Liesbeth Steur

schrijver

#ikherdenk

1942 – Ziekenhuis Lahat, Sumatra. Mijn vader Cees zit rechtop. In het midden rechts. Hij lijkt niets te mankeren. Hij heeft net een longschot boven zijn hart overleefd. Maar die wond zit verstopt onder zijn pyjama. Totdat veertig jaar later de wond wakker wordt.

“Cees, schiet op wakker worden! Naar de boot! Extremisten, pemoedah’s overal!”
Hij is meteen wakker. Van schrik, maar ook van de kater, van de drank, van het late slapen, van het feestje. De biljartbal van Dirk, daarom was het zo belachelijk laat geworden.

Niet nóg een keer, kabbelt het door zijn hoofd; niet nóg een keer. Dan slaat zijn overlevingsmechanisme aan. Hij springt onder de klamboe vandaan en rent de anderen achterna richting aanlegsteiger waar een landingsvaartuig ligt te wachten. Ineens wordt er van alle kanten geschoten. Te laat. De alcohol in zijn bloed maakt plaats voor adrenaline. Hij rent terug naar het huis, neemt een duik naar binnen en barricadeert met trillende handen de deur. Hij zet een matras tegen de houten muur en verschanst zich. Buiten adem doet hij verwoede pogingen alles op een rijtje te zetten. Buiten houdt het schieten niet op. Hij merkt dat hij alleen is. Waar zijn de anderen gebleven? Dan hoort hij voetstappen op de galerij. De deur wordt opgeschopt. Zijn adem stokt. Droge keel. Droge tong. Zijn eigen Dayak machinist staat in de deuropening. Met machinegeweer. Op hem gericht. Cees gelooft zijn ogen niet.

“Handen omhoog!”, commandeert hij en gebaart met het zijn geweer. Cees’ leven schiet voorbij. Dit is een déjà-vu. De machinist dwingt hem het terrein op te lopen met de armen omhoog en zegt hem twee collega’s, die zich hebben gebarricadeerd in een ander huis, te vertellen dat ze zich moeten overgeven. Er wordt inderdaad vanuit dat huis in het wilde weg geschoten. Cees roept. Het zweet loopt langs zijn rug. De loop prikt tussen zijn schouderbladen. Hij roept nog een keer. Antwoord. De stemmen van kleine Henkie en Bart. Dronken zijn ze, zo dronken als de pest van het feestje gisteravond.

“Dit is oorlog idioten. Geef je over!” Het schieten houdt op. De twee schatten de situatie in terwijl Cees nog steeds in de vuurlinie staat. Ze overleggen. Het lijkt een eeuwigheid te duren voordat ze hem herkennen. Meteen gooien ze hun geweren op de grond en komen naar buiten. Voorzichtig haalt Cees adem en zonder aankondiging flitst zijn aloude nachtmerrie door zijn hoofd.

Het is pikdonker, iemand richt zijn geweer op mij. Van nog vier meter afstand. Genageld blijf ik staan. Ik voel een extreem harde klap tegen mijn borst en sla met een klap achterover. Ik lig op de grond. Doodstil. Alles suist. Ik voel overal bloed stromen, langs mijn rug en in mijn helm. Bloed is warm.

Het is 1947 als mijn vader door de BPM (nu Shell) wordt teruggestuurd naar Borneo (Kalimantan). Dit maal om de boorputten te openen die de Japanners vlak voor hun vertrek hebben dichtgegooid. Hij wil niet. Zijn oorlogswond uit 1942 – een kogel door zijn linkerlong vlak boven zijn hart – is nog vers. De interneringskampen die daarop volgen, de martelingen van de Kempetai, ziektes en ontberingen liggen nog fris in het geheugen. Hij is nog maar kort geleden ontslagen uit de Ursula Kliniek in Wassenaar waar hij een behandeling heeft ondergaan voor zijn nachtmerries. De dokter vertelt hem dat hij genezen is.

Mijn vader noemt de overvallers extremisten.
De extremisten noemen zichzelf vrijheidsstrijders.
En de winnaar heeft gelijk.

Met mijn vader Cees is het goed afgelopen. Pas op zijn zestigste krijgt hij weer last van zijn trauma. Na een longpunctie bij een onderzoek naar longkanker. Het litteken in zijn long is langzaamaan tot leven gekomen. Hij heeft geen kanker. Wel COPD en hij is boos. Op Hirohito. Toch wordt hij met zijn humor, afgewisseld door tirades over de keizer, 84 jaar oud. Totdat de COPD hem velt.

#ikherdenk mijn vader Cornelis Steur, mijn moeder Elisabeth Paula Steur-Schul en alle andere familieleden die de oorlog in Zuidoost-Azië hebben overleefd.

#ikherdenk mijn overgrootouders Christiaan Hezemans en Elisabeth Hezemans-Fitz-Gérald die op tachtigjarige leeftijd in de kampen zijn gestorven. Van honger en ontberingen en door hun opzettelijke scheiding. De één naar Tjideng. De ander naar Ambarawa. Vier weken na die scheiding sterven ze. Zonder nog iets van elkaar te hebben gehoord.

#ikherdenk alle mensen die in een oorlog zijn, zijn geweest of zijn gebleven.

#PHOT (Photo On Thursday en soms on Tuesday) is een initiatief van Karin Ramaker.

Previous

Along the beach of Aroe-Aroe

Next

Good times …

11 Comments

  1. wijbrand rus

    Aangrijpend. Bij ons thuis werd er nooit over de oorlog gesproken. Reden ? Opa geëxecuteerd en tante, als verpleegster omgekomen in een Jappenkamp. Formidabel geschreven, schat.

  2. Karin Verheij

    Door het verhaal van je vader hier op te schrijven, blijft het bestaan. Ik herdenk met je mee.

  3. Marty

    Wat een prachtig aangrijpend verhaal

  4. je zou denken, dat doen mensen elkaar niet aan, maar ze doen het wel …

    • Ik vraag me altijd weer af waarom fictie schrijven. Non-fictie is al erg genoeg. Hier is geen woord van verzonnen. Ik denk toch dat mensen ver in de oorsprong altijd voor zichzelf gaan. Het overlevingsinstinct. Dus zijn en maatschappelijke regels nodig en een goede opvoeding om een acceptabele samenleving te handhaven. Nog niet bij iedereen is “leven en laten leven” een ingesleten automatisme. Er hoeft maar iets te gebeuren of ze gaan weer oorlog voeren. In welke zin dan ook.

  5. Dank je wel Marty. En er is niets aan verzonnen.

  6. Heftig en indrukwekkend verhaal wat je mooi geschreven hebt, het blijft op deze manier levend. Ik was in Normandie en daar bekeken we de oorlogsplekken, hoewel we zijn opgegroeid met de geschiedenis van WOII in NL was het toch opnieuw indrukwekkend hoe het daar was beleefd. Ieder mens en plek heeft een verhaal.

  7. #ikherdenk

Laat je een reactie na!?

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: