Liesbeth Steur

schrijver

Alles kalmpjes aan

Bladzijde 2 van een brief die mijn oma aan mijn moeder schreef in 1942

De afgelopen maanden en weken voelen als een ontdekkingsreis. Nee, niet de grote wereld in, meer de wereld uit. Een reis naar mijn binnenwereld. Je weet dat ik aan het schrijven ben aan een biografie over het leven van mijn ouders. Je weet ook dat ik een heel archief heb met meer dan honderd brieven over een periode van 1937 tot 1960. Mijn moeder heeft sinds die tijd die koffer achter zich aangesleept en op een stukje papier had ze gekrabbeld:

Het zal toch niet voor niets zijn dat die koffer de halve wereld heeft gezien en een oorlog overleefd. Daar moet toch iets mee gebeuren!

Vijftien jaar geleden was ik al begonnen met mijn vaders verhaal op papier te zetten. Ik had toen nog geen benul van deze koffer. Als ik in die tijd mijn moeder vragen stelde, was haar antwoord steevast: “Ik vertel je wel, maar je hoeft voorlopig over mij helemaal niets te schrijven. Je wacht maar tot ik dood ben!” Aangezien ik een boek over beiden wilde, heb ik mijn pen toen neergelegd. Ben wel vragen blijven stellen en dacht het hele verhaal te kennen. Tot ik de brieven in handen kreeg.

Dit project – het familieboek – blijkt niet zomaar een van mijn projecten te zijn. Dit is van een andere orde. Het is persoonlijk. De brieven van mijn ouders raken me zo diep dat ik regelmatig iets heel anders ga doen. Dat hele archief staat rond en op mijn bureau dus ik kan er niet omheen. Ik moet verder. Al doe ik soms of ik het niet zie staan.

Vandaag begreep ik waarom het me zo raakt. Ik ben bij het jaar 1942 aangeland. Ja, ik werk chronologisch omdat het mij een beter begrip geeft van het leven toen en de omstandigheden. Net voordat de oorlog in Nederlands-Indië uitbreekt. Vanochtend las ik een brief die mijn oma – de moeder van mijn moeder – schreef aan mijn moeder die op een het eiland Sumatra ging trouwen. Dat kon niet op Java (waar mijn moeder woonde) gebeuren omdat mijn vader al onder de wapenen was geroepen en omdat de Japanners met twee voeten op Noord-Sumatra stonden.

Mijn oma schrijft dit op 1 februari 1942:

Je brief was erg haastig, nerveus en onduidelijk. Kind, laat je niet zenuwachtig maken. Alles kalmpjes aan. Laat je ook door een eventueel bombardement niet van streek brengen, dat staat ons allemaal te wachten. Zorg voor dekking en houdt je in alle opzichten gedekt. Denk om watjes en kauwgom, desnoods een stuk gomelastiek. Alleen als het reizen moeilijk wordt, vertrek je direct.

Het beklemde me. Ik voelde die angst opstijgen als een fontein toen ik dit las. Die angst voor oorlog! Die heb ik al sinds ik kan praten. Ik voelde toen al haarfijn aan dat mijn moeder angst had – vraag me niet hoe – en als ik ernaar vroeg, wuifde ze het altijd weg. En bij mij is het net als bij haar altijd sluimerend aanwezig gebleven. Bij het lezen loopt een rilling over mijn rug.

Aan het einde van de brief in een P.S. schrijft mijn oma die ook geen idee heeft wat de tijd gaat brengen en tja … het leven gaat gewoon door:

Koop je bootticket aan station Tandjoeng Karang. Na huwelijk een kleine foto van jullie tezamen maken. Niet vergeten!

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo on Tuesday, een initiatief van Karin Ramaker. De PHOT is een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema, met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Previous

Vaste lasten

Next

Haagse Bosweer

6 Comments

  1. Mooi zo’n reis naar Terug. En confronterend want zulke andere tijd en zulke andere angsten…

    • Denk je echt dat het anders is? Er zijn nu meer oorlogen dan ooit, de dreiging voor de landen die al 70 jaar in vrede leven hangt in de lucht en angsten zijn volgens mijn ook hetzelfde. Niemand wil zijn zekerheden kwijt. Het is toch een angst om te verliezen wat je hebt. Zelfs je zelf. Als dat zou kunnen: jezelf verliezen.

  2. Poeh… Niet voor te stellen hoe dat voor een moeder (en haar dochter) moet zijn. Zulke bemoedigende woorden en dan de lieve vraag om toch wel een kleine foto te maken na het huwelijk, zouden jouw vader en moeder het anders vergeten zijn? Dat laatste is in onze tijd helemáál niet voor te stellen.

    • In die tijd wel, denk ik. Er moest wel iemand zijn met een fototoestel. En met de Japanners in de achtertuin waren er al heel wat mensen vertrokken. Er waren nog wat collega’s van mijn vader (B.P.M.) die ook onder de wapenen waren geroepen en met vrouwen die nog niet weg wilden naar Java. Dus die waren ook getuigen. Geen jubelend trouwfeest. Er is wel een foto gemaakt!

  3. Phoe, kan me voorstellen dat het confronterend is.. het is geen fictie waarna je opgelucht kunt zeggen ‘het is niet echt’. Of het nou toen of nu is, één ding blijft altijd hetzelfde: niets is zeker.

Laat je een reactie na!?

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: