Liesbeth Steur

verteller van waargebeurde verhalen

Good times …

Marvão, on top of the world

Vanochtend had ik een afspraak met de burgemeester van Marvão. Hij was er niet. Ik was niet verrast. De receptioniste vroeg me straks dan maar even terug te komen. Wie weet zou hij er dan zijn.

Marvão, de vesting op de berg is niet ver van mijn huis. Een kwartiertje door de bergen slingeren, door de poort manoeuvreren, dan buiten het dorp om – langs de binnenzijde van de vestingmuren, via een hobbelige weg naar de top. Kom je een tegenligger tegen, dan moet er eentje achteruit. Het gaat altijd goed. Ik ga niet heel vaak naar boven. Eigenlijk alleen als ik iets moet doen bij het gemeentehuis of een andere officieel instantie.

Mijn vriendin Leone Holzhaus heeft daar binnenin het oudste deel van de vesting, in de uiterste hoek van de binnenplaats, haar atelier en winkel. Tijdens het tiendaagse klassieke muziekfestival in juli, is zij gedwongen dicht geweest omdat het podium voor het orkest daar dan staat. Die tijd heeft ze benut om haar atelier op te ruimen, te schilderen (de muren) en weer helemaal klaar te maken voor nieuwe toeristen en klanten. Ook is er nieuw werk dat ik nog niet heb gezien. Dus, een goed moment om langs te gaan.

Vanaf het gemeentehuis wring ik me door de ladingen toeristen, bij de kassa zwaai ik naar de vaste kassier, gebarend dat ik alleen Leone ga bezoeken en dan verder. Ik wil daar een foto nemen maar ja, met al die dagjesmensen voor mijn neus? De mensen zijn zo erg nog niet. Wel hoe ze gekleed gaan. Volgens mij kleedt het merendeel zich naar een maatstaf die niet strookt met de realiteit, maar dat is toeristen in de hele wereld eigen.

Het is natuurlijk niet de eerste keer dat ik daar ben. En toch ben ik telkens onder de indruk van de locatie. Marvão geldt in de geschiedenis als een praktisch onneembare vesting. De Kelten waren hier al, Romeinen legden wegen aan – waarover ik nu nog wandel; de Moren bouwden de vesting en vernoemde die naar warlord Marwan. Toen de katholieke koningen, de Engelsen, De Fransen, de Spanjaarden. Ze kwamen allemaal Portugal helpen. En Portugal onderging. Genoeg oorlog. Eeuw in eeuw uit. Vooral in deze grensstreek.

Na mijn bezoek loop ik terug en eenmaal uit de vesting, kijk ik over de muur, zie het stadje en de toppen van de wereld. Ik denk aan gisteren. De Herdenking van 15 augustus 1945. Ik denk aan alle oorlogen die nu woeden. Ik denk aan de West-Europese generaties die nog nooit iets hebben meegemaakt en ik denk aan de woorden van Geert Mak en, aan wat mijn oudste zoon schreef naar aanleiding van mijn #ikherdenk blog over mijn vader en familie.

“Hard times create strong men. Strong men create good times. Good times create weak men. And, weak men create hard times.”
― G. Michael Hopf, Those Who Remain

Die uitspraak speelt sinds ik het gelezen heb, voor in mijn hoofd. Voor mij is het zo waar als waar kan zijn.

En de burgemeester? Wel, we zijn in Portugal, dus haast heb ik niet meer.

#PHOT (Photo On Thursday en soms on Tuesday) is een initiatief van Karin Ramaker.

#ikherdenk

1942 – Ziekenhuis Lahat, Sumatra. Mijn vader Cees zit rechtop. In het midden rechts. Hij lijkt niets te mankeren. Hij heeft net een longschot boven zijn hart overleefd. Maar die wond zit verstopt onder zijn pyjama. Totdat veertig jaar later de wond wakker wordt.

“Cees, schiet op wakker worden! Naar de boot! Extremisten, pemoedah’s overal!”
Hij is meteen wakker. Van schrik, maar ook van de kater, van de drank, van het late slapen, van het feestje. De biljartbal van Dirk, daarom was het zo belachelijk laat geworden.

Niet nóg een keer, kabbelt het door zijn hoofd; niet nóg een keer. Dan slaat zijn overlevingsmechanisme aan. Hij springt onder de klamboe vandaan en rent de anderen achterna richting aanlegsteiger waar een landingsvaartuig ligt te wachten. Ineens wordt er van alle kanten geschoten. Te laat. De alcohol in zijn bloed maakt plaats voor adrenaline. Hij rent terug naar het huis, neemt een duik naar binnen en barricadeert met trillende handen de deur. Hij zet een matras tegen de houten muur en verschanst zich. Buiten adem doet hij verwoede pogingen alles op een rijtje te zetten. Buiten houdt het schieten niet op. Hij merkt dat hij alleen is. Waar zijn de anderen gebleven? Dan hoort hij voetstappen op de galerij. De deur wordt opgeschopt. Zijn adem stokt. Droge keel. Droge tong. Zijn eigen Dayak machinist staat in de deuropening. Met machinegeweer. Op hem gericht. Cees gelooft zijn ogen niet.

“Handen omhoog!”, commandeert hij en gebaart met het zijn geweer. Cees’ leven schiet voorbij. Dit is een déjà-vu. De machinist dwingt hem het terrein op te lopen met de armen omhoog en zegt hem twee collega’s, die zich hebben gebarricadeerd in een ander huis, te vertellen dat ze zich moeten overgeven. Er wordt inderdaad vanuit dat huis in het wilde weg geschoten. Cees roept. Het zweet loopt langs zijn rug. De loop prikt tussen zijn schouderbladen. Hij roept nog een keer. Antwoord. De stemmen van kleine Henkie en Bart. Dronken zijn ze, zo dronken als de pest van het feestje gisteravond.

“Dit is oorlog idioten. Geef je over!” Het schieten houdt op. De twee schatten de situatie in terwijl Cees nog steeds in de vuurlinie staat. Ze overleggen. Het lijkt een eeuwigheid te duren voordat ze hem herkennen. Meteen gooien ze hun geweren op de grond en komen naar buiten. Voorzichtig haalt Cees adem en zonder aankondiging flitst zijn aloude nachtmerrie door zijn hoofd.

Het is pikdonker, iemand richt zijn geweer op mij. Van nog vier meter afstand. Genageld blijf ik staan. Ik voel een extreem harde klap tegen mijn borst en sla met een klap achterover. Ik lig op de grond. Doodstil. Alles suist. Ik voel overal bloed stromen, langs mijn rug en in mijn helm. Bloed is warm.

Het is 1947 als mijn vader door de BPM (nu Shell) wordt teruggestuurd naar Borneo (Kalimantan). Dit maal om de boorputten te openen die de Japanners vlak voor hun vertrek hebben dichtgegooid. Hij wil niet. Zijn oorlogswond uit 1942 – een kogel door zijn linkerlong vlak boven zijn hart – is nog vers. De interneringskampen die daarop volgen, de martelingen van de Kempetai, ziektes en ontberingen liggen nog fris in het geheugen. Hij is nog maar kort geleden ontslagen uit de Ursula Kliniek in Wassenaar waar hij een behandeling heeft ondergaan voor zijn nachtmerries. De dokter vertelt hem dat hij genezen is.

Mijn vader noemt de overvallers extremisten.
De extremisten noemen zichzelf vrijheidsstrijders.
En de winnaar heeft gelijk.

Met mijn vader Cees is het goed afgelopen. Pas op zijn zestigste krijgt hij weer last van zijn trauma. Na een longpunctie bij een onderzoek naar longkanker. Het litteken in zijn long is langzaamaan tot leven gekomen. Hij heeft geen kanker. Wel COPD en hij is boos. Op Hirohito. Toch wordt hij met zijn humor, afgewisseld door tirades over de keizer, 84 jaar oud. Totdat de COPD hem velt.

#ikherdenk mijn vader Cornelis Steur, mijn moeder Elisabeth Paula Steur-Schul en alle andere familieleden die de oorlog in Zuidoost-Azië hebben overleefd.

#ikherdenk mijn overgrootouders Christiaan Hezemans en Elisabeth Hezemans-Fitz-Gérald die op tachtigjarige leeftijd in de kampen zijn gestorven. Van honger en ontberingen en door hun opzettelijke scheiding. De één naar Tjideng. De ander naar Ambarawa. Vier weken na die scheiding sterven ze. Zonder nog iets van elkaar te hebben gehoord.

#ikherdenk alle mensen die in een oorlog zijn, zijn geweest of zijn gebleven.

#PHOT (Photo On Thursday en soms on Tuesday) is een initiatief van Karin Ramaker.

Along the beach of Aroe-Aroe

Een foto geleend van Rama Tours via internet. Niet zelfgemaakt en wel zelfverzonnen.

Als ik die aanhef lees boven een brief gedateerd 28 mei 1941 gericht aan moeder zie ik meteen wuivende palmbomen, witte stranden, blauwe zee en veel romantiek. De brief is ondertekend door Phons Hoeke, een vriendje van mijn moeder. Hij is gestationeerd op Nieuw-Guinea voor zijn werk. Zijn beschrijving van klimaat en werk along the beach of Aroe-Aroe geeft me te denken.

Hier zit ik dan in mijn relatief koele huis (28 graden) met muren van een meter dik. Buiten is het 42 graden. Er waait een straf windje. Zodra ik naar buiten loop is het alsof ik een voorverwarmde heteluchtoven binnenstap. En ik overdrijf niet. Vochtigheidsgraad 5%. Die is vanaf nu alleen nog maar aan het dalen. Vorig jaar hadden we dagen van 10% of minder. Maar zover is het nog niet. Dus de lucht voelt heet, maar niet zwaar.

Ik werk aan het boek over mijn familie. Binnen. Heb eindelijk een prachtig systeem ontdekt om een schrijfstructuur op te bouwen. Dat was precies wat ik nodig had om over de drempel te stappen en vlot en zonder tijdverlies het archief te ontsluiten. Die tip haalde ik uit het boek met de titel Schrijf je boek in 10 dagen van Jan Dijkgraaf. Ik ga mijn familiegeschiedenis niet in 10 dagen schrijven omdat de research een groot onderdeel vormt en dat kost mij meer tijd dan schrijven van het verhaal. Ik kan dat boek van Jan Dijkgraaf echt aanbevelen als je daadwerkelijk een boek wilt schrijven. Ik gebruik niet alleen zijn methode maar ook Scrivener. Wat een fantastische app vind ik dat! Ik heb thema’s gemaakt, mezelf vragen gesteld en antwoorden gegeven. Erover gebrainstormd met CoenSt opdat ik niets over het hoofd zie. En nu is het zover.

Terug naar het strand van Aroe-Aroe, een eilandengroep ten zuiden van Nieuw-Guinea. Niets is er waar van wuivende palmbomen, witte stranden, blauwe zee en veel romantiek. Okay, wel palmbomen en soms wat wit zand, maar van romantiek is geen sprake. Die uitzendingen vroeger waren heel wat anders dan wat de zogenaamde ex-pats nu ondergaan in vreemde landen. Het enige houvast aan een normaal leven was toen het verlof eens in de drie of zes maanden. Voor de rest leefden die jongens in de jungle. Wanneer je denkt dat het een luxe leven was in de koloniën, kom je bedrogen uit. Ik citeer onze Phons:

Het klimaat hier is nog veel erger dan in Holland. Het hele jaar door waait hier een ontzaglijke wind. Het zijn de passaatwinden. De ene helft van het jaar uit het zuidoosten en de andere uit het noordwesten. De godsganse dag hoor je het ruischen en soms gieren van de wind. Daarbij komt dat het het grootste deel van het jaar regent. Stortbuien, mieserige regens. Zolang als we hier zijn hebben we nog maar twee dagen geen regen gehad en op die dagen feliciteerden we mekaar en zijn als beesten gaan werken. Want al die regen houdt ons maar op met ons werk. We moeten bijna elke dag stoppen voor regen en komen geregeld kletsnat thuis.

Hun werk bestaat uit opmetingen doen langs de kust van een paar eilanden. Geen idee voor wie hij werkt. Misschien wel voor de overheid die zijn kolonie goed in kaart wil brengen.

De kusten hier zijn grotendeels modderig, met enkele stukken goed strand ertussen. En om in de modder tot je knieën te ploeteren en dan een stortbui met een keiharde wind erachter over je heen te krijgen, is voorwaar geen lolletje, dat kan ik je wel zeggen. Enfin het bevalt me hier wat het werk betreft wel.

Mijn moeder die jaren later bij het inventariseren van al haar correspondentie, vaak haarscherpe, soms grappige commentaren plaatst, schrijft hier:

Wat een oord! Het lijkt wel een strafoverplaatsing!

Ik weet dat ik niets met elkaar kan of mag vergelijken. Daarbij verliest of wint altijd één partij. Ik wil alleen maar zeggen dat het hier in Portugal voorlopig heerlijk is, er is genoeg drinkwater, de avonden koelen af en ik ben en blijf een tropenkind. Ik weet heel goed hoe ik een stap langzaam moet zetten. Mijn tempo gaat dus gewoon omlaag. Daarbij ben ik een gezegend mens om vele redenen en nu vooral omdat ik na plaatsing van deze #PHOT ons zwembad induik! Gewoon omdat het kan!

#PHOT (Photo On Thursday en soms on Tuesday) is een initiatief van Karin Ramaker.

Gast van ver


Het aantal deelnemers aan mijn yogalessen is in de maand juli niet echt voorspelbaar. Augustus is de vakantiemaand in Portugal en toch gaan er meer en meer mensen al in juli naar zee. Want dat doen de Portugezen. Ze gaan naar zee. Naar de Algarve of naar de westkust. Daar waar het water kouder is, de wind koeler, de vissersdorpjes nog de vissersdorpjes zijn en de vis die in de ochtend wordt gevangen ook daadwerkelijk op jouw bord verschijnt.

Vanochtend was mijn laatste ochtendles van het seizoen want in augustus gaat de studio op slot. Een maandje freewheelen zonder verplichtingen. Vier van de twaalf vaste deelnemers verschenen op het erf en eentje van hen, Lina da Paz, eigenaar van Trainspot heeft een gast meegenomen. In Trainspot wordt twee weken lang een Summer School voor architecten (INTBAU) gehouden met als onderwerp de traditionele architectuur van Marvão. Er zijn veertig architecten en studenten van over de hele wereld die een strak programma hebben. Geen tijd voor fratsen en ontspanning. Maar vandaag – met nog twee dagen te gaan – is architecte Ruth Equipaje afkomstig uit de Filipijnen, ontsnapt en met Lina meegekomen. Ruth zit in de organisatie en doceert.

Na de les hebben we vers gebakken abrikozentaart gegeten, traditionele Portugese cake en die ochtend geplukte vijgen. We dronken ijswater met gember en mint, thee en koffie en Coen sluit zich dan altijd aan. Na de les dus ;-). Het was een bijzondere ochtend, de gesprekken gingen over van alles in dit kleurrijke gezelschap.

Links zit Nuno. Hij heeft samen met zijn vrouw en twee kleine kindjes een naturistencamping met de naam Quinta do Maral waar heel veel Nederlanders komen. Zijn T-shirt zegt genoeg: “gewoon bloot” overgehouden aan de naturistenbeurs 2018 in Nederland.

Naast Coen zit Lina. Zij heeft met haar man Eduardo het logement Trainspot in het oude treinstation van Beirã.

Heidi Dyer is nieuwkomer. Zij is zich hier aan het vestigen en heeft Portland, Oregon achter zich gelaten. Wat een avonturier is zij. Verliefd geworden op de streek is ze van plan om hier haar nieuwe leven op te bouwen, als massage therapeute, dansleraar en yogadocent. Het is geen eenvoudige weg voor een Amerikaanse om een residentie te krijgen hier. Dat was nog nooit tot mij – Europeaan – doorgedrongen. Zij kan de aanvraag alleen in San Francisco doen bij het Portugese consulaat. Wachttijd voor een afspraak is drie maanden. Gaan er dan zoveel mensen naar Portugal vanuit de States? Of werken er door alle bezuinigingen op Buitenlandse Zaken van Portugal, niet genoeg mensen meer om de vraag te verwerken.

Maria is een ware Portugese uit het dorp Santo António das Areias, aan de voet van Marvão. Het dorp waar ik ook mijn yogastudio heb. Geboren en getogen hier, werkte ze vanaf haar veertiende in de conservenfabriek in het dorp en kan verhalen vertellen over een leven dat wij luxe-paarden ons niet kunnen voorstellen. Nu hoeft ze niet meer te werken. Ze geniet, wandelt dagelijks en komt twee keer in de week naar mijn lessen.

Ruth neemt de foto. Zij gaat na afloop van de Summer School op zondag, door naar Lissabon. Daar zijn haar ouders dan gearriveerd voor een korte vakantie in dit prachtige land.

We spraken natuurlijk over blootlopen, de gemeenteraad die de waterschade (mei) in mijn studio maar niet herstelt, de Portugese president op bezoek bij Trump en natuurlijk over de Filipijnen. Zelfs een monument waarmee Douglas McArthur wordt geëerd kwam aan bod. Het staat in de geboortestad van Ruth’s vader. Daar waar McArthur geland is met de Amerikaanse mariniers om de Filipijnen te bevrijden van de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ruth vertelde dat het monument een beetje vergeten is en dat zij de opdracht heeft gekregen de plek opnieuw in te richten. Coen vertelde dat zijn grootvader bij de staf van McArthur zat … tijdens die bevrijding. We waren allemaal even stil van verbazing. En zo was de cirkel weer rond.

#PHOT (Photo On Thursday en soms on Tuesday) is een initiatief van Karin Ramaker.

Page 1 of 59

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: