Liesbeth Steur

auteur & yogi

Category: Foto op donderdag (Page 1 of 5)

Maak ik me druk?

Yogastudio als nieuw

Het gaat gebeuren. Vanaf volgende week kan ik weer les geven in mijn eigen studio. Daar word ik blij van. Want vanaf de enorme lekkage half mei 2018 tot op een week geleden, is er niets gebeurd. Geen nieuwe vloer, geen nieuw plafond. En nu is het klaar en kan ik de deuren weer openen.

Het was niet echt een drama dat de studio onbruikbaar was, brand is erger zeggen ze hier. Ik vond het wel een shock. Alles stopte. Ik stond daar tot mijn enkels in het water en alle hagel en regen bleven met bakken door het platte dak naar binnenstromen. Iedereen in het bedrijfsverzamelgebouw hielp met water hozen. Alleen in mijn studio lekte het en het drong tot me door dat mijn twee vorige studio’s ook de deuren hadden moeten sluiten wegens overmacht. Eigenlijk was ik verbijsterd dat mij dit nu overkwam.

Ik kreeg een zaaltje aangeboden en nog een zaaltje, als noodopvang. Allemaal goed en aardig, maar de gemeente ging niets doen om mijn studio op te knappen. Na wat aangetekende brieven aan de burgemeester, kwam er een taxateur van de verzekering en toen werd het wachten geblazen. Juni kwam en ging, juli kwam en ging en daar was ineens augustus. Dan beweegt hier niemand meer. De andere ondernemers in het pand drukten me op het hart dat ik moest blijven aandringen in plaats van impulsief de huur opzeggen en naar iets anders op zoek gaan (terwijl ik weet dat er niets geschikts is).

Dit was vroeger meer mijn stijl: wil je niet met me praten? Dan ga ik toch wat anders doen.

Nu dacht ik, OK ik ga er achterheen op zijn Portugees. De burgemeester gebeld. Afspraak gemaakt. Ik naar de afspraak. De burgemeester is er niet. Dan word zelfs ik ongeduldig. Ik loop bij het verlaten van het gemeentehuis een wethouder van de “tegenpartij” tegen het lijf. We groeten en praten en hij vraagt me hoe het is. Ik vertel hem het hele verhaal. Ik moet naar de openbare raadsvergadering komen om daar mijn beklag te doen, zegt hij. Geen zin, denk ik. Hoezo? Zij moeten hun plichten nakomen!

Ik krijg nog allemaal sms’jes van de wethouder waarin hij blijft aandringen op mijn aanwezigheid. Een uur voor de vergadering spreek ik een Portugese vriendin (ook ondernemer hier). Ze wil mee. Goed, ik heb mijn verhaal gedaan, de twee wethouders van de tegenpartij hebben het allemaal nog eens aangedikt en vriendin houdt een betoog over het belang van mijn werk voor de volksgezondheid. Je kunt het overdrijven natuurlijk.

En nu, een week later, ligt er wel een nieuwe vloer. Vandaag worden de plafondtegels geplaatst. Ik kan dit weekend gaan inrichten. Al die maanden gaf ik les buiten op het grote terras bij ons zwembad. Geen straf natuurlijk. Maar nu de studio weer tot leven komt, merk ik hoe ik mijn eigen ruimte en sfeer heb gemist.

Minder Hollands eigenwijs zijn en me gedragen als een Portugees als het moet, heeft wel gewerkt. Iedereen kwam in beweging.

Trouwens, het ware probleem – het platte dak van matige kwaliteit – is niet aangepakt. Nee, zeggen ze dan met een grote grijns, zo’n moment met zoveel hagel in zo’n korte tijd gebeurt maar een keer in een mensenleven. Maak ik me druk? Welnee, ik ken de weg.

#PHOT (Photo On Thursday Foto op donderdag) is een initiatief van Karin Ramaker.

Indische tantes

v.l.n.r. tante Cor, mijn moeder Els en haar nichtje Maryse. 1946, Amsterdam

Het was een frisse zomerdag in 1961 toen we haar tegen het lijf liepen. Bij de kruidenier op Scheveningen. Op het hoekje bij de Oranjeflats waar wij toen woonden. Ze was lang en dun en ze had Indische handen zoals mijn moeder. Haar felrode lipstick stak af tegen haar ietwat getinte en blank gepoederde gezicht. Ze droeg een zwierige bloemetjesjurk uit de jaren vijftig en ook haar rode hooggehakte schoenen met plateauzolen dateerden uit die tijd.

De begroeting was allerhartelijkst. De adoeh´s en terlaloeh´s vlogen heen en weer, mijn wangen werden fijngeknepen, de Hollanders in de winkel vielen stil en ik vergat van verbazing adem te halen. Maryse bleek een nichtje van mijn moeder. Ze hadden elkaar voor het laatst gezien vlak na de oorlog in 1946. De verbazing was compleet toen ze vertelde waar ze woonde. In de Alkmaarsestraat bij haar moeder tante Cor. Tijdelijk. Maryse was zo vlak voor de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië, gerepatrieerd.

Het grote huis van tante Cor met zicht op duinen en zee stond propvol en de keuken ook. Potten, pannen, schaaltjes, borden, flesjes, vergieten en wadjans in alle maten en soorten. Daar waar het zo heerlijk geurde, zwaaide Maryse de scepter. Altijd was er wel een klein stukje aanrecht over om te snijden, te hakken en te oeleken.

Regelmatig zat ik op het krukje naast de ijskast gefascineerd te kijken naar hoe ze het klaarspeelde om in die chaos al die rijsttafels te maken. Meestal kwam mijn moeder helpen. Voor een koempoelan van veertig man stonden ze drie dagen lang in de keuken.

Iedere verjaardag was het raak. Saté’s rijgen deden wij, de kinderen, onder strenge leiding van Maryse. Het roosteren deden de mannen in de tuin, met een borrel erbij. De hele avond aten we, kletsten we en werden er sterke verhalen verteld door oom Karel en oom Ton. Tussendoor deden we in die overvolle keuken de afwas. In het razende tempo van knappe tante Wil. Daarbij zongen we Indische klassiekers en het liefst tweestemmig. We lachten en iedereen danste en danste en danste. Altijd.

#PHOT (Photo On Thursday en soms on Tuesday) is een initiatief van Karin Ramaker.

Good times …

Marvão, on top of the world

Vanochtend had ik een afspraak met de burgemeester van Marvão. Hij was er niet. Ik was niet verrast. De receptioniste vroeg me straks dan maar even terug te komen. Wie weet zou hij er dan zijn.

Marvão, de vesting op de berg is niet ver van mijn huis. Een kwartiertje door de bergen slingeren, door de poort manoeuvreren, dan buiten het dorp om – langs de binnenzijde van de vestingmuren, via een hobbelige weg naar de top. Kom je een tegenligger tegen, dan moet er eentje achteruit. Het gaat altijd goed. Ik ga niet heel vaak naar boven. Eigenlijk alleen als ik iets moet doen bij het gemeentehuis of een andere officieel instantie.

Mijn vriendin Leone Holzhaus heeft daar binnenin het oudste deel van de vesting, in de uiterste hoek van de binnenplaats, haar atelier en winkel. Tijdens het tiendaagse klassieke muziekfestival in juli, is zij gedwongen dicht geweest omdat het podium voor het orkest daar dan staat. Die tijd heeft ze benut om haar atelier op te ruimen, te schilderen (de muren) en weer helemaal klaar te maken voor nieuwe toeristen en klanten. Ook is er nieuw werk dat ik nog niet heb gezien. Dus, een goed moment om langs te gaan.

Vanaf het gemeentehuis wring ik me door de ladingen toeristen, bij de kassa zwaai ik naar de vaste kassier, gebarend dat ik alleen Leone ga bezoeken en dan verder. Ik wil daar een foto nemen maar ja, met al die dagjesmensen voor mijn neus? De mensen zijn zo erg nog niet. Wel hoe ze gekleed gaan. Volgens mij kleedt het merendeel zich naar een maatstaf die niet strookt met de realiteit, maar dat is toeristen in de hele wereld eigen.

Het is natuurlijk niet de eerste keer dat ik daar ben. En toch ben ik telkens onder de indruk van de locatie. Marvão geldt in de geschiedenis als een praktisch onneembare vesting. De Kelten waren hier al, Romeinen legden wegen aan – waarover ik nu nog wandel; de Moren bouwden de vesting en vernoemde die naar warlord Marwan. Toen de katholieke koningen, de Engelsen, De Fransen, de Spanjaarden. Ze kwamen allemaal Portugal helpen. En Portugal onderging. Genoeg oorlog. Eeuw in eeuw uit. Vooral in deze grensstreek.

Na mijn bezoek loop ik terug en eenmaal uit de vesting, kijk ik over de muur, zie het stadje en de toppen van de wereld. Ik denk aan gisteren. De Herdenking van 15 augustus 1945. Ik denk aan alle oorlogen die nu woeden. Ik denk aan de West-Europese generaties die nog nooit iets hebben meegemaakt en ik denk aan de woorden van Geert Mak en, aan wat mijn oudste zoon schreef naar aanleiding van mijn #ikherdenk blog over mijn vader en familie.

“Hard times create strong men. Strong men create good times. Good times create weak men. And, weak men create hard times.”
― G. Michael Hopf, Those Who Remain

Die uitspraak speelt sinds ik het gelezen heb, voor in mijn hoofd. Voor mij is het zo waar als waar kan zijn.

En de burgemeester? Wel, we zijn in Portugal, dus haast heb ik niet meer.

#PHOT (Photo On Thursday en soms on Tuesday) is een initiatief van Karin Ramaker.

#ikherdenk

1942 – Ziekenhuis Lahat, Sumatra. Mijn vader Cees zit rechtop. In het midden rechts. Hij lijkt niets te mankeren. Hij heeft net een longschot boven zijn hart overleefd. Maar die wond zit verstopt onder zijn pyjama. Totdat veertig jaar later de wond wakker wordt.

“Cees, schiet op wakker worden! Naar de boot! Extremisten, pemoedah’s overal!”
Hij is meteen wakker. Van schrik, maar ook van de kater, van de drank, van het late slapen, van het feestje. De biljartbal van Dirk, daarom was het zo belachelijk laat geworden.

Niet nóg een keer, kabbelt het door zijn hoofd; niet nóg een keer. Dan slaat zijn overlevingsmechanisme aan. Hij springt onder de klamboe vandaan en rent de anderen achterna richting aanlegsteiger waar een landingsvaartuig ligt te wachten. Ineens wordt er van alle kanten geschoten. Te laat. De alcohol in zijn bloed maakt plaats voor adrenaline. Hij rent terug naar het huis, neemt een duik naar binnen en barricadeert met trillende handen de deur. Hij zet een matras tegen de houten muur en verschanst zich. Buiten adem doet hij verwoede pogingen alles op een rijtje te zetten. Buiten houdt het schieten niet op. Hij merkt dat hij alleen is. Waar zijn de anderen gebleven? Dan hoort hij voetstappen op de galerij. De deur wordt opgeschopt. Zijn adem stokt. Droge keel. Droge tong. Zijn eigen Dayak machinist staat in de deuropening. Met machinegeweer. Op hem gericht. Cees gelooft zijn ogen niet.

“Handen omhoog!”, commandeert hij en gebaart met het zijn geweer. Cees’ leven schiet voorbij. Dit is een déjà-vu. De machinist dwingt hem het terrein op te lopen met de armen omhoog en zegt hem twee collega’s, die zich hebben gebarricadeerd in een ander huis, te vertellen dat ze zich moeten overgeven. Er wordt inderdaad vanuit dat huis in het wilde weg geschoten. Cees roept. Het zweet loopt langs zijn rug. De loop prikt tussen zijn schouderbladen. Hij roept nog een keer. Antwoord. De stemmen van kleine Henkie en Bart. Dronken zijn ze, zo dronken als de pest van het feestje gisteravond.

“Dit is oorlog idioten. Geef je over!” Het schieten houdt op. De twee schatten de situatie in terwijl Cees nog steeds in de vuurlinie staat. Ze overleggen. Het lijkt een eeuwigheid te duren voordat ze hem herkennen. Meteen gooien ze hun geweren op de grond en komen naar buiten. Voorzichtig haalt Cees adem en zonder aankondiging flitst zijn aloude nachtmerrie door zijn hoofd.

Het is pikdonker, iemand richt zijn geweer op mij. Van nog vier meter afstand. Genageld blijf ik staan. Ik voel een extreem harde klap tegen mijn borst en sla met een klap achterover. Ik lig op de grond. Doodstil. Alles suist. Ik voel overal bloed stromen, langs mijn rug en in mijn helm. Bloed is warm.

Het is 1947 als mijn vader door de BPM (nu Shell) wordt teruggestuurd naar Borneo (Kalimantan). Dit maal om de boorputten te openen die de Japanners vlak voor hun vertrek hebben dichtgegooid. Hij wil niet. Zijn oorlogswond uit 1942 – een kogel door zijn linkerlong vlak boven zijn hart – is nog vers. De interneringskampen die daarop volgen, de martelingen van de Kempetai, ziektes en ontberingen liggen nog fris in het geheugen. Hij is nog maar kort geleden ontslagen uit de Ursula Kliniek in Wassenaar waar hij een behandeling heeft ondergaan voor zijn nachtmerries. De dokter vertelt hem dat hij genezen is.

Mijn vader noemt de overvallers extremisten.
De extremisten noemen zichzelf vrijheidsstrijders.
En de winnaar heeft gelijk.

Met mijn vader Cees is het goed afgelopen. Pas op zijn zestigste krijgt hij weer last van zijn trauma. Na een longpunctie bij een onderzoek naar longkanker. Het litteken in zijn long is langzaamaan tot leven gekomen. Hij heeft geen kanker. Wel COPD en hij is boos. Op Hirohito. Toch wordt hij met zijn humor, afgewisseld door tirades over de keizer, 84 jaar oud. Totdat de COPD hem velt.

#ikherdenk mijn vader Cornelis Steur, mijn moeder Elisabeth Paula Steur-Schul en alle andere familieleden die de oorlog in Zuidoost-Azië hebben overleefd.

#ikherdenk mijn overgrootouders Christiaan Hezemans en Elisabeth Hezemans-Fitz-Gérald die op tachtigjarige leeftijd in de kampen zijn gestorven. Van honger en ontberingen en door hun opzettelijke scheiding. De één naar Tjideng. De ander naar Ambarawa. Vier weken na die scheiding sterven ze. Zonder nog iets van elkaar te hebben gehoord.

#ikherdenk alle mensen die in een oorlog zijn, zijn geweest of zijn gebleven.

#PHOT (Photo On Thursday en soms on Tuesday) is een initiatief van Karin Ramaker.

Page 1 of 5

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: