Liesbeth Steur

schrijver

Category: 500 woorden (Page 2 of 28)

Haagse Bosweer

 

Als je het Haagse Bos kent en je weet dat het Herfst is, weet je waarschijnlijk precies wat ik bedoel.

De bomen zwiepen in de wind, de regen striemt tegen je gezicht, paden als modderpoelen en de honden worden nat en zwart van de regen en de plassen. De grijze wolken wisselen elkaar in nuances af. De ene iets donkerder grijs dan de andere. Mijn Indische moeder hield zich stand in zulke dagen door de lucht te bestuderen en zich te verwonderen over de vele tinten grijs. Dat was voor verschijning van dat ene boek. Dat grijs zoveel tinten heeft, dat verbaasde haar vele malen.

Waar je bij droog weer veel mensen met honden tegenkomt in het Haagse Bos, zie je nu niemand. Ik vraag me af hoe die hondenbezitters dat dan doen? Hoeven die honden dan ineens niet uit? Of hebben ze een achtertuintje?

Vandaag is het  Haagse Bosweer hier. Regen, wind, voortrazende wolken aan de hemel en honden die willen wandelen. Met zijn vieren welteverstaan. Teckel Koos blijft liever thuis als ik niet meega. En als hij wel met Coen meegaat dan treuzelt hij op professionele wijze. Grote Che heeft geen voorkeuren. Hij gedraagt zich altijd als een wildebras die de weg kent.

Ik ben niet bang voor de regen en de wind. Eerlijk gezegd vind ik het heerlijk: zulk Haagse Bosweer. En dat kan ik heerlijk vinden omdat ik weet dat het van korte duur is. Geen modderpoelen hier, wel gladde rotsen. Een dagelijkse uitdaging en een pracht training voor mijn evenwicht en voor mijn concentratie. Want iedere stap is er één. Wanneer ik niet goed uitkijk en met mijn hoofd in de wolken loop dan is een misstap zo gemaakt. Grote rotsen, losse stenen, overgroeide paden, stijgen en dalen. Ik heb helemaal geen tijd om over andere dingen na te denken. Dus drie kwartier lopen betekent hier drie kwartier mediteren. Daarna kan ik met een frisse neus, roze wangen en een nieuwe blik verder schrijven aan mijn boek. Zo is wandelen bedoeld.

Tegeltjeswijsheid 😉
Wanneer een wandeling niet verkwikt (mooi Nederlands woord hè) dan heb je niet aandachtig gelopen.

Hoewel Coen en ik vaak hetzelfde traject lopen, zie ik steeds iets nieuws. Vandaag was dat een eenzaam lammetje in de wei, die paniekerig aan het blaten was. Oh jee, dacht ik. Waar is de moeder? Wie laat nu zijn kind achter? In de verte komt ze aangehobbeld met nog wat andere lammetjes achter zich aan.

Alsof het helemaal geen winter aan het worden is, huppelen de nazaten rond, drinken bij de moeder en groeien op tot aan hun gewisse dood. Maar eerst geven ze wol en melk en in het dorp wordt daarvan heerlijke schapenkaas gemaakt, die ik dan weer opeet. Als jij je nu afvraagt of ik dat lam ook opeet, beken ik dat ik dat wel eens doe. Heerlijk. Net zo lekker als geitenvlees dat ik dan weer gebruik voor de saté kambing! Daar kun je me ’s nachts voor wakker maken.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo on Tuesday, een initiatief van Karin Ramaker. De PHOT is een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema, met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Alles kalmpjes aan

Bladzijde 2 van een brief die mijn oma aan mijn moeder schreef in 1942

De afgelopen maanden en weken voelen als een ontdekkingsreis. Nee, niet de grote wereld in, meer de wereld uit. Een reis naar mijn binnenwereld. Je weet dat ik aan het schrijven ben aan een biografie over het leven van mijn ouders. Je weet ook dat ik een heel archief heb met meer dan honderd brieven over een periode van 1937 tot 1960. Mijn moeder heeft sinds die tijd die koffer achter zich aangesleept en op een stukje papier had ze gekrabbeld:

Het zal toch niet voor niets zijn dat die koffer de halve wereld heeft gezien en een oorlog overleefd. Daar moet toch iets mee gebeuren!

Vijftien jaar geleden was ik al begonnen met mijn vaders verhaal op papier te zetten. Ik had toen nog geen benul van deze koffer. Als ik in die tijd mijn moeder vragen stelde, was haar antwoord steevast: “Ik vertel je wel, maar je hoeft voorlopig over mij helemaal niets te schrijven. Je wacht maar tot ik dood ben!” Aangezien ik een boek over beiden wilde, heb ik mijn pen toen neergelegd. Ben wel vragen blijven stellen en dacht het hele verhaal te kennen. Tot ik de brieven in handen kreeg.

Dit project – het familieboek – blijkt niet zomaar een van mijn projecten te zijn. Dit is van een andere orde. Het is persoonlijk. De brieven van mijn ouders raken me zo diep dat ik regelmatig iets heel anders ga doen. Dat hele archief staat rond en op mijn bureau dus ik kan er niet omheen. Ik moet verder. Al doe ik soms of ik het niet zie staan.

Vandaag begreep ik waarom het me zo raakt. Ik ben bij het jaar 1942 aangeland. Ja, ik werk chronologisch omdat het mij een beter begrip geeft van het leven toen en de omstandigheden. Net voordat de oorlog in Nederlands-Indië uitbreekt. Vanochtend las ik een brief die mijn oma – de moeder van mijn moeder – schreef aan mijn moeder die op een het eiland Sumatra ging trouwen. Dat kon niet op Java (waar mijn moeder woonde) gebeuren omdat mijn vader al onder de wapenen was geroepen en omdat de Japanners met twee voeten op Noord-Sumatra stonden.

Mijn oma schrijft dit op 1 februari 1942:

Je brief was erg haastig, nerveus en onduidelijk. Kind, laat je niet zenuwachtig maken. Alles kalmpjes aan. Laat je ook door een eventueel bombardement niet van streek brengen, dat staat ons allemaal te wachten. Zorg voor dekking en houdt je in alle opzichten gedekt. Denk om watjes en kauwgom, desnoods een stuk gomelastiek. Alleen als het reizen moeilijk wordt, vertrek je direct.

Het beklemde me. Ik voelde die angst opstijgen als een fontein toen ik dit las. Die angst voor oorlog! Die heb ik al sinds ik kan praten. Ik voelde toen al haarfijn aan dat mijn moeder angst had – vraag me niet hoe – en als ik ernaar vroeg, wuifde ze het altijd weg. En bij mij is het net als bij haar altijd sluimerend aanwezig gebleven. Bij het lezen loopt een rilling over mijn rug.

Aan het einde van de brief in een P.S. schrijft mijn oma die ook geen idee heeft wat de tijd gaat brengen en tja … het leven gaat gewoon door:

Koop je bootticket aan station Tandjoeng Karang. Na huwelijk een kleine foto van jullie tezamen maken. Niet vergeten!

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo on Tuesday, een initiatief van Karin Ramaker. De PHOT is een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema, met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Een wandeling met Tao


Gedurende de hete, hete zomer hebben we ons vaste winterpad niet belopen. Niet omdat de zomer heet is en wel omdat het pad aan het overwoekeren is. De gemeente houdt sinds een paar jaar dit soort wandelpaden niet meer bij. Te weinig gebruikers en te weinig werknemers. Vroeger liepen de locals naar het dorp, naar elkaar, naar het winkeltje, het café en naar hun terreintjes. Nu gebeurt dat vaak met een oude auto of een oude brommer. Daarbij zijn er steeds minder oorspronkelijke bewoners. De ouwetjes zijn oud en lopen nog naar de brievenbus, hun kinderen doen nog wel het land, naast een baan in de buurt en hebben dus vervoer en de jongeren (hun kinderen dus) studeren, raken hoog opgeleid, vinden geen baan en vertrekken.

De laatste keer liepen we daar in de lente nog voordat alles heel hard ging groeien en ik zat toen natuurlijk onder de teken. Gedoe. Dat was dus de laatste keer. Nu zijn er geen teken meer dus hebben we het erop gewaagd. En ook de slangen houden zich koest.

Vandaag gingen we op pad met snoeischaren want we willen graag van dit pad gebruik maken. Het is geen geasfalteerde weg. Het pad stijgt en daalt, is verhard door de Romeinen en voor de rest zijn het rotsen waar je overheen moet stappen. Toch fijn als je dan iets ziet.

Nu is het weer een feestje om daar te lopen. Op de foto zie je Coen met zijn lange benen. Altijd voorop. Dat geeft mij de kans hem te fotograferen en ja stilstaan voor een foto vertraagd ook mijn tempo.

Wanneer ik daar afdaal en het pad zie golven door het landschap, denk ik aan Tao. Waarom? Tja, ik lees voor de zoveelste keer een boek over het Daoisme of Taoïsme, over wat dat is.

Tot nu toe begrijp ik dat de Tao de bron is, de innerlijke as van het universum. Het is ouder dan de natuur. Om Tao te begrijpen, omschrijf je het niet met taal, woorden of definities. Je dient het met hart en ziel te begrijpen anders ga je dwalen. Dus als je Tao in woorden probeert te vangen, verdwijnt het. Tao is overal, in mij, in jou en in de natuur. Dit boek (en andere over dit onderwerp) heb ik al jaren en tot nu toe raakte ik geïrriteerd door zo’n beschrijving. Hoezo kun je dat niet uitleggen?

Deze keer is het anders. Ik heb het een tijd geleden opgegeven om dingen in een hokje te stoppen. Dat maakt het leven aanzienlijk eenvoudiger. Ik loop over het pad, ben in de natuur. Het gras beweegt, ik beweeg.

Als ik flexibel ben is het pad dat ook.

Als ik één word met het pad, dan is de wandeling tijdloos en vrij. Ik stijg en daal en mijn voeten zetten de juiste stappen. De rotsen zijn geen obstakels meer. Ik loop er omheen en de wandeling wordt als een dans, ontspannen heupen, knieën en benen. Precies, zoals een dans bedoelt is. Misschien is dat wel verbonden zijn met Tao of misschien ook niet.

#PHOT (Photo On Thursday en soms on Tuesday) is een initiatief van Karin Ramaker

Ik nodig je uit …

Photo by Ian Espinosa on Unsplash

[English] [português]

De eerste keer dat de vraag “wat doe ik hier?” verscheen, kan ik me nog goed heugen. Ik was vijf jaar, woonde op Sicilië. De Etna rommelde en spuwde vuur. Ik had net op het randje van de dood gelegen door tyfus.

Die avond, vanaf het terras voelde en hoorde ik het gerommel van de vulkaan en zag het vuurwerk. De sterrenhemel stond er als altijd.

Mijn moeder en grote zus waren erbij en toch voelde ik me een alien.

“Wat doe ik hier?” “Wat is dit allemaal?” Die vragen speelden in mijn hoofd en dat was het begin van een lange weg vol met hobbels, rotsen, bergen en dalen. Veel blauwe plekken, schrammen en wonden en de frons in mijn voorhoofd groeide uit tot een permanente verticale rimpel tussen mijn wenkbrauwen.

Het bestuderen van dikke boeken, verdiepen in Westerse en Oosterse filosofieën, lesgeven in yoga en meditatie brachten wat antwoorden, maar te weinig om echt wijzer van te worden. Het leven vieren en leven, in het diepe springen, risico’s nemen, kortom ik zie wel waar het schip strand, dat zette zoden aan de dijk. En toch gaat die zoektocht door naar optimale gezondheid en een lang leven.

Zo ben ik in de Chinese filosofieën terecht gekomen. Het Confucianisme en Daoisme. Boeken alleen hebben mij nooit echt verder gebracht, wel het toepassen van de wetenschap die in die boeken staat. Nog steeds is dat yoga en nu ook door het beoefenen van Tai Chi, en Wudang (Chinese) yoga.

Er is een wereld voor me opengegaan. En die wereld wil ik graag met jullie delen, zodat ook jouw dagelijks leven lichter kan worden.

Daarom organiseer ik een Wudang Taijiquan Retreat van vijf dagen. Samen met Eduardo Salvador en Taiji leraar Rene Goris uit Amsterdam die ons vijf dagen lang gaat trainen.

Guesthouse Trainspot is tijdens de Retreat ons onderkomen. Trainspot is gevestigd in de restauratie van het verlaten station Marvão-Beirã. De sporen zijn stil en wijzen een weg. Marvão ligt midden in het natuurgebied Serra de São Mamede, op de grens met Spanje. Food & Beverage worden verzorgd door Trainspot en zijn aangepast op het programma en de wensen van de deelnemers.

De voertaal zal Engels, met Portugese vertaling. De dagen zijn gevuld met meditatie, training en verblijf in de natuur, lezingen over de achterliggende filosofieën, eten, rusten en ook nog slapen. Er is tijd voor acupunctuur en massages.

Ook kun je alle vragen stellen die in jouw hoofd zitten.

Kom je uit het buitenland, dan is er een transfer van Lissabon Airport naar Marvão. Om het zo makkelijk mogelijk te maken is de prijs is all-inclusive. Je hoeft alleen je eigen ticket te kopen. Je kunt je dus 100% concentreren op jezelf. Vijf dagen lang. De website van Retreats in Alentejo biedt de informatie en de mogelijkheid om je in te schrijven.

 

Page 2 of 28

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: