed wel welk boek het is. Waarschijnlijk Autobiografie van een yogi van Yogananda of wie weet het boek van Elisabeth Haich met de titel De inwijding. Twee must-reads vind ik die mij het pad opstuurden richting spirituele ontwikkeling. En als ik goed kijk, vermoed ik dat het het eerste boek is.

Wat deed ik daar? Zo’n 35 jaar geleden in het Hollands landschap.

Mijn goede vriend Hugo van der Molen zeilde veel met zijn jongens en dan gingen wij wel eens een dagje mee. Zijn jongens en de mijne waren vriendjes en zeilen vonden en vinden we allemaal leuk. Alleen … Hugo moest altijd sneller. In deze periode had hij een zeilboot – een 470 – die volgens mij alleen maar hard kon gaan. Dan spetterden we roekeloos overgeleverd aan de zeilkunst van Hugo over het water en sloegen ineens om. Kijk, voor mij was dat niet zo erg, maar de kleintjes die vonden het helemaal niets. Huilen, uit het water vissen en nog meer huilen. Die wilden eigenlijk niet meer de boot in. Dus werd het spelen op het eilandje waar Hugo en zijn jongens kampeerden.

Ik draag een T-shirt met de naam Christiaan. Zo heette de kapperszaak van Hugo aan de Grote Markt in Den Haag. The best ever! Hugo was zijn tijd ver vooruit. Wat hij deed gebeurde toen alleen nog maar in New York. Hugo en de mensen die hij opleidde verstonden het vak. Ik heb daar zelfs een jaar of zo gewerkt.

Een onvergetelijke tijd op naaldhakken van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en jeetje wat heb ik daar veel gelachen. En die onbezorgdheid straalt van de foto of.

De foto kreeg ik van Hugo tijdens ons afscheid van Nederland een jaar geleden en vandaag vond ik die. Niet voor niets; want dinsdag. Precies op tijd voor de Foto op Dinsdag.

Deze foto is gemaakt in het kader van Foto op Dinsdag #PHOT, een initiatief van Karin Ramaker. 

Page 1 of 4

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: