[português]  [English]

Al jaren zit er een uitgeknipte column in mijn knipselarchief. Helemaal vooraan. Geen enkel knipsel daarna heeft een hogere plaats gekregen dan dit schrijfsel. Iedere keer lees ik het alsof het nieuw is en iedere keer ben ik het hardgrondig eens met wat er staat. De column van Arnon Grunberg verscheen op 24 februari 2015. Hij schreef of schrijft nog (dat weet ik niet) onder de titel Yasha een wekelijkse column in de VPRO gids. En alleen deze heb ik uitgeknipt en bewaard.

Vandaag ging de column opnieuw door mijn handen en opnieuw vroeg ik me af: bewaren of niet? Ik bewaar het besluit ik nu en deel de tekst met je. Voor het geval je het toen hebt gemist en omdat het mij iedere keer weer tot nadenken stemt.

Zwakte

Ziekte associeer ik met zwakte en zwakte moet voorkomen worden. In theorie ben ik ruimdenkend en kan ik alles verdragen, maar in de praktijk huiver ik voor ziekte en zwakheid, vooral als die te dichtbij komen. Waarmee ik bedoel dat ik huiver voor eigen zwakheid, hoewel ik ook andermans zwakte huiveringwekkend vind als ik daarmee van dichtbij geconfronteerd word.
Dit is allicht psychologisch te verklaren. Mijn moeder had geen of weinig mededogen als haar kinderen ziek waren, ze had de neiging verwijten te maken bij ziekte: ‘Waarom ben je ook zonder sjaal de deur uitgegaan, ik heb het je nog zo gezegd.’ En van het ziekbed van mijn vader herinner ik me dat ze steeds maar bleef herhalen: ‘Hoe kon je ons dit aandoen?’
Deze psychologische verklaring is me te makkelijk, te mooi ook. Alles past en wanneer alles past, wordt de werkelijkheid onrecht aangedaan. Veel kan van die werkelijkheid worden gezegd, maar een opgeloste puzzel is die werkelijkheid nou net niet.
Voor mij begint zwakheid bij een verkoudheidje. Een van mijn missies is het om niet verkouden te worden. Niet dat ik allerlei homeopathische medicijnen slik of overdreven in de weer ga met vitamine C, ik bezweer de verkoudheid met wilskracht.
Wanneer dat niet lukt, ervaar ik het als een persoonlijke nederlaag. Een vorm van falen. Ziek zijn, ook al gaat het slechts om een verkoudheidje, is een vorm van schuldig zijn. De ziekte is het tastbare bewijs van de schuld, al is het maar de schuld niet genoeg voor jezelf te hebben gezorgd.
Artsen bezoek ik dan ook zelden, want ik ben principieel niet ziek. Meestal alleen als ik inentingen nodig heb voor het reizen naar exotische gebieden.
Men zou in dit alles angst voor de dood kunnen zien – een angst die je in bijna alles kunt zien – maar ook die verklaring lijkt me te simpel.
Ik zou het zo zeggen: werk is de rechtvaardiging van mijn bestaan. Als ik ziek ben, kan ik niet of minder werken en vervalt die rechtvaardiging.
Ik vrees niet zozeer de dood als wel het punt dat ik nog besta zonder dat bestaan verder te kunnen rechtvaardigen.

Arnon Grunberg

Misschien wil je nu allerlei bezwaren opperen over bijvoorbeeld dat je er niets aan kunt doen als je ongeneeslijke ziekte krijgt. Daar gaat het hier niet over, vind ik. Ik doel hier meer op het geheel. Als ik het lees met mijn wijde blik, dus niet door een tunneltje, dan klopt het voor mij.

Alle woorden passen in mijn beeld over de zin van het bestaan. En die zin is een bijdrage zijn voor de maatschappij. Of je nu boeken schrijft of iets anders doet, je kunt altijd een bijdrage zijn.