Liesbeth Steur

auteur & yogi

Zonder na te denken

Woensdagochtend tien uur heb ik wekelijks een afspraak in het verzorgingstehuis in mijn dorp Santo António das Areias. Met de moeder van een vriend. Zij woont sinds zes weken in ons dorp. Daarvoor woonde ze bij een van haar dochters in de grote stad. Dat ging niet meer. Hoewel zij met haar tachtig jaren plus, fysiek redelijk fit is, gaat haar hoofd een andere richting uit. En dat is progressief.

Mijn vriend wil dat zijn moeder zo lang mogelijk zelf kan blijven lopen en bewegen en heeft mij gevraagd wekelijks een sessie te doen met haar. Daar moest ik over nadenken. Ik ben yogadocent en geen specialist in ouderen of zieken. Volgens mij bestaan er professionals in Nederland om dit soort werk te doen. En hier misschien ook. Ik weet het niet. Hoe langer ik nadacht hoe meer bezwaren. Mijn vriend bleef aandringen.

Zodra ik merk dat ik een weerstand heb, neem ik de tijd om stil te zitten. Het eerste dat me opvalt bij de observatie van wat er in mijn hoofd om gaat, is dat nadenken over iets dat mij onbekend is, geen nut heeft. Er is geen uitkomst en geen actie. Er verschijnen argumenten die uitsluitend gebaseerd zijn op wat ik denk te weten door wat ik heb gelezen of gehoord of gezien of door wat ik vroeger heb meegemaakt. Als ik die argumenten voor waarheid aanneem, betekent het dat ik nooit meer iets nieuws ga ondernemen, dus dat mijn toekomst er hetzelfde uitziet als mijn verleden.

Ik geloof er heilig in dat een mens zijn toekomst kan vormgeven. Door alle mogelijkheden te onderzoeken. Door iets aan te pakken zonder je te laten beperken door oude gedachten of overtuigingen. En wel door nieuwsgierig te zijn en vertrouwen te hebben in het grote geheel. Het denken is alleen belangrijk om te overleven in nood. Nergens anders voor. Tenzij je wil blijven zitten waar je zit.

Wanneer ik in het bezoekerskamertje ben en mijn vriends moeder binnenkomt, ben ik met haar. Denk ik niet na. Ik zie haar, we groeten en zoenen en we gaan aan het werk. We bewegen, we staan, we dansen, we zingen, we lachen. Een uurtje is zo voorbij. Intussen heeft ze heel veel spieren getraind, ongemerkt. De oefeningen verschijnen bij mij. Ik hoef er niets voor te doen. En iedere keer klopt het.

Deze uurtjes zijn mijn grootste lessen.

Als ik de volgende dag mijn yogaleerlingen voor me heb, zie ik precies wanneer in het leven de geestelijke en fysieke souplesse afneemt. Bij het ophouden met ademen. Waar jonge kinderen hun totale longcapaciteit benutten, gebruikt een volwassen mens dat verstrikt zit in zijn denken, carrière, hypotheken, files, geen tijd, nog maar 20% van zijn longcapaciteit en dan alleen maar het bovenste deel.

Dat betekent dat je middenrif niet meer beweegt, dat je hart klem komt te zitten, dat je minder zuurstof in je bloed hebt, dat je moe wordt en eigenlijk een langzame dood aan het sterven bent. En als je dan weet dat je denken (niet je lichaam) circa 90% van je dagelijkse dosis energie verbruikt (zelfs als je een sporter bent), snap je waarom je je voelt zoals je je voelt.

Ik ben dankbaar voor de uitnodiging om deze uurtjes te mogen doen en oh zo blij dat ik een grenzeloos vertrouwen heb in het ongeziene. Het pakt altijd, zonder uitzondering, perfect uit.

Ik weet het nu zeker, mijn denken is een gereedschap, geen doel op zich.

#PHOT - Foto op Donderdag - is een initiatief van Karin Ramaker.

Maak ik me druk?

Yogastudio als nieuw

Het gaat gebeuren. Vanaf volgende week kan ik weer les geven in mijn eigen studio. Daar word ik blij van. Want vanaf de enorme lekkage half mei 2018 tot op een week geleden, is er niets gebeurd. Geen nieuwe vloer, geen nieuw plafond. En nu is het klaar en kan ik de deuren weer openen.

Het was niet echt een drama dat de studio onbruikbaar was, brand is erger zeggen ze hier. Ik vond het wel een shock. Alles stopte. Ik stond daar tot mijn enkels in het water en alle hagel en regen bleven met bakken door het platte dak naar binnenstromen. Iedereen in het bedrijfsverzamelgebouw hielp met water hozen. Alleen in mijn studio lekte het en het drong tot me door dat mijn twee vorige studio’s ook de deuren hadden moeten sluiten wegens overmacht. Eigenlijk was ik verbijsterd dat mij dit nu overkwam.

Ik kreeg een zaaltje aangeboden en nog een zaaltje, als noodopvang. Allemaal goed en aardig, maar de gemeente ging niets doen om mijn studio op te knappen. Na wat aangetekende brieven aan de burgemeester, kwam er een taxateur van de verzekering en toen werd het wachten geblazen. Juni kwam en ging, juli kwam en ging en daar was ineens augustus. Dan beweegt hier niemand meer. De andere ondernemers in het pand drukten me op het hart dat ik moest blijven aandringen in plaats van impulsief de huur opzeggen en naar iets anders op zoek gaan (terwijl ik weet dat er niets geschikts is).

Dit was vroeger meer mijn stijl: wil je niet met me praten? Dan ga ik toch wat anders doen.

Nu dacht ik, OK ik ga er achterheen op zijn Portugees. De burgemeester gebeld. Afspraak gemaakt. Ik naar de afspraak. De burgemeester is er niet. Dan word zelfs ik ongeduldig. Ik loop bij het verlaten van het gemeentehuis een wethouder van de “tegenpartij” tegen het lijf. We groeten en praten en hij vraagt me hoe het is. Ik vertel hem het hele verhaal. Ik moet naar de openbare raadsvergadering komen om daar mijn beklag te doen, zegt hij. Geen zin, denk ik. Hoezo? Zij moeten hun plichten nakomen!

Ik krijg nog allemaal sms’jes van de wethouder waarin hij blijft aandringen op mijn aanwezigheid. Een uur voor de vergadering spreek ik een Portugese vriendin (ook ondernemer hier). Ze wil mee. Goed, ik heb mijn verhaal gedaan, de twee wethouders van de tegenpartij hebben het allemaal nog eens aangedikt en vriendin houdt een betoog over het belang van mijn werk voor de volksgezondheid. Je kunt het overdrijven natuurlijk.

En nu, een week later, ligt er wel een nieuwe vloer. Vandaag worden de plafondtegels geplaatst. Ik kan dit weekend gaan inrichten. Al die maanden gaf ik les buiten op het grote terras bij ons zwembad. Geen straf natuurlijk. Maar nu de studio weer tot leven komt, merk ik hoe ik mijn eigen ruimte en sfeer heb gemist.

Minder Hollands eigenwijs zijn en me gedragen als een Portugees als het moet, heeft wel gewerkt. Iedereen kwam in beweging.

Trouwens, het ware probleem – het platte dak van matige kwaliteit – is niet aangepakt. Nee, zeggen ze dan met een grote grijns, zo’n moment met zoveel hagel in zo’n korte tijd gebeurt maar een keer in een mensenleven. Maak ik me druk? Welnee, ik ken de weg.

#PHOT (Photo On Thursday Foto op donderdag) is een initiatief van Karin Ramaker.

Wake up!

“You can allways wake up” by Lenny Macleod (detail)

Wanneer ik de grote hal binnenloop van Guesthouse Trainspot valt mijn oog op een enorme muurschildering. Zachte kleuren. Sprookjesachtig. Ik heb meteen een vluchtige associatie met het werk van Hieronymus Bosch. Alleen heeft deze schildering alles te maken met het mooie zo je wilt. Ik kijk en kijk. Ik maak een foto en lees de tekst:

You can allways wake up

Eenmaal thuis, lees ik nog eens wat er staat. Er klopt iets niet. Of juist wel. Het werk is gemaakt door de Nieuw-Zeelander Lenny Macleod. Ik verwacht geen spelfouten van iemand die een Engelse schoolopleiding heeft gehad. Het blijft me bezighouden. Is het expres of gewoon een typo?

Later spreek ik Lenny en leg hem mijn vraag voor. Hij glimlacht en heeft geen antwoord waarom hij twee ellen schreef. Alleen dat hij onbewust twee ellen schreef. Het is voor tweeërlei uitleg vatbaar nu, zegt hij.

Je kunt te allen tijde wakker worden of met een beetje fantasie staat er dat je op allerlei manieren kunt wakker worden. Als je maar wakker wordt tijdens je leven.

Niet veel later beland ik bij mij thuis in een gesprek over de toestand in de wereld. Ik laat me verleiden daar iets over te zeggen. Normaal praat ik niet mee over dingen waar ik geen verstand van heb. Ik weet wel iets van de losse informatie die tot mij komt. Onderwerpen over politiek en vluchtelingen en nog zo wat, heb ik niet tot in de diepte bestudeerd. Ik luister wel naar meningen en ben nog steeds niet in staat een helder beeld te krijgen. Dat lijkt me ook onbegonnen werk. Ik weet namelijk niet wie neutraal of objectief bericht. Ik kan nooit weten waarop mensen hun mening baseren. Dus om dan iets te zeggen over een onderwerp schept meestal verwarring. En laat ik nu zojuist dit lezen in een blog van Wim de Roos.

Ik weet nu heel zeker dat als ik echt wakker zou zijn, dat ik voor het laatst iets heb gezegd over de toestand in de wereld. Omdat ik weet dat wij mensen eigenlijk allemaal hetzelfde willen voor de wereld waarin we leven: vrede en te eten voor iedereen. En dat al die losse flodder informatie en meningen stuifzand vormen. Stuifzand dat onze blik op het grote geheel vertroebelt.

You can allways wake up! klinkt het door me hoofd. Ik neem het ter harte.

#PHOT (Photo On Thursday en soms on Tuesday) is een initiatief van Karin Ramaker.

Indische tantes

v.l.n.r. tante Cor, mijn moeder Els en haar nichtje Maryse. 1946, Amsterdam

Het was een frisse zomerdag in 1961 toen we haar tegen het lijf liepen. Bij de kruidenier op Scheveningen. Op het hoekje bij de Oranjeflats waar wij toen woonden. Ze was lang en dun en ze had Indische handen zoals mijn moeder. Haar felrode lipstick stak af tegen haar ietwat getinte en blank gepoederde gezicht. Ze droeg een zwierige bloemetjesjurk uit de jaren vijftig en ook haar rode hooggehakte schoenen met plateauzolen dateerden uit die tijd.

De begroeting was allerhartelijkst. De adoeh´s en terlaloeh´s vlogen heen en weer, mijn wangen werden fijngeknepen, de Hollanders in de winkel vielen stil en ik vergat van verbazing adem te halen. Maryse bleek een nichtje van mijn moeder. Ze hadden elkaar voor het laatst gezien vlak na de oorlog in 1946. De verbazing was compleet toen ze vertelde waar ze woonde. In de Alkmaarsestraat bij haar moeder tante Cor. Tijdelijk. Maryse was zo vlak voor de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië, gerepatrieerd.

Het grote huis van tante Cor met zicht op duinen en zee stond propvol en de keuken ook. Potten, pannen, schaaltjes, borden, flesjes, vergieten en wadjans in alle maten en soorten. Daar waar het zo heerlijk geurde, zwaaide Maryse de scepter. Altijd was er wel een klein stukje aanrecht over om te snijden, te hakken en te oeleken.

Regelmatig zat ik op het krukje naast de ijskast gefascineerd te kijken naar hoe ze het klaarspeelde om in die chaos al die rijsttafels te maken. Meestal kwam mijn moeder helpen. Voor een koempoelan van veertig man stonden ze drie dagen lang in de keuken.

Iedere verjaardag was het raak. Saté’s rijgen deden wij, de kinderen, onder strenge leiding van Maryse. Het roosteren deden de mannen in de tuin, met een borrel erbij. De hele avond aten we, kletsten we en werden er sterke verhalen verteld door oom Karel en oom Ton. Tussendoor deden we in die overvolle keuken de afwas. In het razende tempo van knappe tante Wil. Daarbij zongen we Indische klassiekers en het liefst tweestemmig. We lachten en iedereen danste en danste en danste. Altijd.

#PHOT (Photo On Thursday en soms on Tuesday) is een initiatief van Karin Ramaker.

Page 1 of 60

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: